wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Waarnemen 1tl

Total questions: 65

Worksheet time: 39mins

Name
Class
Date
1.
Wat kun je met je zintuigen doen?
a)
informatie uit je omgeving zien
b)
informatie uit je omgeving horen
c)
informatie uit je omgeving waarnemen
d)
geen idee
2.
Je neemt waar doordat je iets
a)
voelt, ruikt, ziet, hoort, proeft
b)
eet, voelt, ruikt, ziet, hoort
c)
voelt, ruikt, ziet, hoort, proeft, hoopt
d)
doet
3.
Je zintuigen nemen
a)
taken waar
b)
mensen waar
c)
prikkels waar
d)
iets op
4.
Je zintuigen nemen
a)
taken waar
b)
mensen waar
c)
prikkels waar
d)
iets op
5.
Prikkels zijn: licht, geluid, geur, smaak, kou, warmte, tast en
a)
gevoel
b)
zweet
c)
aanraking
d)
tja.....
6.
Elk zintuig is gevoelig voor
a)
dezelfde prikkel
b)
geen prikkel
c)
veel prikkels
d)
een eigen prikkel
7.
In de zintuigen wordt van een prikkel een
a)
taak gemaakt
b)
afdruk gemaakt
c)
impuls gemaakt
d)
inpuls
8.
Een impuls is een bericht met
a)
informatie
b)
nieuws
c)
geluid
d)
geen idee
9.
Zenuwen zitten
a)
nergens in je lichaam
b)
overal in je lichaam
c)
ergens in je lichaam
d)
ergens buiten je lichaam
10.
Je neemt pas waar als de impulsen
a)
in je hersenen zijn aangekomen
b)
onderweg zijn naar je hersenen
c)
in je ruggenmerg zijn aangekomen
d)
in je spieren zijn aangekomen
11.
Na een waarneming kun je
a)
nadenken
b)
uitrusten
c)
niets doen
d)
reageren
12.
Geluid is een
a)
zintuig
b)
waarneming
c)
prikkel
d)
impuls
13.
Je beslist hoe je reageert met
a)
je zintuigen
b)
je impuls
c)
je prikkel
d)
je hersenen
14.
Welk onderdeel van het oor zorgt dat de luchtdruk aan beide kanten van het trommelvlies gelijk is?
a)
Oorschelp
b)
Buis van Eustachius
c)
Gehoorbeentjes
d)
Slakkenhuis
15.

Met deel P is een evenwichtszintuig aangegeven

a)

waar

b)

niet waar

16.

wat is de adequate prikkel voor de zintuigen op je netvlies?

a)

licht

b)

zien

17.

wat is de functie van het pupilreflex?

a)

ervoor zorgen dat er steeds een scherp beeld op netvlies ontstaat

b)

de hoeveelheid licht regelen die op het netvlies valt

c)

de ogen beschermen tegen indringend vuil

18.

bij welke van de ogen zou het waarschijnlijk donker zijn?

a)

oog 1

b)

oog 2

c)

bij beide

19.

wat is de functie van het vaatvlies

a)

het geven van stevigheid aan je oog

b)

het regelen van hoeveelheid licht dat op je netvlies valt

c)

je oog van zuurstof en voedingstoffen voorzien

d)

het kunnen aanpassen van de scherpte

20.

bij welk nummer in de afbeelding wordt er een voorwerp van dichtbij bekeken?

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

dat is in deze afbeelding niet te zien

21.

met welke zintuigen in je oog kun je bij heel weinig licht toch wat zien

a)

pupil

b)

kegeltjes

c)

staafjes

22.

welk onderdeel wordt er als eerst bereikt wanneer de trilling van de lucht je gehoorgang binnen is gekomen?

a)

gehoorbeentjes

b)

trommelvlies

c)

slakkenhuis

d)

venster

23.

wat is de functie van de buis van Eustachius?

a)

het verder vervoeren van geluidstrillingen

b)

afvoeren van overtollig oorsmeer

c)

afvoeren van binnendringende stofdeeltjes

d)

het gelijk houden van luchtdruk aan beide kanten van het trommelvlies

24.

