wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Argumenteren

Total questions: 48

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.
Het aantal mensen bij wie staar wordt geconstateerd, neemt de laatste jaren sterk toe. Al die beeldschermen zijn slecht voor onze ogen.
a)
onjuiste oorzaak-gevolgrelatie
b)
ontduiken van de bewijslast
c)
persoonlijke aanval
d)
verkeerde vergelijking
2.
De president van Amerika zegt dat vluchtelingen geweerd moeten worden. Dus daar ben ik het mee eens!
a)
cirkelredenering
b)
verkeerde vergelijking
c)
onjuist beroep op autoriteit
d)
onjuiste oorzaak-gevolgrelatie
3.
Arjan heeft een vier voor zijn wiskundetentamen. Het tentamen is zeker slecht gemaakt.
a)
cirkelredenering
b)
onjuiste oorzaak-gevolgrelatie
c)
ontduiken van de bewijslast
d)
overhaaste generalisatie
4.
Het is niet goed dat een volk zijn eigen regeringsvorm kiest. Je laat een kind toch ook niet zijn eigen type opvoeder kiezen.
a)
cirkelredenering
b)
het bespelen van het publiek
c)
verkeerde vergelijking
d)
overhaaste generalisatie
5.
Wie ben jij als milieuvervuilende autorijder om te zeggen dat iedereen fosfaatvrij moet gaan wassen.
a)
bespelen van het publiek
b)
cirkelredenering
c)
verkeerde vergelijking
d)
persoonlijke aanval
6.
Het wordt morgen slecht weer. Onze docent Nederlands zei dat ook al.
a)
overhaaste generalisatie
b)
onjuiste beroep op autoriteit
c)
onjuiste oorzaak-gevolgrelatie
d)
cirkelredenering
7.
Het wordt morgen slecht weer. Onze docent Nederlands zei dat ook al.
a)
overhaaste generalisatie
b)
onjuiste beroep op autoriteit
c)
onjuiste oorzaak-gevolgrelatie
d)
cirkelredenering
8.
Iedere fatsoenlijke Nederlander vindt dat de kabinetsformatie veel te lang duurt.
a)
ontduiken van de bewijslast
b)
overhaaste generalisatie
c)
bespelen van het publiek
d)
onjuiste oorzaak-gevolgrelatie
9.
Ik ben drie dagen in Londen geweest, alléén maar regen... Het regent altijd in Londen.
a)
overhaaste generalisatie
b)
onjuist beroep op autoriteit
c)
onjuiste oorzaak-gevolgrelatie
d)
cirkelredenering
10.
Ik ben drie dagen in Londen geweest, alléén maar regen... Het regent altijd in Londen.
a)
overhaaste generalisatie
b)
onjuist beroep op autoriteit
c)
onjuiste oorzaak-gevolgrelatie
d)
cirkelredenering
11.
Ik ben drie dagen in Londen geweest, alléén maar regen... Het regent altijd in Londen.
a)
overhaaste generalisatie
b)
onjuist beroep op autoriteit
c)
onjuiste oorzaak-gevolgrelatie
d)
cirkelredenering
12.
Niemand twijfelt eraan dat Donald Trump het ontzettend goed gaat doen als president van de Verenigde Staten.
a)
cirkelredenering
b)
overhaaste generalisatie
c)
bespelen van het publiek
d)
ontduiken van de bewijslast
13.
Niemand twijfelt eraan dat Donald Trump het ontzettend goed gaat doen als president van de Verenigde Staten.
a)
cirkelredenering
b)
overhaaste generalisatie
c)
bespelen van het publiek
d)
ontduiken van de bewijslast
14.
De winnaar van het groot dictee der Nederlandse taal heeft 8 fouten gemaakt. Het is dus slechts gesteld met het spellingsonderwijs.
a)
onjuiste oorzaakgevolgrelatie
b)
verkeerde vergelijking
c)
ontduiken van de bewijslast
d)
overhaaste generalisatie
15.
De winnaar van het groot dictee der Nederlandse taal heeft 8 fouten gemaakt. Het is dus slechts gesteld met het spellingsonderwijs.
a)
onjuiste oorzaakgevolgrelatie
b)
verkeerde vergelijking
c)
ontduiken van de bewijslast
d)
overhaaste generalisatie
16.
De pleidooien in de Volkskrant voor uitbreiding van de Europese Unie hebben effect gehad, want sindsdien zijn er zes nieuwe lidstaten bijgekomen.
a)
onjuist beroep op een oorzaak-gevolgschema
b)
onjuist beroep op autoriteit
c)
bespelen van het publiek
d)
overhaaste generalisatie
