wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Les 8: Herhalingsles. Basis

Total questions: 26

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

De politiek heeft te maken met?

a)

alleen persoonlijke problemen

b)

het maken van keuzes over persoonlijke problemen

c)

het maken van keuzes en het nemen van beslissingen

2.

Wie horen er bij de overheid?

a)

Politici

b)

Ambtenaren

c)

Alle politici en ambtenaren samen

3.

Iedereen van 18 jaar of ouder mag meedoen aan de verkiezingen

a)

democratie

b)

dictatuur

4.

Alleen de partij van de machthebbers heeft het daar voor het zeggen

a)

democratie

b)

dictatuur

5.

Er is vrijheid van meningsuiting

a)

democratie

b)

dictatuur

6.

De kranten mogen niet alles schrijven of zijn in handen van de staat

a)

democratie

b)

dictatuur

7.

Belasting betalen

a)

recht

b)

plicht

8.

Hulp van de overheid krijgen als je niet voor jezelf kunt zorgen

a)

recht

b)

plicht

9.

Een uitkering krijgen als je geen werk meer hebt

a)

recht

b)

plicht

10.

Je aan de verkeersregels houden

a)

recht

b)

plicht

11.

De gemeenteraad en de Tweede Kamer worden allebei gekozen door

a)

het volk

b)

Mark Rutte

c)

Burgemeester

12.
In een democratie mag de bevolking om de paar jaar stemmen. 
a)
de ambtenaren
b)
de grondwet
c)
de politici.
d)
de dictatuur.
13.
In Nederland mag je stemmen als je ……… bent en een Nederlands paspoort hebt. Welke woorden zijn weggelaten? 
a)
A.  16 jaar
b)
B.  18 jaar. 
c)
C.  21 jaar.
14.
De koning moet zijn …………………… elke wet. 
a)
mening geven over.
b)
familie inlichten over
c)
 handtekening plaatsen onder. D.  rechters toestemming vragen voor
d)
 rechters toestemming vragen voor
15.
Een belangrijke taak van de Tweede Kamer is de ministers controleren. 
a)
Deze uitspraak is juist. 
b)
Deze uitspraak is onjuist.
16.
De burgers kiezen in de gemeente: 
a)
de burgemeester. 
b)
de gemeenteraad. 
17.
Wat betekent de afkorting B en W?
a)
Burgerlijk Wetboek. 
b)
Burgemeester en Wethouders. 
c)
Bestuur en Welzijn. 
d)
Burgemeester en Wetten.
18.
De VVD is een voorbeeld van een:
a)
rechtse partij
b)
linkse partij
c)
middenpartij
d)
christelijke partij
19.
Linkse partijen vinden:
a)
dat rijke en arme mensen evenveel belasting moeten betalen
b)
dat de overheid mensen moet helpen die weinig geld hebben.
c)
dat mensen voor elkaar moeten zorgen
20.
Een rechtse partij wil zo veel mogelijk ..... voor de burgers.
a)
Vrijheid
b)
belasting
c)
regels
d)
hulp
21.

Waarom is de EU ontstaan

a)

Om oorlog te voorkomen

b)

Voor meer samenwerking

22.

Nederlanders mogen vrij door de EU reizen

a)

juist

b)

Onjuist

23.

Waar staat EGKS voor ?

a)

Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal

b)

Europese Gewelddadige Koeien slacht

c)

Europese Grote Kasten en Stoelen

24.
Een belangrijke taak van de Tweede Kamer is de ministers controleren.
a)
Juist
b)
Onjuist
25.

Aan de verkiezingen voor de gemeenteraad doen vaak kleine, plaatselijke partijen mee. Een voorbeeld van zo'n partij is:

a)

VVD

b)

Pvda

c)

SP

d)

Leefbaar Breda

26.

Wie maken er keuzes ?

a)

Politici

b)

Ambtenaren

c)

De koning