welke zintuigcellen bevinden zich in de gele vlek

a)

alleen staafjes

b)

alleen kegeltjes

c)

zowel staafjes als kegeltjes

d)

geen van beide

25.
Met welk nummer is het harde oogvlies aangegeven?
a)
9
b)
12
c)
5
d)
8
26.
Met welk nummer is het glasachtige lichaam aangegeven?
a)
11
b)
2
c)
8
d)
12
27.
Met welk nummer wordt de pupil aangeven?
a)
11
b)
10
c)
12
d)
8
28.
De blinde vlek:
a)
Bevat geen zintuigcellen.
b)
Is bij blinde mensen groter.
c)
Is bij blinde mensen niet aanwezig.
d)
Bevat minder zintuigcellen.
29.
De iris:
a)
Regelt de druk in het oog.
b)
Regelt de hoeveelheid licht in het oog.
c)
Regelt de richting van het oog.
d)
Regelt de spierspanning in het oog.
30.
Als de lensbandjes zijn ontspannen dan is de ooglens:
a)
Bol
b)
Plat
c)
Dat is niet te zeggen.
31.
Het beeld dat zich op het netvlies vormt is:
a)
Omgekeerd
b)
Het zelfde
c)
Groter
32.
Rode ogen op een foto worden veroorzaakt door:
a)
Het nevlies
b)
Het glasachtig lichaam
c)
Het vaatvlies
d)
De iris
33.
Het boller en platter worden van de lens noemen we:
a)
Accomodaty
b)
Accomoderen
c)
Accomolatie
d)
Accodilatie
34.
waarom is de buis van eustachius handig?
a)
zo kan viezigheid weg als er ziektes komen
b)
door de buis van eustachius heeft de trommelholte met de keelholte een verbinding zo kan er lucht uit als er teveel druk op je oren zit. als je slikt, gaapt gaat hij even open
c)
zo kan er vocht in je oor komen dat is handig want dan heeft je oor altijd genoeg vocht.
35.
wat is nummer 8,6,4 en 10
a)
8=blindevlek 6=netvlies 4=harde oogvlies 10=vaatvlies
b)
8=vaatvlies 6=blindevlek 4=netvlies 10=hardeoogvlies
c)
8=gelevlek 6=blindevlek 4=glasachtiglichaam 10=lensbandjes
36.
wat doen de zintuigen in je huid?
a)
pijn:lagere temperatuur tast:hoe voelt het voorwerp aan? warmte: gevoelig hogere temperatuur koud:voelen pijn 
b)
warmte: voelt lagere temperatuur pijn: voelt pijn. koud: gevoelig hogere temperatuur
c)
warmte: gevoelig hogere temperatuur. tast: hoe voelt het voorwerp? koud:lagere temperatuur. pijn: voelt pijn.
d)
koud: gevoelig lagere temperatuur. pijn: voelen de prikkel pijn. warm: gevoelig voor hogere temperatuur.
37.
waar doen de zintuig cellen de trillingen in je oor omzetten in impulsen en waar gaan die impulsen heen?
a)
in het slakkenhuis, en de impulsen gaan via een zenuw naar de spieren.
b)
in het evenwichtszintuig, en de impulsen gaan via de gehoorzenuw naar de spieren.
c)
in de gehoorgang, en dan gaan de impulsen via de keelholte naar de hersens.
d)
in het slakkenhuis, en de impulsen gaan via de gehoorzenuw naar de hersens
38.
hoe gaat licht door naar je oog?
a)
pupil>lens>netvlies
b)
hoornvlies > pupil > lens > glasachtig lichaam > netvlies
c)
lens > pupil > netvlies >glasachtig lichaam
d)
hoornvlies > lens > pupil > glasachtig lichaam > netvlies
39.
wat is bijziend? en wat is verziend?
a)
bijziend: als je wel van dichtbij kan kijken, en een bril voor verweg nodig hebt. verziend: als je een bril voor verweg nodig hebt, en wel dichtbij kan zien
b)
bijziend: als je een bril voor dichtbij nodig hebt. verziend: als je wel veraf kan zien maar niet dichtbij
c)
bijziend: als je wel dichtbij kan zien, maar niet verweg. verziend: als je wel verweg kanzien, maar niet dichtbij.
d)
bijziend: als je niks kan zien. verziend: dat je een beetje kan zien
40.
Waarom hebben mensen 2 oren nodig?
a)
Om luider geluid te kunnen horen.
b)
Om ook de zwakkere geluidsgolven te kunnen horen.
c)
Om de richting te bepalen van waaruit een geluid komt.
41.
Wat doet een netvlies?
a)
Het staat in verbinding met je pupillen. Die leiden het beeld naar je hersenen.
b)
Die staat in verbinding met je oogzenuwen en die seinen het beeld naar je hersenen.
c)
Die staat in verbinding met het ruggenmerg en die seint het beeld naar je hersenen.
42.
Welke nummer is de oorgang
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
43.
welk nummer is het slakkenhuis?
a)
6
b)
7
c)
8
d)
9
44.
Houden het trommelvlies soepel?
a)
oorgang
b)
oorschelp
c)
trommelvlies
d)
oorsmeerkliertjes
45.
vervoert impulsen naar de hersenen
a)
slakkenhuis
b)
buis van eustachius
c)
oorzenuw
d)
trommelvlies
46.

