wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling Mens en Natuur KGT module 8 BS 1+2

Total questions: 22

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Bij welk beroep moet jij helpen bij het maken van röntgenfoto's?

a)

Dierenartsassistent

b)

Apothekersassistent

c)

Laboratoriummedewerker

d)

Laboratoriummedewerker en Apothekersassistent

2.

Wanneer ben je gezond?

a)

Als je jezelf lichamelijk goed voelt.

b)

Als je jezelf lichamelijk en geestelijk goed voelt.

c)

Als je jezelf sociaal en lichamelijk goed voelt.

d)

Als je jezelf lichamelijk, geestelijk en sociaal goed voelt.

e)

Als je niet ziek bent.

3.

Hoe noem je een aandoening die jij en één van jou ouders heeft?

a)

aangeboren aandoening

b)

verworven aandoening

c)

erfelijke aandoening

d)

ouderdomsziekte

4.

Als je doof bent dan is dit een .......

a)

altijd een aangeboren aandoening

b)

altijd een verworven aandoening

c)

een aangeboren of verworven aandoening

d)

geen van alle

5.

Het syndroom van down is een .....

a)

aangeboren aandoening

b)

verworven aandoening

c)

aangeboren of verworven aandoening

d)

geen van alle

6.

Wat is een verworven aandoening?

a)

Een ziekte of handicap waarmee je geboren wordt.

b)

Een ziekte of handicap die je later in je leven krijgt.

c)

Een ziekte of handicap die altijd veroorzaakt wordt door een bacterie of virus.

d)

Een ziekte of handicap die alleen ouderen mensen krijgen.

7.

Wat onderzoekt een laboratoriummedewerker?

a)

haar, nagels en huid

b)

oren, ogen en neus

c)

ontlasting en urine

d)

bloed, urine en weefsels van patiënten

8.

Welke taak heeft een apothekersassistent NIET?

a)

voorlichting geven over medicijnen

b)

doseringen controleren

c)

recepten uitschrijven

d)

recepten klaarmaken

9.

Welke opleiding moet je volgen om dierenartsassistent te worden?

a)

dierenarts

b)

dierenartsassistent

c)

dierenkliniek medewerker

d)

dierenassistent

10.

Welke woorden moeten ingevuld worden in deze afbeelding?

a)

lichaam, geest en sociale contacten

b)

lichaam, sociale contacten en ziel

c)

geest, hersenen en sociale contacten

d)

geest, lichaam en familie

11.

Wat is stress?

a)

haaruitval hebben

b)

vaak spanning ervaren, omdat je erg druk bent en door de manier waarop je leeft

c)

vaak hyperactief zijn tijdens activiteiten

d)

veel verschillende dingen planning in de week, waardoor je een drukke agenda hebt

12.

Risicofactoren zijn oorzaken waardoor je met zekerheid ziek wordt. (Door snoep en frisdrank krijg je gaatjes).


Waar of niet waar?

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

Alle vormen van kanker en hart- en vaatziekten zijn leefstijlziekten?


Waar of niet waar?

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

Wat is geen voorbeeld van een allergie?

a)

hooikoorts allergie

b)

pinda-allergie

c)

lactose intolerantie

d)

pfeiffer allergie

15.

Verlamd zijn is een........?

a)

lichamelijke handicap

b)

geestelijke handicap

16.

Een apothekersassistent moet heel nauwkeurig kunnen werken.


Juist of Onjuist?

a)

Juist

b)

Onjuist

17.

Sociaal welzijn heeft te maken met je gedachten en gevoelens.


Juist of Onjuist?

a)

Juist

b)

Onjuist

18.

De ziekte van Pfeiffer is een verworven aandoening.


Juist of Onjuist?

a)

Juist

b)

Onjuist

19.

Besmetting door een bacterie of virus hoort bij?

a)

infectieziekte

b)

ouderdomsziekte

c)

handicap

d)

Je kan helemaal niet ziek worden door een bacterie of virus.

20.

Wat hoort NIET bij een gezonde levensstijl?

a)

op tijd naar bed gaan

b)

twee stuks fruit per dag eten

c)

met de lift gaan in plaats van de trap

d)

veel bewegen

21.

Is de griep een aangeboren of verworven aandoening?

a)

aangeboren

b)

verworven

c)

aangeboren of verworven

d)

geen van alle

22.

hersenbeschadiging door zuurstofgebrek bij de geboorte is dat een aangeboren of verworven aandoening?

a)

aangeboren

b)

verworven

c)

aangeboren of verworven

d)

geen van alle