wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Natuurwetenschappen (trim. 1)

Total questions: 50

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Dit is een voorbeeld van een...

a)

...voedselweb.

b)

...voedselketen.

c)

...voedselpiramide.

d)

...voedselkringloop.

2.

(Klik op de afbeelding om in te zoomen.)

Welke uitspraak is correct?

a)

Sprinkhaan eet een kikker.

b)

Vos eet smalle weegbree.

c)

Buizerd eet een vos.

d)

Adder eet een kikker.

3.

(Klik op de afbeelding om in te zoomen.)

De sprinkhaan is in dit voorbeeld een...

a)

...producent.

b)

...consument eerste orde.

c)

...consument tweede orde.

d)

...consument derde orde.

e)

Ander antwoord.

4.

(Klik op de afbeelding om in te zoomen.)

De vos is in dit voorbeeld een...

a)

...producent.

b)

...consument eerste orde.

c)

...consument tweede orde.

d)

...consument derde orde.

e)

Ander antwoord.

5.

(Klik op de afbeelding om in te zoomen.)

De vlierbes is in dit voorbeeld een...

a)

...producent.

b)

...consument eerste orde.

c)

...consument tweede orde.

d)

...consument derde orde.

e)

Ander antwoord.

6.

(Klik op de afbeelding om in te zoomen.)

Welk begrip past bij nummer 2?

a)

Consumenten

b)

Reducenten

c)

Mineralen

d)

Producenten

7.

(Klik op de afbeelding om in te zoomen.)

Welk begrip past bij nummer 3?

a)

Consumenten

b)

Reducenten

c)

Mineralen

d)

Producenten

8.

Bij deze afbeelding is er sprake van een...

a)

...natuurlijk evenwicht.

b)

...natuurlijk onevenwicht.

9.

Duid alle voorbeelden van massale extincties aan.

a)

Vulkanisme

b)

Natuurlijke klimaatswijzigingen

c)

Meteorietinslagen

10.

Het eerste leven op aarde verscheen in de vorm van...

a)

...eencelligen.

b)

...meercelligen.

c)

...(on)gewervelde dieren.

11.

Welke bedreiging van de biodiversiteit past bij deze foto?

a)

Exoten overheersen

b)

Fragmentatie ecosystemen

c)

Boskap

d)

Jacht op zeezoogdieren

12.

Geef een oplossing/bescherming voor de biodiversiteit voor 'boskap'.

a)

Vegetarisch eten

b)

Inheemse soorten beschermen

c)

Ecotoerisme

d)

Ecoduct verbindt

13.

Welk proces bij groene planten wordt hier weergegeven:

O2 -> CO2

a)

Fotosynthese

b)

Celademhaling

14.

Wat zijn de twee voorwaarden voor fotosynthese?

a)

Bladgroenkorrels

b)

Zonlicht (en warmte)

c)

Eiwitten

d)

Vetten

e)

Glucose

15.

Welke macroscopische aanpassing van planten aan de fotosynthese herken je op de foto?

a)

Bladstand

b)

Bladvorm (-oppervlak)

c)

Aantal blaadjes

d)

Draairichting

16.

Welke macroscopische aanpassing van planten aan de fotosynthese herken je op de foto?

a)

Bladstand

b)

Bladvorm (-oppervlak)

c)

Aantal blaadjes

d)

Draairichting

17.

Microscopische aanpassing van de plant aan de fotosynthese:

Veel bladgroenkorrels zijn gelegen aan de ... van het blad.

a)

bovenzijde

b)

onderste kant

18.

Microscopische aanpassing van de plant aan de fotosynthese:

De uitwisseling van O2 en CO2 gebeurt via openingen in het blad, nl. ...

a)

huidmondjes.

b)

bladgroenkorrels.

c)

wortels.

19.

C6H12O2 = ...

a)

Koolstofdioxide

b)

Water

c)

Glucose

d)

Zuurstofgas

20.

Glucose wordt als bouwstof omgevormd tot...

a)

Zetmeel

b)

Eiwitten

c)

Vetten

d)

Koolstofdioxide

e)

Zuurstofgas

21.

Autotroof of heterotroof?

a)

Autotroof

b)

Heterotroof

22.

Autotroof of heterotroof?

a)

Autotroof

b)

Heterotroof

23.

Autotroof of heterotroof?

a)

Autotroof

b)

Heterotroof

24.

Bij deze bloem spreken we over...

a)

bloemdekbladeren.

b)

bloembekleedsels.

25.

Bij deze bloem spreken we over...

a)

bloemdekbladeren.

b)

bloembekleedsels.

