wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1.8 - 1.11 MAVO33

Total questions: 22

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

kooldioxidebemesting is...

a)

Toedienen van koolstofdioxide, bijv. in kassen, om fotosynthese te versnellen

b)

Toedienen van koolstofdioxide, bijv. in kassen om glucose met water te versnellen

2.

Monocultuur is..

a)

veel verschillende gewassen op een groot terrein

b)

veel de zelfde gewassen op een groot terrein

c)

veel verschillende gewassen op een klein terrein

d)

één soort gewas op een klein terrein

3.

Bastvaten zijn..

a)

Vaten die stoffen en koolstofdioxide vervoeren van boven naar beneden en andersom

b)

Vaten die water en glucose vervoeren van de bladeren naar omhoog

c)

Vaten die water en glucose vervoeren van de bladeren naar beneden

4.

Cambium is..

a)

Dun laagje cellen tussen hout- en bastvaten die nieuwe cellen maakt.

b)

dikke laag met cellen tussen hout-en bastvaten die nieuwe cellen maakt.

5.

Jaarring is

a)

Ring van houtvaten die gedurende 1 jaar wordt gemaakt

b)

Ring van houtvaten die gedurende 2 jaar wordt gemaakt

c)

Ring van houtvaten die gedurende 5 jaar wordt gemaakt

d)

Ring van houtvaten die gedurende 10 jaar wordt gemaakt

6.

Conserveren is

a)

Er voor zorgen dat je gaat eten

b)

Er voor zorgen dat voedingsmiddelen niet bederven

c)

Er voor zorgen dat je planten kunt gaat eten

7.

Gewasbescherming kan zorgen voor een grotere oogst

a)

juist

b)

onjuist

8.

Natuurlijke mest is een ander woord voor anorganische mest

a)

juist

b)

onjuist

9.

uitputting van de grond kan worden voorkomen door wisselteelt

a)

juist

b)

onjuist

10.

Het is beter om niet twee keer achter elkaar aardappelen op het zelfde stuk land te verbouwen

a)

juist

b)

onjuist

11.

Bladeren nemen water op via de huidmondjes.

a)

juist

b)

onjuist

12.

Hoe noemen we de vorm van landbouw waarbij de boeren gebruik maken van wisselteelt, natuurlijke bemesting en ongedierte-bestrijding door natuurlijke vijanden?

a)

natuurlijke landbouw

b)

biologische landbouw

c)

gangbare landbouw

d)

wissellandbouw

13.

Hoe noemen we de vorm van landbouw waarbij de organismen (planten of dieren) veel ruimte krijgen?

a)

extensieve landbouw

b)

ruimtelandbouw

c)

itensieve landbouw

d)

gangbare landbouw

14.

Hoe noemen we de uiterst kleine uitstulpingen van de buitenste cellaag van een wortel?

a)

schors

b)

cambium

c)

bast

d)

wortelharen

15.

De buitenste jaarringen zijn het oudst

a)

juist

b)

onjuist

16.

Een ander woord voor natuurlijke mest is..

a)

organische mest

b)

anorganische mest

17.

Een ander woord voor anorganische mest is

a)

natuurlijke mest

b)

kunstmest

18.

Wat zijn onkruiden?

a)

ongewenste planten die mechanisch of chemisch worden verwijderd.

b)

Kruiden waarvan het water is onttrokken en die je op je eten kunt strooien

19.

ongewenste individuen die bestand zijn tegen bestrijdingsmiddelen, zijn..

a)

vervelend

b)

ziek

c)

resistent

20.

Het kweken van organismen met een grote opbrengst noemen we...

a)

veredeling

b)

groeibevorderende stoffen

c)

biologische landbouw

d)

extensieve landbouw

21.

Bladeren laten water verdampen door kleine openingen. Deze openingen heten...

a)

bladmondjes

b)

huidmondjes

c)

bladwangen

d)

bladluis

22.

Als je eten invriest, gaan de bacteriën en schimmels dan dood?

a)

ja, ze zijn dood

b)

nee, ze vermenigvuldigen zich alleen niet