wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Wijzer! Geschiedenis H4 Gr8

Total questions: 44

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

Hoe lang duurde de 1ste Wereldoorlog

a)

1914 tot 1918

b)

1920 tot 1925

c)

1913 tot 1917

d)

1914 tot 1919

2.

Wat was Hitlers grote droom?

a)

Duitsland wordt het machtigste land ter wereld

b)

Alle Duitsers groot, blond met blauwe ogen

c)

Terug naar de democratie: alle Duitsers beslissen mee

d)

De schande van de 1e Wereldoorlog goedmaken

3.

Wanneer werd de tweede wereldoorlog gevoerd?

a)

Van 1939 t/m 1945

b)

Van 1940 t/m 1954

c)

Van 1939 t/m 1946

d)

Van 1945 t/m 1955

4.

Hoeveel miljoen joodse mannen, vrouwen en kinderen werden vermoord tijdens de Tweede Wereldoorlog?

a)

6 miljoen

b)

5 miljoen

c)

2 miljoen

d)

4.5 miljoen

5.

Welke partij in Nederland wilde een staat die, net als in Duitsland, geregeerd werd door mensen met coole ideeën?

a)

de Nationaal Socialistische Beweging, NSB

b)

de Partij voor Volkseenheid, PV

c)

De Anti-democratische Partij Nederland, APN

d)

De Volkspartij

6.

Waarom voelde niemand zich een winnaar na de 2e Wereldoorlog?

a)

alles was kapot en veel mensen dood of kwijt

b)

de meeste mensen waren voor Duitsland

c)

de belastingen werden verhoogd voor herstelbetalingen

d)

er was overal in de wereld te weinig eten door de oorlog

7.
In welk jaar werd Nederland bevrijd van de Duitse bezetting?
a)
1945
b)
1955
c)
1965
d)
1925
8.

Welk feest wordt er gehouden om de bevrijding te vieren?

a)

Bevrijdingsdag

b)

Dodenherdenking

c)

Veteranendag

d)

Vredesweek

9.

Hoe heetten de fanatieke burgeraanhangers van Hitler?

a)

de nazi’s

b)

de nsb-ers

c)

zionisten

d)

ss-ers

10.

Op welke datum vieren we ieder jaar dat heel Nederland bevrijd is van de Duitse bezetting?

a)

1 mei

b)

4 mei

c)

5 mei

d)

18 september

11.

Waar moesten in 1933 werkelozen iedere dag naartoe?

a)

stempelkantoor

b)

uitzendbureau

c)

werk

d)

werkverschaffing, om te kijken waar ze die dag moesten werken

12.

Wie hoort er NIET bij de geallieerden in de 1e WO?

a)

Oostenrijk

b)

Frankrijk

c)

UK

d)

VS

13.

Hoe heetten aanhangers van de Nederlandse Anti-democratische partij, die met de Duitse bezetter samenwerkten?

a)

NSB-ers

b)

ratten

c)

moffen

d)

VN-ers

14.

Waarom wilden landen vóór de 1e Wereldoorlog zo veel mogelijk bondgenoten hebben?

a)

Omdat landen in die tijd alleen met bondgenoten handel dreven

b)

Omdat alle landen overal in de wereld koloniën aan 't veroveren waren.

c)

Ze dachten dat dat de beste manier was om vrede te houden

d)

Alle landen waren bang voor oorlog en wilden hulp als ze werden aangevallen.

15.

Wat is waar?

a)

in de crisistijd kwamen er partijen die TEGEN democratie waren

b)

Hitler was een voorvechter voor de democratie

c)

na de oorlog werden wilden veel kolonies weer aansluiting bij hun oude koloniale overheerser

d)

De nazi's hielden van een multiculturele samenleving.

16.

Wat is een dictator?

a)

iemand die alleen de baas is

b)

iemand die democratie belangrijk vindt

c)

iemand die het leger belangrijker vindt dan burgers

d)

iemand die de samenleving bang wil maken door onverwachte aanslagen

17.

Na de 1e Wereldoorlog moest Duitsland boeten. Wat hoorde NIET bij de straf?

a)

Duitsland mocht helemaal geen leger hebben

b)

alle schade terugbetalen o.a. 7 miljoen kilo goud

c)

geen koloniën meer hebben

d)

stukken Duitsland aan Frankrijk geven

18.

Wanneer brak de crisis uit?

a)

1929

b)

1919

c)

1930

d)

1933

19.