17.
Als Nederland het gebruik van softdrugs zal legaliseren, zal het aantal drugsverslaafden verveelvoudigen. Ons land zal als een onbetrouwbare narcostaat beschouwd worden en zijn aanzien en invloed in de Europese Unie verkwanselen.
a)
overdrijven van voor- of nadelen
b)
overhaaste generalisatie
c)
vertekenen van het standpunt
d)
ontduiken van de bewijslast
18.
Die zaal is kil en onpersoonlijk ingericht en de stoelen zitten niet comfortabel. We moeten daar niet gaan vergaderen.
a)
onjuist beroep op een kenmerk- of eigenschapsschema
b)
onjuist beroep op een oorzaak- gevolgschema
c)
overdrijven van voor- of nadelen
d)
verkeerde vergelijking
19.
Of je voedt kinderen streng op met het gevolg dat ze gefrustreerd raken, of je laat ze vrij met het gevolg dat ze volledig ontsporen.
a)
vals dilemma
b)
vertekenen van het standpunt
c)
bespelen van het publiek
d)
cirkelredenering
20.
Het geschiedenisonderwijs kan beter worden afgeschaft. Wat gebeurd is, is gebeurd. Een versleten jas gooi je toch ook weg?
a)
verkeerde vergelijking
b)
onjuist beroep op een oorzaak- gevolgschema
c)
vertekenen van het standpunt
d)
bespelen van het publiek
21.
De ING is de beste bank voor alle Nederlanders. Dat zegt voetballer Memphis Depay ook.
a)
onjuist beroep op autoriteit
b)
onjuist beroep op een oorzaak- gevolgschema
c)
op-de-manspelen of persoonlijke aanval (argumentum ad hominem)
d)
bespelen van het publiek
22.
Kinderen van de middelbare school kunnen niet zelfstandig werken, want ze zijn nog niet volwassen.
a)
cirkelredenering
b)
onjuist beroep op een oorzaak- gevolgschema
c)
vertekenen van het standpunt
d)
vals dilemma
23.
"Dat rapport is geschreven door professor B. Janssen, lid van de Sociaal Economische Raad." "Is dat niet die man die onlangs in het nieuws was wegens belastingontduiking?"
a)
op-de-manspelen of persoonlijke aanval (argumentum ad hominem)
b)
onjuist beroep op een oorzaak- gevolgschema
c)
bespelen van het publiek
d)
vals dilemma
24.
Dit kabinet heeft zijn langste tijd gehad. Dat zal iedereen met mij eens zijn.
a)
ontduiken van de bewijslast
b)
onjuist beroep op een oorzaak- gevolgschema
c)
vertekenen van het standpunt
d)
cirkelredenering
25.
"Ik vind dat medisch specialisten soms te veel verdienen." "Dus je bent het met me eens dat hun tarieven drastisch omlaag moeten!"
a)
vertekenen van het standpunt
b)
overdrijven van voor- of nadelen
c)
onjuist beroep op een oorzaak- gevolgschema
d)
overhaaste generalisatie
26.
Wie wil er nu als zinnig mens op zulke lieve, kleine zangvogels jagen?
a)
bespelen van het publiek
b)
onjuist beroep op een oorzaak- gevolgschema
c)
cirkelredenering
d)
overhaaste generalisatie
27.
Wie wil er nu als zinnig mens op zulke lieve, kleine zangvogels jagen?
a)
bespelen van het publiek
b)
onjuist beroep op een oorzaak- gevolgschema
c)
cirkelredenering
d)
overhaaste generalisatie
28.
Wie wil er nu als zinnig mens op zulke lieve, kleine zangvogels jagen?
a)
bespelen van het publiek
b)
onjuist beroep op een oorzaak- gevolgschema
c)
cirkelredenering
d)
overhaaste generalisatie
29.
De traditie van Zwarte Piet moet worden afgeschaft. De Nederlandse cultuur mag geen racisme toestaan.
a)
normen en waarden
b)
gezag of autoriteit
c)
gevoel / intuïtie / emotie
d)
nut of gewenste gevolgen
30.
De maximale snelheid op snelwegen moeten we verhogen naar 130 km/u. Dat zal het aantal files doen verminderen.
a)
nut of gewenste gevolgen
b)
ervaring
c)
controleerbare feiten
d)
vergelijking
31.
Je moet niet strategisch stemmen! Dan houd je altijd het gevoel dat je beter op de partij had kunnen stemmen waar jij volledig achter staat.
a)
gevoel / intuïtie / emotie
b)
voorbeeld
c)
gevolg
d)
nut of gewenste gevolgen
32.

