WorksheetsSpelling H11
Total questions: 17
Worksheet time: 9mins
Waar of niet waar:
Bij zelfstandige naamwoorden die eindigen op een -a, -o, -u, -i of -y, schrijf je 's in het meervoud.
Waar
Niet waar
Waar of niet waar:
Bij zelfstandige naamwoorden die eindigen op twee of drie samenklinkende klinkers, schrijf je in het meervoud een s aan het woord vast.
Waar
Niet waar
Wat is het meervoud van positie?
positiën
positieën
posities
positie's
Wat is het meervoud van penalty?
penalty's
penaltys
penalties
penaltiën
Wat is het meervoud van blad? Let op er zijn meerdere antwoorden goed
bladen
bladeren
blads
bladden
Wat is het voltooid deelwoord van verbazen?
verbaast
verbaasd
geverbaast
geverbaasd
Wat is het voltooid deelwoord van herstellen?
herstelt
hersteld
herstelde
gehersteld
Wat is het onvoltooid deelwoord van fietsen ?
gefietst
gefietsd
fietsend
fietsent
Vul de juiste vorm van het woord tussen haakjes in:
Toen Joep tegen het (brons) beeld tikte, viel het om.
bronsen
bronse
bronzen
bronze
Vul de juiste vorm van het woord tussen haakjes in:
Deze (ambitie) jongen wil snel een eigen bedrijf beginnen.
ambitieuze
ambitieuse
ambities
ambiteuzen
Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in de verleden tijd in:
Drie brandweerkorpsen (blussen) de brand in de meubelfabriek.
bluste
blusten
blusden
blusde
Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in de verleden tijd in:
Toen de aarde (beven) en trilde, vreesden de mensen voor hun leven.
beevde
beefte
beefde
beefden
Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in de verleden tijd in:
(drogen) de mensen de was vroeger aan een waslijn?
droogden
droogde
droogten
droogte
Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in de verleden tijd in:
Wij (rijden) door het land en keken naar het landschap.
rijdden
rijden
reden
reeden
Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in de verleden tijd in:
Nederland (winnen) alle wedstrijden, behalve de finale.
winde
won
wonnen
winden
Waar of niet waar: onderstaande zin staat in de directe rede.
'Wanneer moet ik het boekverslag inleveren?' vroeg Simon
Waar
Niet waar
Waar of niet waar: onderstaande zin staat in de indirecte rede.
Onze mentor zegt dat de toets Frans een week wordt uitgesteld.
Waar
Niet waar
