wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Lijdend voorwerp

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het lijdend voorwerp van deze zin?

Lynn moet haar examen Frans nog afleggen.

a)

Lynn

b)

Frans

c)

haar examen Frans

2.

Wat is het lijdend voorwerp van deze zin?

Stien zoekt haar boek van chemie.

a)

haar boek van chemie

b)

haar boek

c)

chemie

3.

Wat is het lijdend voorwerp van deze zin?

Bram heeft een nieuwe balpen gekocht.

a)

gekocht

b)

een nieuwe balpen

c)

Bram

4.

Wat is het lijdend voorwerp van deze zin?

Scott schilderde de deur.

a)

de deur

b)

Scott

c)

schilderde de deur

5.

Wat is het lijdend voorwerp van deze zin?

Yanou stelde een vraag voor de boekbespreking.

a)

een vraag voor de boekbespreking

b)

de boekbespreking

c)

een vraag

6.

Welke vraag moet ik stellen om het lijdend voorwerp te vinden? (= volledige vraag!)

Jasper heeft zijn mama een hele avond gemist.

a)

Wie/wat heeft Jasper een hele avond gemist?

b)

Wie/wat heeft Jasper gemist?

7.

Welke vraag moet ik stellen om het lijdend voorwerp te vinden? (= volledige vraag!)

Jawad heeft een taart gebakken.

a)

Wie/wat heeft een taart gebakken?

b)

Wie/wat heeft Jawad gebakken?

8.

Is het cursieve woord een lijdend voorwerp?

Nette keek gisteren een spannende film.

a)

Ja

b)

Nee

c)

Het is een deel van het lijdend voorwerp.

9.

Is het cursieve woord een lijdend voorwerp?

Anna gaf een cadeau aan Mevrouw Stessens.

a)

Ja

b)

Nee

c)

Het is een deel van het lijdend voorwerp.

10.

Is het cursieve woord een lijdend voorwerp?

Matisse gaf zijn kleine zusje een knuffel.

a)

Ja

b)

Nee

c)

Het is een deel van het lijdend voorwerp.