Waarom ziet de kaart van Europa er na de 1e Wereldoorlog anders uit?

a)

Duitsland moest grote gebieden aan Frankrijk geven

b)

Oostenrijk-Hongarije viel uit elkaar in kleinere landen, waarin maar één volk woonde

c)

Kleine landen wilden voortaan aan bij een groot land horen, zo ontstond Oostenrijk-Hongarije.

d)

Dat komt door de loopgraven die in de 1e Wereldoorlog zijn gegraven

20.

In de crisisjaren konden werkelozen gedwongen worden om te werken. Hoe heette dat?

a)

Bijstand

b)

Stempelen

c)

Werkverschaffing

d)

Crisiswerk

21.

Waar werden in de bezettingstijd ongewenste mensen naar toe gebracht?

a)

Concentratiekampen

b)

Opvoedingskampen

c)

Naar andere landen

d)

Naar Israel

22.

Wat was geen punt uit het verkiezingsprogramma van Hitler?

a)

"In het ideale Duitsland hoort een ideaal volk: mooie, gezonde Duitsers."

b)

"Duitsers zijn beter en hebben meer land nodig."

c)

"Duitsland helemaal klaar met de strafbetalingen van de 1e Wereldoorlog."

d)

"In het toekomstige democratische Duitsland is verdraagzaamheid belangrijk."

23.

Wat maakte het Duitse leger van Hitler zo goed? Kies er 2.

a)

Goed getraind groot leger.

b)

Goede wapens en wegen voor tanks.

c)

De Duitse soldaten waren rond de 16.

d)

Verrassingseffect: niemand had een aanval verwacht van Duitsland.

24.

Voor welke bevolkingsgroepen was er geen plaats in Hitlers ideale Duitsland? (kies meer antwoorden)

a)

zieke kinderen en gehandicapten

b)

homo's en zigeuners

c)

joden en Jehova's getuigen

d)

communisten, socialisten en verzetsmensen

25.

Wat was een nieuw wapen in de Eerste Wereldoorlog?

a)

een tank

b)

prikkeldraad

c)

geweer

d)

granaat

26.

Hoe wordt de moord op joden in de 2e WO genoemd? (kies 2)

a)

Holocaust (betekent "brandoffer" in oud-Grieks, een slecht gekozen term)

b)

Shoa (betekent "vernietiging" in het joods)

c)

Genocide (betekent "volk-moord" in het latijn)

d)

Porajmos (betekent "de verslinding" in het Roma)

27.

Door welke geallieerden werd Zuid-Nederland in 1944 NIET bevrijd?

a)

Russen

b)

Canadezen

c)

Engelsen

d)

Amerikanen

28.

Hoe kwam Duitsland aan eten en grondstoffen voor hun legers en oorlog?

a)

Ze hadden in de jaren voor de oorlog enorm geïnvesteerd in betere landbouw en mijnbouw.

b)

Ze roofden het gewoon uit de bezette landen.

c)

Alle Duitsers aten gewoon een beetje minder en leverden al hun metaal in voor de oorlog

d)

Duitsland betaalde daar netjes voor (met geld dat ze van alle vermoorde mensen hadden gestolen).

29.

Wat hoort NIET bij de crisis van 1929?

a)

Bedrijven over de hele wereld gingen failliet.

b)

Mensen kochten minder spullen omdat veel mensen werkeloos werden.

c)

Nederlandse werkelozen kregen net genoeg uitkering om huur en 'n beetje eten te betalen.

d)

De regering ging er vanuit dat werkelozen liever werkten dan stempelden.

30.

Wat gaven de geallieerde soldaten bij de bevrijding aan de mensen die hen toejuichten?

a)

chocolade en kauwgum

b)

vlaggen en 'n radio

c)

slingers en confetti

d)

wapens om zich te verdedigen

31.

"Ga, het is je plicht, jongen. Ga vandaag bij het leger."

Is deze poster van de 1e of 2e WO?

a)

De 1e, dat zie je aan die lange rok van de vrouw en de hoge boord van de man.

b)

De 2e, want toen stuurden moeders hun zoon naar het front omdat ze dachten dat-ie vóór Kerst weer thuis zou zijn.

32.

Wanneer kwam er een einde aan de eerste wereldoorlog?

a)

11 november 1918

b)

11 november 1819

c)

11 november 1927

d)

11 november 1908

33.

