wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

thema 3 taal actief groep 8

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.
Omdat hij niet wilde verdwalen, strooide Klein Duimpje steentjes op het pad.
a)
Hoofdzin + Hoofdzin
b)
Bijzin + Bijzin
c)
Hoofdzin + Bijzin
d)
Bijzin + Hoofdzin
2.
Moeder zei tegen Roodkapje dat ze op het pad moest blijven.
a)
Hoofdzin + Hoofdzin
b)
Bijzin + Bijzin
c)
Hoofdzin + Bijzin
d)
Bijzin + Hoofdzin
3.
Sneeuwwitje werd ziek, doordat ze van de vergiftigde appel at.
a)
Hoofdzin + Hoofdzin
b)
Bijzin + Bijzin
c)
Hoofdzin + Bijzin
d)
Bijzin + Hoofdzin
4.
Zodra de heks bij de toren kwam, moest Rapunzel haar vlechten laten zakken.
a)
Hoofdzin + Hoofdzin
b)
Bijzin + Bijzin
c)
Hoofdzin + Bijzin
d)
Bijzin + Hoofdzin
5.
Assepoester verloor haar muiltje, toen ze van het bal vertrok.
a)
Hoofdzin + Hoofdzin
b)
Bijzin + Bijzin
c)
Hoofdzin + Bijzin
d)
Bijzin + Hoofdzin
6.
Vrouw Holle overlaadde het aardige meisje met goud, omdat ze haar trouw gediend had.
a)
Hoofdzin + Hoofdzin
b)
Bijzin + Bijzin
c)
Hoofdzin + Bijzin
d)
Bijzin + Hoofdzin
7.
Juist toen ze de weg kwijt waren, ontdekten Hans en Grietje een huisje van koek en snoepgoed.
a)
Hoofdzin + Hoofdzin
b)
Bijzin + Bijzin
c)
Hoofdzin + Bijzin
d)
Bijzin + Hoofdzin
8.

de impressie

a)

de indruk

b)

de afdruk

c)

iets wat je leuk vind

9.

uitvoerig

a)

stom

b)

uitgebreid

c)

kort

10.

rampzalig

a)

een ramp in een werelddeel

b)

ellendig, heel erg

c)

vulkaanuitbarsting

11.

beknopt

a)

een knot maken

b)

knopen maken

c)

kort, met zo min mogelijk woorden

12.

de knoop door hakken

a)

met een hakbijl een touw door hakken

b)

een beslissing nemen

c)

knopen maken

13.

ontglippen

a)

uitglijden

b)

glijdend ontsnappen

c)

ontkomen

14.

manoeuvreren

a)

ergens lang wurmen

b)

heen een weer gaan

c)

een voertuig van richting doen veranderen

15.

lichtgewicht

a)

een lamp

b)

van zeer licht materiaal gemaakt

c)

een ander woord voor weegschaal

16.

het niet breed hebben

a)

dun zijn

b)

niet veel geld hebben

c)

alleen de lengte hebben

17.

een aannemer

a)

iemand die altijd ja zegt

b)

iemand die alles aan neemt

c)

een uitvoerder van een bouwproject