wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

thema 3TA-A, groep 7

Total questions: 15

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent het woord condoleren?

a)

Zeggen dat je weet dat iemand doodgegaan is.

b)

Zeggen dat je meeleeft met iemand waarvan een vriend of familielid doodgegaan is/verloren heeft.

c)

Zeggen dat je blij voor diegene bent, omdat hij/zij jarig is.

d)

Zeggen tegen de conducteur dat hij mag controleren.

2.

Wat betekent het woord conserveren?

a)

Dat is een ander woord voor geur.

b)

Delen van een plant die het eten smaak geven, zoals kaneel.

c)

Genieten van lekker eten.

d)

Zorgen dat het eten langer goed blijft.

3.

Wat betekent het alternatief?

a)

Informatie vragen of opzoeken.

b)

De verandering.

c)

Het gevolg, zoals straf krijgen.

d)

De andere mogelijkheid.

4.

Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin:

Moeder koopt voor oma een mooie bos bloemen.

a)

Moeder

b)

koopt

c)

voor omae

d)

een mooie bos bloemen.

5.

Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin:

Juf Anne verrast groep 7 met een quiz.

a)

Juf Anne

b)

verrast

c)

groep 7

d)

met een quiz.

6.

Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin:

Jula geeft aan Ada een gele pen.

a)

Jula

b)

geeft

c)

aan Ada

d)

een gele pen

7.

Welk voor is een leenwoord?

a)

parasol

b)

stoelen

c)

tafels

d)

zonneschijn

8.

Wat betekent het woord ceremonie?

a)

Zeggen dat je weet dat iemand doodgegaan is.

b)

Zeggen dat je meeleeft met iemand waarvan een vriend of familielid doodgegaan is/verloren heeft.

c)

een bijeenkomst bij een bijzondere

gebeurtenis, bijvoorbeeld een begrafenis of een huwelijk.

d)

Zeggen tegen de conducteur dat hij mag controleren.

9.

Welk woord is geen leenwoord?

a)

datum

b)

weekend

c)

maanden

d)

schnitzel

10.

Wat is het bezittelijk voornaamwoord in deze zin?

Iedereen mag op ons feest komen.

a)

Op

b)

ons

c)

feest

d)

iedereen

11.

Welke bezittelijk voornaamwoord is juist in de volgende zin:

Deze tijdschriften zijn van ons. We willen .............. tijdschriften best uitlenen.

a)

jullie

b)

jouw

c)

onze

d)

haar

12.

Welke bezittelijk voornaamwoord is juist in de volgende zin:

De portemonnee is van u. Ik vind ................... portemonnee mooi.

a)

jouw

b)

uw

c)

onze

d)

haar

13.

Wat is de persoonsvorm van de bijzin?


Je mag niet meer instappen, als het fluitsignaal klinkt.

a)

mag

b)

instappen

c)

mag instappen

d)

klinkt

14.

Wat is de persoonsvorm van de bijzin?


Doordat de zon zo uitbundig schijnt, zijn de planten verwelkt.

a)

verwelkt

b)

zijn

c)

schijnt

d)

de zon

15.

Wat is de persoonsvorm van de hoofdzin?


Morgen trakteert Marloes, omdat ze jarig is.

a)

is

b)

jarig

c)

trakteert

d)

jarig is.