wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Module 8 Statistiekvragen

Total questions: 23

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

1122234455666778999

a)

De modus is 6

b)

De mediaan is 5

2.

122334455566677778888999999

a)

De modus is 9

b)

De mediaan is 6

3.

Hoeveel % van de waarnemingen zit tussen het 1e en 2e kwartiel

a)

25%

b)

50%

4.

De mediaan van de tweede helft van een serie waarnemingsgetallen heet

a)

2e kwartiel

b)

3e kwartiel

5.

Een positieve relatie tussen de beloning van een medewerker en diens ziekteverzuim noemt men

a)

regressie

b)

correlatie

6.

Een positieve relatie tussen de snelheid van een printer en het aantal geprinte vellen heet

a)

regressie

b)

correlatie

7.

Een positieve relatie tussen de vochtigheid in de ruimte en het aantal storingen van een printer noemt men

a)

regressie

b)

correlatie

8.

De negatieve relatie tussen hogere levensverwachting van de mens en de afname van de aasgierpopulatie is een

a)

statistisch verband

b)

oorzakelijk verband

9.

Lead time is een

a)

basic lean measure

b)

descriptive statistics

10.

Frequentie distributie wordt vaak gebruikt als

a)

basic lean measure

b)

descriptive statistics

11.

Een scatterplot wordt gebruikt bij analyses met

a)

1 variabele

b)

meerdere variabelen

12.

Een histogram wordt gebruikt bij analyses met

a)

1 variabele

b)

meerdere variabelen

13.

2 (van de 4) sleutels tot het succes van een meetsysteem zijn

a)

context, integration

b)

focus, activity

14.

In welke fase is KANO is een belangrijke tool

a)

define

b)

measure

15.

In welke fase is een histogram een belangrijke tool

a)

define

b)

measure

16.

In welke fase gebruik je DOE vooral?

a)

analyse

b)

improve

17.

Wat betekent “when P is low, Hnul must go”

a)

er is sprake van een significant verschil

b)

er is geen sprake van een significant verschil

18.

Als je wilt meten of een team waar een verbetering is doorgevoerd een hogere output levert, rekening houdend met het aantal gewerkte uren, dan gebruik je hiervoor een

a)

Anova

b)

Two-way Anova

19.

Als je wilt weten of de productiviteit van de medewerkers van het team waar de verbetering is doorgevoerd, hoger is dan die van de medewerkers van het andere team, dan gebruik je

a)

Anova

b)

Two-way Anova

20.

Statistical Process Control meet

a)

special cause variatie

b)

common en special cause variatie

21.

Een experiment met een aantal van de mogelijke combinaties van een set inputfactoren heet een

a)

full factorial

b)

fractional factorial

22.

Y=2,3X+5,75 is een formule die wordt gebruikt bij

a)

correlatie

b)

regressie

23.

Een sterke positieve relatie duidt op een

a)

correlatie

b)

regressie