Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Indeling plantenrijk

Total questions: 16

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Waarom bevatten planten bladgroenkorrels?

a)

Omdat ze heterotroof zijn

b)

Om aan fotosynthese te kunnen doen

c)

Ze hebben geen functie

d)

Om gemakkelijk water te kunnen bewaren in de plant

2.

Planten hebben alleen koolstofdioxide en water nodig

a)

Juist

b)

Planten hebben koolstofdioxide en zonlicht nodig

c)

Planten hebben water, koolstofdioxide en zonlicht nodig

d)

Planten hebben water, zuurstofgas en zonlicht nodig

3.

Planten zijn

a)

Autotroof

b)

Heterotroof

c)

Ze zijn zowel autotroof als heterotroof

4.

Hierboven zie je een doorsnede van een plant met aanduiding van de vaatbundel. Welke plant?

a)

Haarmos

b)

Paraplutjesmos

c)

Selder

d)

Vliegezwam

5.

Ze worden meestal in een beperkt aantal aangemaakt

a)

Sporen

b)

Zaden

c)

Zaden en sporen

6.

Ze bestaan uit een groot aantal cellen

a)

Zaden

b)

Sporen

c)

Zaden en sporen

7.

Waarom komen mosplanten in grote groepen voor?

a)

Dan worden ze minder gemakkelijk opgegeten

b)

Hun sporen ontkiemen makkelijker wanneer ze in grote hoeveelheden voorkomen

c)

Ze zijn zo beter beschermd tegen uitdroging

d)

Op die manier hebben ze meer stevigheid

8.

Wat is de functie van de houtvaten?

a)

Minerale sapstroom

b)

Organische sapstroom

9.

Wat is de functie van de zeefvaten

a)

Minerale sapstroom

b)

Organische sapstroom

10.

Bekijk de foto van de prei. Op basis van welke kenmerken kan je stellen dat dit een eenzaadlobbige is?

a)

Hoofdwortel en parallelnervige bladeren

b)

Hoofdwortel en handnervige bladeren

c)

Bijwortel en parallelnervige bladeren

d)

Bijwortel en handnervige bladeren

e)

Fout, hij is een echte tweezaadlobbige

11.

De zaden liggen ingebed in een vrucht

a)

Bedektzadigen

b)

Naaktzadigen

12.

Het bevat de groep van kegeldragers of coniferen

a)

Bedektzadigen

b)

Naaktzadigen

13.

Het eerste bladachtige onderdeel van het kiemende plantje

a)

Embryo

b)

Kiemwit

c)

Zaadvrucht

d)

Zaadlob

14.

Het echte begin van de plant; het bevat steeds een stengeltje en een worteltje

a)

Embryo

b)

Kiemwit

c)

Zaadvrucht

d)

Zaadlob

15.

Vrucht waarbij de zaadhuid sterk vergroeid is met de vruchtwand

a)

graanvrucht

b)

Kiemwit

c)

Zaadvrucht

d)

Zaadlob

16.

Meelachtige massa die als reservevoedsel wordt aangetroffen in zaden van eenzaadlobbigen

a)

Embryo

b)

Kiemwit

c)

Zaadvrucht

d)

Zaadlob