wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Spelling H2 en H3

Total questions: 12

Worksheet time: 3mins

Name
Class
Date
1.

Als zelfstandige telwoorden met een -n geschreven worden, verwijzen ze naar:

a)

mensen

b)

dieren

c)

dingen

d)

geen van allen

2.

''Enkelen'' van de studenten is juist, waar of niet waar?

a)

waar

b)

niet waar

3.

''Enkelen'' van de scholen hebben een tekort aan leraren, goed of fout?

a)

goed

b)

fout

4.

''alle'' werknemers moet zijn: ''allen'' werknemers

a)

ja, want ''allen'' verwijst naar mensen

b)

nee, want ''alle'' is niet-zelfstandig

5.

Goed of fout: 'de broers maken altijd ruzie en meestal hebben ze beiden schuld.'

a)

goed

b)

fout

6.

Zelfstandig gebruikte bijvoeglijk naamwoorden die dingen aanduiden, eindigen altijd op:

a)

-e

b)

-en

c)

zowel -e als -en

d)

geen van alle

7.

In welk geval gebruik je letters bij de schrijfwijze van getallen?

a)

voor de tientallen tot honderd; veertig, tachtig

b)

voor alle getallen boven de twintig

c)

voor maten, gewichten, bedragen, etc.

d)

nooit

8.

Je gebruikt cijfers voor:

a)

de honderdtallen tot 1000: 3000, 5000, etc.

b)

de rangtelwoorden: 11e, 17e, 22e

c)

maten, gewichten, exacte tijdstippen

d)

geen van alle

9.

Juist of onjuist: tweeënhalf

a)

juist

b)

onjuist

10.

Juist of onjuist: om 15:00 uur spreken we af

a)

juist

b)

onjuist

11.

Ik heb drie uur over de reis gedaan.

a)

juist

b)

onjuist

12.

Mijn nummer is: nul-zes-één-zes-zeven-drie-drie-nul-vijf-vijf

a)

juist

b)

onjuist