Welk argumentatieschema past bij de volgende uitspraken: Ik vind de nieuwe James Bondfilm geweldig. Het verhaal zit goed in elkaar en de acteurs spelen geloofwaardig.

a)
b)
c)
d)
33.

Welk argumentatieschema past bij de volgende uitspraken: Wielrennen is een gevaarlijke sport, want er gebeuren vaak ongelukken. Er zijn veel valpartijen en ook rijdt er bijna altijd wel iemand tegen een toeschouwer, paaltje of hek aan.

a)
b)
c)
d)
34.

Welk argumentatieschema past bij: Floris gaat met de auto naar zijn werk, want hij heeft meestal zware tassen mee te nemen. Ook reist hij op die manier het snelst, want het openbaar vervoer is niet zo goed geregeld in het gebied waar hij woont.

a)
b)
c)
d)
35.

Welk soort argumentatieschema past het beste bij: Volgens de weerberichten wordt er hevige sneeuw verwacht. Het lijkt me daarom verstandig dat je vandaag thuiswerkt. Bovendien moet er iemand thuis zijn als de loodgieter komt.

a)
b)
c)
d)
36.

Wat is het standpunt in: Mijn nieuwe vriendje kan goed dansen. Daarom wil ik het zelf ook goed leren. Dus ga ik binnenkort op dansles.

a)

Mijn vriendje kan goed dansen.

b)

Ik wil het zelf ook goed leren.

c)

Ik ga binnenkort op dansles.

37.

Anton kan goed schilderen. Hij heeft vorige week al drie schilderijen verkocht. Is het argument "hij heeft vorige week al drie schilderijen verkocht" een feitelijk of een niet-feitelijk argument?

a)

Feitelijk

b)

Niet-feitelijk

38.

De smartphone is onmisbaar. Je kunt er overal geld mee overmaken en veel jongeren voelen zich ongelukkig zonder smartphone. Is "veel jongeren voelen zich ongelukkig zonder smartphone" een feitelijk of een niet-feitelijk argument?

a)

Feitelijk

b)

Niet-feitelijk

39.

Maastricht is een prima stad om een dagexcursie voor CKV te organiseren. In Maastricht kun je verschillende musea en galleries bezoeken en Maastricht heeft een gezellige binnenstad. Is "in Maastricht kun je verschillende musea en galleries bezoeken" een feitelijk of een niet feitelijk argument?

a)

Feitelijk

b)

Niet-feitelijk

40.

Maastricht is een prima stad om een dagexcursie voor CKV te organiseren. In Maastricht kun je verschillende musea en galleries bezoeken en Maastricht heeft een gezellige binnenstad. Is "in Maastricht kun je verschillende musea en galleries bezoeken" een feitelijk of een niet feitelijk argument?

a)

Feitelijk

b)

Niet-feitelijk

41.

Welk signaalwoord is geen signaalwoord waar je een argument aan kunt herkennen?

a)

Overigens

b)

Bovendien

c)

Daarnaast

d)

Daartegenover

42.
Piet is eigenlijk nog een groot kind. Hij speelt nog het liefste met zijn piratenlego. Redenatie?
a)
Op basis van kenmerk
b)
Op basis van voor- en nadelen
c)
Op basis van overeenkomst
d)
Op basis van oorzaak en gevolg
43.
Als Geert meegaat krijgen we vast ruzie. Dat gebeurde de vorige keer ook.
Redenatie?
a)
Op basis van kenmerk
b)
Op basis van voorbeelden
c)
Op basis van overeenkomst
d)
Op basis van oorzaak en gevolg
44.
Het zal me niet verbazen als we straks buikpijn hebben. Het vlees was namelijk niet goed gaar.
Redenatie?
a)
Op basis van kenmerk
b)
Op basis van voorbeelden
c)
Op basis van overeenkomst
d)
Op basis van oorzaak en gevolg
45.
Russische leiders zijn niet gewend om kritiek te krijgen. Geen wonder dat Poetin zo reageert.
Redenatie?
a)
Op basis van voorbeelden
b)
Op basis van oorzaak en gevolg
c)
Op basis van overeenkomst
d)
Op basis van kenmerk
46.
Aan welk signaalwoord zie je dat er een conclusie/standpunt volgt?
a)
Maar
b)
Omdat
c)
Want
d)
Dus
47.
Aan welk woord zie je dat er een argument volgt?
a)
Zodoende
b)
Toch
c)
Want
d)
Maar
48.

Het aantal mensen bij wie staar wordt geconstateerd, neemt de laatste jaren sterk toe. Al die beeldschermen zijn slecht voor onze ogen.

a)

onjuiste oorzaak-gevolgrelatie

b)

ontduiken van de bewijslast

c)

persoonlijke aanval

d)

verkeerde vergelijking