wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Gezegde

Total questions: 15

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Hij heeft de hele avond televisie gekeken.

a)

heeft televisie gekeken

b)

heeft gekeken

c)

televisie gekeken

2.

Volgens de buren staat het geluid wel erg hard.

a)

staat

b)

het geluid

c)

staat erg hard

3.

In de vakantie mag jij er voor zorgen.

a)

mag zorgen

b)

mag er voor zorgen

c)

er voor zorgen

4.

Hem vroegen ze niets.

a)

niets

b)

vroegen

c)

vroegen niets

5.

Ronald wil graag met je meerijden.

a)

wil

b)

meerijden

c)

wil meerijden

6.

Hij had daar moeten staan.

a)

had

b)

had moeten staan

c)

had daar moeten

7.

Hij at heel vaak zijn boterhammen niet op.

a)

at vaak

b)

at

c)

at op

8.

De scheidsrechter floot te vroeg.

a)

te vroeg

b)

floot te vroeg

c)

floot

9.

Albert Heijn zal de prijzen weer verlagen.

a)

zal verlagen

b)

zal weer verlagen

c)

zal prijzen verlagen

10.

Je moet daar heel erg uitkijken.

a)

moet heel erg

b)

moet

c)

moet uitkijken

11.

De cijfers voor het proefwerk zullen wel meevallen.

a)

zullen wel meevallen

b)

zullen meevallen

c)

wel meevallen

12.

Hij zou ons dat al eerder hebben aangeboden.

a)

zou hebben aangeboden

b)

zou eerder hebben aangeboden

c)

hebben aangeboden

13.

Vier van de zes soorten mensapen worden met uitsterven bedreigd.

a)

bedreigd

b)

worden

c)

worden bedreigd

14.

De leraar kijkt het proefwerk na

a)

kijkt

b)

kijkt na

c)

de leraar kijkt

15.

Waarom hebben jullie toch voor die oplossing gekozen?

a)

hebben jullie gekozen

b)

hebben gekozen

c)

hebben