26.

De witte pijl wijst naar een...

a)

kelkblad.

b)

kroonblad.

27.

De witte pijl wijst naar een...

a)

kelkblad.

b)

kroonblad.

28.

Het mannelijk voortplantingsorgaan bij de bloem noemen we...

a)

meeldraad.

b)

stamper.

c)

zaadbeginsel.

d)

helmdraad.

e)

stuifmeelkorrel.

29.

Het vrouwelijk voortplantingsorgaan bij de bloem noemen we...

a)

meeldraad.

b)

stamper.

c)

zaadbeginsel.

d)

helmdraad.

e)

stuifmeelkorrel.

30.

Een volkomen bloem heeft...

a)

stamper(s)

b)

meeldra(a)d(en)

31.

(Antwoord zo specifiek mogelijk.)

De blauwe pijl wijst naar...

a)

Helmknop

b)

Helmdraad

c)

Stamper

d)

Stempel

e)

Stijl

32.

(Antwoord zo specifiek mogelijk.)

De blauwe pijl wijst naar...

a)

Vruchtbeginsel

b)

Bloembodem

c)

Stamper

d)

Stempel

e)

Stijl

33.

(Antwoord zo specifiek mogelijk.)

De blauwe pijl wijst naar...

a)

Vruchtbeginsel

b)

Bloembodem

c)

Stamper

d)

Stempel

e)

Bloemsteel

34.

(Antwoord zo specifiek mogelijk.)

De blauwe pijl wijst naar...

a)

Vruchtbeginsel

b)

Bloembodem

c)

Stamper

d)

Stempel

e)

Stijl

35.

Katjes zijn...

a)

...naakte, eenslachtige bloemen.

b)

...steriele bloemen.

c)

...naakte, tweeslachtige bloemen.

36.

De blauwe pijl wijst naar een...

a)

steriele lokbloem.

b)

naakte bloem.

c)

katje.

d)

eenslachtige bloem.

e)

volkomen bloem.

37.

Een wilg heeft mannelijke en vrouwelijke bloemen. Deze bloemen komen voor op aparte planten. Ze zijn dus...

a)

eenhuizig.

b)

tweehuizig.

38.

Een hazelaar heeft mannelijke en vrouwelijke bloemen. Deze bloemen komen voor op dezelfde plant. Ze zijn dus...

a)

eenhuizig.

b)

tweehuizig.

39.

Na verloop van tijd versmelten de helmhokjes twee aan twee, om uiteindelijk te barsten. Hoe komt dit?

a)

Het rijpen van de stuifmeelkorrels.

b)

Ouderdom.

c)

Omdat de stamper van dezelfde bloem rijp is.

d)

Door de wind.

e)

Omdat een insect er tegen botst.

40.

Bij ... is er nog geen contact tussen zaadcel en eicel.

a)

bestuiving

b)

bevruchting

41.

Deze stuifmeelkorrel is een voorbeeld voor...

a)

windbestuiving.

b)

insectenbestuiving.

42.

Deze stuifmeelkorrel die aangeduid wordt door de blauwe pijl is een voorbeeld voor...

a)

windbestuiving.

b)

insectenbestuiving.

43.

Nummer 1 is een voorbeeld van...

a)

zelfbestuiving.

b)

buurbestuiving.

c)

kruisbestuiving.

44.

Nummer 2 is een voorbeeld van...

a)

zelfbestuiving.

b)

buurbestuiving.

c)

kruisbestuiving.

45.

Nummer 3 is een voorbeeld van...

a)

zelfbestuiving.

b)

buurbestuiving.

c)

kruisbestuiving.

46.

Duid alle mogelijke kenmerken van insectenbloeiers aan.

a)

Duidelijke geur en kleur van de bloem

b)

Nabootsen van een wijfje van een insect

c)

Samengestelde bloemen

d)

Ver uitstekende meeldraden

e)

Stuifmeel van katjes

47.

Duid alle mogelijke kenmerken van windbloeiers aan.

a)

Duidelijke geur en kleur van de bloem

b)

Nabootsen van een wijfje van een insect

c)

Samengestelde bloemen

d)

Ver uitstekende meeldraden

e)

Stuifmeel van katjes

48.

Welk begrip hoort bij nr. 4?

a)

Helmdraad

b)

Bloemsteel

c)

Stuifmeelkorrel

d)

Helmhokje

e)

Helmknop

49.

Geef het teken voor 'vrouwelijk'.

a)

b)

50.

Geef het teken voor 'mannelijk'.

a)

b)