wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bewegen

Total questions: 25

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.
De botten in je vingertopjes noem je ...
a)
Handwortelbeentjes
b)
Middenhandsbeentjes
c)
Vingerkootjes
d)
Topbotjes
2.
Lijmstof zorgt ervoor dat je botten hard en sterk zijn.
a)
Waar
b)
Niet waar
3.
De dubbele S-vorm zorgt voor
a)
Stevigheid
b)
Het opvangen van schokken
c)
Het beknellen van zenuwen
d)
Snellere beweging
4.
Het wervelgat van je wervelkolom bevat ...
a)
spieren
b)
zenuwen
c)
bot
d)
gewrichten
5.
Deze beer is een ...
a)
Teenganger
b)
Zoolganger
c)
Hoefganger
d)
Pootganger
6.
Een gewrichtsknobbel is een onderdeel van het bot.
a)
Waar
b)
Niet waar
7.
De verbinding tussen je ellepijp en opperarmbeen is een ...
a)
Kraakbeenverbinding
b)
Scharniergewricht
c)
Kogelgewricht
d)
Rolgewricht
8.
Welk soort verbinding zie je op het plaatje? 
a)
rolgewricht
b)
scharniergewricht
c)
kogelgewricht
9.
Welk soort verbinding zie je op het plaatje? (het is de schouder)
a)
rolgewricht
b)
scharniergewricht
c)
kogelgewricht
d)
naadverbinding
10.
De tussenwervelschijf tussen twee wervels is een voorbeeld van een 
a)
naadverbinding
b)
gewrichtsverbinding
c)
kraakbeenverbinding
d)
wervelverbinding
11.
Been is buigzamer dan kraakbeen
a)
Juist
b)
onjuist
12.
Welk type weefsel is dit?
a)
Beenweefsel
b)
Kraakbeenweefsel
c)
Tussencelstrof
d)
Zwakbeenweefsel
13.
Op welk plaatje zie je een naadverbinding?
a)
Plaatje 1
b)
Plaatje 2
c)
Plaatje 3
d)
Geen enkele
14.
Wat geeft nummer 2 aan?
a)
Spiervezel
b)
Spierbundel
c)
Spier
d)
Pees
15.
Cellen in spieren noem je ...
a)
spierbundels
b)
spiervezels
c)
spieren
d)
pezen
16.
Pezen bestaan uit ...
a)
vliezen van spierbundels
b)
uiteinden van bot
c)
kraakbeen
d)
rolgewrichten
17.
Kies de juiste woorden:
Als je een spier aanspant wordt hij dikker/dunner en langer/korter.
a)
dikker en langer
b)
dikker en korter
c)
dunner en langer
d)
dunner en korter
18.
Spieren die een tegengestelde beweging mogelijk maken, noem je ...
a)
tegenstanders
b)
antagonisten
c)
reflexen
d)
kringspieren
19.
Je hart is een ...
a)
willekeurige spier
b)
onwillekeurige spier
20.
Hoe heet het terugplaatsen van gebroken botten in de goede positie?
a)
Repareren
b)
Gipsen
c)
Zetten
d)
Kneuzen
21.
Bij een verstuiking ...
a)
zijn de gewrichtsbanden en het gewrichtskapsel te ver uitgerekt en/of gescheurd.
b)
is de gewrichtsknobbel uit de kom.
c)
is het kraakbeen gescheurd.
d)
hebben de spieren een flinke klap gekregen.
22.
Het plotseling heftig samentrekken van spieren noem je ...
a)
kramp
b)
hernia
c)
zweepslag
d)
verstuiking
23.
Wat helpt niet bij het voorkomen van blessures?
a)
Intapen
b)
Warming-up
c)
Warm aankleden tijdens het sporten
d)
Cooling-down
24.
Welke verandering treedt er op in de spieren als je door training sterker wordt?
a)
De spiervezels worden dikker
b)
Er worden nieuwe spiervezels aangemaakt
c)
De spiervezels worden langer
d)
De pezen worden steviger
25.
Wat zijn onwillekeurige spieren?
a)
Spieren met een ronde vorm.
b)
Spieren die 'vanzelf' samentrekken, je hoeft daar niet over na te denken.
c)
Spieren die 'zomaar' samentrekken, terwijl jij dat niet wilt.
d)
Spieren die alleen samentrekken als jij dat wilt.