wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1819 Ec HHex consumptie

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat is chartaal geld

a)

geld dat bestaat uit bankbiljetten en munten

b)

geld dat op je bankrekening staat, plus munten en bankbiljetten

c)

geld dat op je betaalrekening staat

d)

geld dat op je spaarrekening staat

2.

Als je een budgetplan maakt, moet je prioriteiten stellen. Wat betekent dit?

a)

je moet alleen geld uitgeven aan basisbehoeften

b)

je moet gaan bezuinigen op incidentele uitgaven

c)

je moet je behoeften in volgorde van belangrijkheid zetten

d)

je moet meer tijd nemen voor je boodschappen en op zoek gaan naar koopjes.

3.

Er zijn verschillende manieren op uitgaven te betalen. Welke antwoorden zijn goed?

a)

een creditcard

b)

internetbankieren

c)

contant

d)

pinnen

4.

Welke uitleg is niet juist?

a)

Aflossen is terugbetalen van geleend geld

b)

Aflossen is de rente betalen van geleend geld

5.

Welk antwoord is juist? De Lorenzcurve is een grafiek

a)

waarmee je de verdeling van de schulden ineen land zichtbaar maakt

b)

waarmee je de verdeling van het inkomen in een land zichtbaar maakt

6.

Een doorlopend krediet is een lening

a)

waarbij de lener elk moment geld kan lenen

b)

waarbij de lener elk moment geld kan lenen tot een bepaald maximumbedrag

7.

Depositosparen is een vorm van sparen waarbij spaargeld

a)

gedurende de looptijd niet opgevraagd kan worden

b)

gedurende de looptijd kan het niet opgevraagd worden, maar als je een boete betaalt, kun je toch bij je geld

c)

je krijgt een mooie rente en je geld is altijd vrij opvraagbaar

8.

Wat is nationaal inkomen?

a)

alle inkomens uit arbeid in een land bij elkaar opgeteld.

b)

alle inkomens uit vermogen in een land bij elkaar opgeteld.

c)

alle inkomens uit arbeid en vermogen in een land bij elkaar opgeteld.

d)

alle inkomens uit arbeid en vermogen van de werkende bevolking in een land bij elkaar opgeteld.

9.

Wat is samengestelde interest? De

a)

rente over je spaargeld

b)

rente over een spaarbedrag én het spaarbedrag zelf

c)

rente over een spaarbedrag plus de bijgeschreven rente van het vorig jaar

d)

rente over een spaarbedrag plus de bijgeschreven rente in vorige periodes

10.

Wat is modaal inkomen?

a)

Een andere term voor nationaal inkomen

b)

Het inkomen wat wat verdiend wordt in de mode-wereld

c)

Inkomen dat je ontvangt door verhuur van artikelen

d)

het meest voorkomende inkomen in een land