Font size
WorksheetsNOVA H3 Water 1|2 KGT
Total questions: 40
Worksheet time: 20mins
Mist is een vorm van water. In welke fase is het water in de mist?
Gasfase
Vloeistoffase
Vaste fase
De lucht in een uitademing bevat veel waterdamp. Wat gebeurt er met de waterdamp als je uitademt tegen een koude ruit? De waterdamp:
Condenseert
Smelt
Stolt
Verdampt
Welke uitspraak over ijzel is waar?
Ijzel bestaat uit kristallen
Ijzel is een vaste stof
Ijzel is een vloeistof
Ijzel is een gas
Erik zegt: “Elke vaste stof heeft een eigen kristalstructuur.” Manon zegt: “Kristallen zijn altijd microscopisch klein.” Wie heeft er gelijk?
alleen Erik
alleen Manon
Erik en Manon
Geen van beiden heeft gelijk.
Rijp en dauw zijn twee voorbeelden van neerslag. In welk antwoord staat de juiste fase voor beide?
Rijp en dauw zijn beide vast.
Rijp en dauw zijn beide vloeibaar.
Rijp is vast en dauw is vloeibaar.
Rijp is vloeibaar en dauw is vast.
Bij welke fase-overgang wordt een vaste stof een vloeistof?
Bevriezen
Condenseren
Rijpen
Smelten
Verdampen
Bij welke fase-overgang wordt een vloeistof stof een gas?
Bevriezen
Condenseren
Rijpen
Smelten
Verdampen
Bij welke fase-overgang wordt een vloeistof een vaste stof?
Bevriezen
Condenseren
Rijpen
Smelten
Verdampen
Bij welke fase-overgang wordt een gas een vaste stof?
Bevriezen
Condenseren
Rijpen
Smelten
Verdampen
Bij welke fase-overgang wordt een gas een vloeistof?
Bevriezen
Condenseren
Rijpen
Smelten
Verdampen
Bij welke fase-overgang wordt een vaste stof een gas?
Bevriezen
Condenseren
Rijpen
Smelten
vervluchtigen
Vervluchtigen is de fase overgang van:
vast naar vloeibaar
vast naar gas
vloeibaar naar vast
vloeibaar naar gas
gas naar vast
Verdampen is de fase overgang van:
vast naar vloeibaar
vast naar gas
vloeibaar naar vast
vloeibaar naar gas
gas naar vast
Condenseren is de fase overgang van:
vast naar vloeibaar
gas naar vloeibaar
vloeibaar naar vast
vloeibaar naar gas
gas naar vast
Water bevriest bij:
0 °C
273.15 K
32 °F
Water kookt bij
100 °C
373.15 K
212 °F
’s Winters doen automobilisten antivries bij het water voor de ruitensproeier. Daardoor:
stijgt het smeltpunt van ijs.
daalt het smeltpunt van water.
daalt het vriespunt van ijs.
daalt het vriespunt van water.