Wie was Franz-Ferdinand?

a)

De kroonprins van Oostenrijk-Hongarije die oorlog wilde voorkomen, maar doodgeschoten werd.

b)

De man die de kroonprins doodschoot om oorlog te voorkomen.

c)

De keizer van Oostenrijk-Hongarije die aanstuurde op oorlog.

d)

De codenaam van de verzetsgroep die oorlog wilde omdat ze een vrij land wilden.

34.

Hoe hielp de regering werkelozen tijdens de crisisjaren?

a)

Werkelozen moesten iedere dag lang in de rij staan voor een stempel, en kregen dan wat geld.

b)

Werkelozen kregen een uitkering op hun bankrekening gestort.

c)

De regering hielp met 't vinden van een baan.

d)

De regering hielp bedrijven met 't maken van banen voor werkelozen.

35.

Wanneer werd Eindhoven bevrijd?

a)

1 mei 1940

b)

4 mei 1943

c)

5 mei 1947

d)

18 september 1944

36.

Hoe heette de grens tussen Nederland en het bezette België in de 1e WO?

a)

Achtung, om te waarschuwen dat 't gevaarlijk was om over de grens te gaan.

b)

Dodendraad, omdat je geëlektrocuteerd werd als je aan de grensdraad kwam.

c)

Hoogspanning

d)

Doodsgevaar

37.

Wat zie je NIET op dit kaartje van de bevrijding in 1944-1945?

a)

Ons deel van Nederland werd eerder bevrijd dan de rest van Nederland.

b)

Het was voor de geallieerden moeilijk om de Rijn en Maas over te steken: daar stopt de blauwe lijn.

c)

Er is dus 1 winter geweest waarin Noord-Nederland niet bevrijd was, en het zuiden wel.

d)

De Duitsers waren die laatste winter een stuk vriendelijker voor de bezette Nederlanders.

38.

Hoe heet de laatste oorlogswinter in Nederland?

a)

Hongerwinter, omdat treinen geen eten meer naar Holland mochten rijden.

b)

Duitse winter, omdat de Duitsers toen extra streng waren.

c)

Verzetswinter, omdat overal in Nederland verzetsgroepen werden opgericht.

d)

Bevrijdingswinter, omdat Nederland al voor een deel bevrijd was.

39.

Wat hoort NIET bij het nationalisme van Hitler?

a)

Je eigen volk beter vinden dan de rest en anderen oneerlijk behandelen.

b)

Een volkslied dat iedereen mee MOET zingen, anders krijg je straf.

c)

Iedereen moet meedoen, de groepsdruk om hetzelfde te willen is groot.

d)

De nadruk leggen op keuzemogelijkheden voor iedereen.

40.

Waarom waren er in de crisisjaren anti-democratische partijen in alle landen?

a)

Mensen vonden dat er toch niks te kiezen was: alle partijen wilden hetzelfde.

b)

Mensen vertrouwden de regering niet meer: die luisterde nooit naar de mensen.

c)

Mensen hadden geen ervaring met fake-news en geloofden alles wat er gezegd werd.

d)

Overleggen tussen partijen kon nooit leiden tot actie: Als er één de baas is, gebeurt er tenminste wat.

41.

Wie is de ware Nederlander, vraagt de propaganda-poster. Wat denk jij?

a)

De grijze lamme tak met z'n sigaretje.

b)

De stoere bink die in het Duitse leger vecht voor Hitler.

c)

Die Nederlander die vecht in het leger van een vijandig land is het in ieder geval NIET. Dat mag namelijk niet.

42.

Hoe liep het met Hitler af?

a)

Hij pleegde zelfmoord, zijn lichaam is niet teruggevonden.

b)

Hij werd gevangen genomen en ter dood veroordeeld in Israel.

c)

Hij vluchtte naar Zuid-Amerika een leefde daar tot zijn dood onder een andere naam.

d)

Hij werd vermoord door een verzetsgroep.

43.

Wie is de ware Nederlander, vraagt de propaganda-poster. Wie wordt 't meest sympathiek afgebeeld?

a)

De grijze lamme tak met z'n sigaretje.

b)

De stoere bink die in het Duitse leger vecht voor Hitler.

44.

Wie is de ware Nederlander, vraagt de propaganda-poster. Waarom is dit propaganda?

a)

Vechten voor Duitsland maakt je geen stoere bink, maar een landverrader. Maar dat zegt de poster niet.

b)

Vechten in het Duitse leger is helemaal niet gezonder dan roken.

c)

Slappe meneertjes in 'n pak kunnen best Nederlander zijn, net zo goed als een soldaat in het Duitsel leger.