Wat gebeurt er wanneer de buis van Eustachius verstopt raakt?

a)

Dan is er een verschil in luchtdruk, wat de gevoeligheid van het zintuig negatief beinvloed

b)

Dit kan niet gebeuren, omdat het in verbinding staat met je keelholte

c)

Je trommelvlies knapt direct, omdat er te veel druk op komt te staan.

d)

Je oorsmeer zorgt er voor dat dit nooit kan gebeuren.

47.

Op deze plek op je netvlies liggen veel zintuigcellen

a)

Blinde vlek

b)

Gele vlek

c)

Oogzenuw

d)

Harde oogvlies

48.

Als fel licht plots op je netvlies valt, dan...

a)

Spannen je kringspieren aan, waardoor je iris kleiner wordt

b)

Ontspannen je kringspieren waardoor de iris groter wordt

c)

Spannen je kringspieren aan, waardoor de pupil kleiner wordt

d)

Ontspannen je kringspieren, waardoor de pupil groter wordt

49.

Dit is bescherming voor je oog

a)

Hoornvlies

b)

Lens

c)

Netvlies

d)

Glasachtig lichaam

50.

Welke zintuigen kunnen warmte waarnemen?

a)

Koudezintuigen

b)

Drukzintuigen

c)

Tastzintuigen

d)

Warmtezintuigen

51.
Het drukzintuig is een onderdeel van de huid.
a)
Juist
b)
Onjuist
52.
Hier bevindt zich het gehoorzintuig.
a)
Trommelvlies
b)
Gehoorbeentjes
c)
Slakkenhuis
d)
Buis van Eustachius
53.

Kies de juiste route van de waarneming van geur.

a)

Zenuw - reukzintuig - reukharen - hersenen

b)

Reukharen - reukzintuig - zenuw - hersenen

c)

Hersenen - reukharen - zenuw - reukzintuig

d)

Reukharen - zenuw - reukzintuig - hersenen

54.
Er wordt met een camera een foto gemaakt van een iris. Door het felle flitslicht trekken de kringspieren in de iris zich samen.
Verandert dan de grootte van de pupil?
a)
Nee
b)
Ja, de pupil wordt groter.
c)
Ja, de pupil wordt kleiner.
55.
Wat houdt de neusholte vochtig?
a)
Reukzintuig
b)
De lucht die je inademt
c)
Neusslijmvlies
56.
Welke zin klopt niet?
a)
Met je tong proef je bitter, zuur, zout en zoet.
b)
Je proeft omdat er smaakstoffen in je neus komen.
c)
Bij het proeven werken reuk en smaak samen.
d)
Je gebruikt ook je ogen om voedsel te 'keuren'.
57.
Welke zintuigen zitten op je tong?
a)
Smaakzintuigen
b)
Warmtezintuigen
c)
Tastzintuigen
d)
Koudezintuigen
58.
Stelling: Als je verkouden bent, kun je minder goed proeven.
a)
Juist
b)
Onjuist
59.
Naast proeven, gebruik je je neus ook voor ...
a)
Herkennen van giftige stoffen
b)
Een partner zoeken
c)
Eten vinden
d)
Warmte en kou te voelen
60.
Welke letter geeft een prikkel aan in de afbeelding?
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
61.
Wat is de adequate prikkel van het oor?
a)
Geluidstrillingen
b)
Licht
c)
Geur
d)
Waarnemen
62.
Vanuit de ... komt de prikkel aan bij het trommelvlies.
a)
Oorschelp
b)
Gehoorgang
c)
Trommelholte
63.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Keelholte
b)
Buis van Eustachius
c)
Trommelholte
64.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Buis van Eustachius
b)
Gehoorgang
c)
Gehoorzenuw
65.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Slakkenhuis
b)
Evenwichtsorgaan
c)
Gehoorbeentjes