wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Psychomotoriek - Les 1

Total questions: 8

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Welke is geen uitgangspunt van de Psychomotoriek?

a)

Psychomotoriek gaat uit van de eenheid tussen geest en lichaam.

b)

Psychomotoriek gaat uit van de onderlinge relatie tussen soma, psyche en omgeving

c)

Psychomotoriek speelt een cruciale rol in de persoonlijkheidsontwikkeling.

d)

Psychomotoriek situeert zich in de leer van het menselijk bewegen.

2.

We spreken van psychomotorische ontwikkeling wanneer ...

a)

het gaan over de leer die zich richt op veranderingen in het observeerbare beweeggedrag die samenhang vertoont met de leeftijd.

b)

het gaat over de toepassing van de psychomotorische principes op normaal ontwikkelden.

c)

het gaat over de beïnvloeding van de totale persoonlijkheid via de geëigende middelen maar nu bij een disfunctionerende populatie.

3.

Bij het psychodynamisch perspectief op ontwikkeling ligt de focus op ...

a)

Waarneembaar gedrag

b)

Innerlijke krachten

c)

De oorsprong van ons begrip

d)

Een brede visie op ontwikkeling

4.

Volgens Freud heeft elke persoon 3 aspecten. Het Id is ...

a)

Het rationele en redelijke deel van de persoonlijkheid.

b)

Het aspect van de persoonlijkheid dat iemands geweten vertegenwoordigt en het onderscheid belichaamt tussen goed en kwaad.

c)

Het primitieve, ongeorganiseerde, aangeboren deel van de persoonlijkheid dat aanwezig is bij de geboorte.

5.

Volgens welke ontwikkelingstheorie is er in elke stadium van de ontwikkeling sprake van een crisis of conflict dat het individu moet oplossen?

a)

Psychosociale theorie van Erikson

b)

Psychoanalytische theorie van Freud

c)

Bio-ecologisch model van Bronfenbrenner

d)

Cogntieve ontwikkelingstheorie van Piaget

6.

Volgens het ... perspectief is de omgeving (nurture) belangrijker voor de ontwikkeling dan erfelijkheid (nature).

a)

Psychodynamisch

b)

Cognitief

c)

Systemisch

d)

Behavioristisch

7.

Een kind zal zijn bord leegeten als hij daardoor de afwas niet hoeft te doen. Dit is een voorbeeld van ...

a)

Klassieke conditionering

b)

Operante conditionering

c)

Sociaal-cognitief leren

d)

Stimulus-respons leren

8.

Adaptie is volgens Piaget de benaming voor ...

a)

het proces waarbij mensen een ervaring interpreteren binnen hun huidige cognitieve ontwikkelingsstadium en denkwijze.

b)

het proces waarbij bestaande manieren van denken veranderen in reactie op nieuwe stimuli of gebeurtenissen.

c)

de manier waarop kinderen reageren op en zich aanpassen aan nieuwe informatie.