wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

nn5 tl3 Lezen h1 t/m h4

Total questions: 19

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.
Ten eerste wil ik dat je goed luistert, daarnaast wil ik dat je stopt met vloeken. Welk tekstverband wordt uitdrukt in deze zin?
a)
Opsomming
b)
voorbeeld
c)
Reden
d)
tegenstelling
2.
Welk tekstverband hoort bij het signaalwoord
'zoals'?
a)
Voorbeeld
b)
reden
c)
oorzaak
d)
opsomming
3.
Welk signaalwoord hoort bij het tekstverband 'tegenstelling'?
a)
echter
b)
namelijk
c)
door middel van
d)
met als gevolg
4.
Welk signaalwoord hoort bij het tekstverband
'opsomming'?
a)
ten slotte
b)
aangezien
c)
zodat
d)
om
5.
Welk tekstverband gebruik je om verschillende dingen op een 'rijtje' te zetten of na elkaar te noemen?
a)
Opsomming
b)
Tegenstelling
c)
Voorbeeld
6.
Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband oorzaak-gevolg?
a)
daarmee
b)
daardoor
c)
want
d)
daarom
7.

Welk signaalwoord geeft een opsomming aan?

a)

ook

b)

maar

c)

eerst

d)

doordat

8.
Je kunt een tekst in drieën delen. Welk antwoord is één van die drie delen?
a)
Inleiding
b)
Samenvatting
c)
Hoofdgedachte
d)
Onderwerp
9.

In de inleiding van een tekst wordt bijna altijd het onderwerp genoemd. Naast het onderwerp wordt ook .... (vul aan) Welke is niet goed?

a)

de aanleiding voor het schrijven van de tekst genoemd.

b)

een voorbeeld bij het onderwerp gegeven.

c)

een belangrijke vraag gesteld.

d)

gevraagd naar het onderwerp van de tekst

10.
In het middenstuk van een tekst staan de ... Welk antwoord is goed?
a)
de grappige voorvallen
b)
deelonderwerpen
c)
de dingen die je geregeld wilt hebben.
d)
de aanhef
11.

Wat zijn onder andere de tekstdoelen?

a)

informeren, amuseren, signaalwoorden, activeren

b)

amuseren, informeren, activeren, overhalen

c)

activeren, overhalen, zoekend, informeren

12.

Voorbeelden van informatieve teksten zijn:

a)

advertentie, handleiding, leesboek

b)

nieuwsbericht, stripverhaal, uitnodiging voor een feest

c)

leesboek, reclamefolder

d)

nieuwsbericht, handleiding

13.

Wat zijn verwijswoorden?

a)

Verwijswoorden verwijzen naar één of meer woorden in de tekst en soms naar een hele zin.

b)

Verwijswoorden verwijzen altijd naar één woord.

c)

Verwijswoorden verwijzen altijd naar meer woorden in een tekst.

14.

Wat zijn signaalwoorden?

a)

Signaalwoorden geven alleen een verband tussen woorden aan.

b)

Signaalwoorden geven alleen een verband tussen zinnen aan.

c)

Signaalwoorden geven een verband tussen woorden, zinnen of alinea's aan.

d)

Signaalwoorden zijn verwijswoorden.

15.

Signaalwoorden voor een opsomming zijn:

a)

maar, daarentegen, toch, echter, integendeel

b)

ten eerste, ook, bovendien, verder

c)

voordat, terwijl, tijdens, alvast, later

16.

Signaalwoorden van een tegenstelling zijn:

a)

maar, daarentegen, toch, echter, integendeel

b)

eerste, dan, daarna, vervolgens, ten slotte

c)

Bijvoorbeeld, een voorbeeld (hier)van is, zo, zoals, ter illustratie

17.

Signaalwoorden van een volgorde zijn:

a)

bijvoorbeeld, een voorbeeld (hier)van is, zo, zoals, ter illustratie

b)

voordat, terwijl, tijdens, alvast, later

c)

eerste, dan, daarna, vervolgens, ten slotte

18.

Signaalwoorden van een tijd zijn:

a)

eerste, dan, daarna, vervolgens, ten slotte

b)

maar, daarentegen, toch, echter, integendeel

c)

bijvoorbeeld, een voorbeeld (hier)van is, zo, zoals, ter illustratie

19.

Signaalwoorden van een voorbeeld zijn:

a)

bijvoorbeeld, een voorbeeld (hier)van is, zo, zoals, ter illustratie

b)

voordat, terwijl, tijdens, alvast, later

c)

voordat, terwijl, tijdens, alvast, later