wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Begrippen 4 voedseltechnologie

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Pasteuriseren

a)

Ziekte verwekkende micro- organismen BV salmonella, staphylococcus, MRSA (ziekenhuisbacterie), Bacillus cereus

b)

Hier verwarm je het product voor een bepaalde tijd bij een verhoogde temperatuur, de meeste ziekteverwekkende micro- organismen worden dan gedood

c)

Dit is bedoeld om bederf uit te stellen door middel van conserveringsmiddelen die de micro- organismen zijn groei remt of stopt.

2.

Welke manieren zijn er om te pasteuriseren?

a)

Kort- tijdverhitting

b)

Hoog- verhitting

c)

Lange- tijdverhitting

3.

Het product wordt in een korte tijd in de kern verhit tot 85C

a)

Hoog- verhitting

b)

Kort- tijdverhitting

c)

lange- tijdverhitting

4.

Hier wordt het product een bepaalde tijd in de kern verhit tot 70 a 75C

a)

Hoog- verhitting

b)

Kort- tijdverhitting

c)

lange- tijdverhitting

5.

Hier wordt het product minstens een half uur verhit tot 60 a 65C.

a)

Hoog- verhitting

b)

Kort- tijdverhitting

c)

lange- tijdverhitting

6.

Je verhit het product tot 120C, je hoeft het nu niet meer te koelen en is onbeperkt houdbaar. De smaak en de voedingswaarde zijn veranderd.

a)

Blancheren

b)

Steriliseren

c)

Pathogenen

7.

Hier verhit je het product tot 135- 150C. Het is vrij van micro- organismen. Door de snelle verhitting veranderen de smaak, kleur en voedingswaarde niet veel. Als je het speciaal verpakt dan is het lang houdbaar.

a)

Steriliseren

b)

Pasteuriseren

c)

UHT- verhitten

8.

je verlaagt je de temperatuur tot 0-7C. Bij deze temperatuur vermeerderen de bacteriën zich niet zo snel, hierdoor kan je gekoelde producten langer behouden. De groei van de micro- organismen wordt geremd, maar ze worden niet gedood.

a)

Diepvriezen

b)

Koelen

9.

Hier bewaar je het product bij een temperatuur die lager is dan -18C. Hier staat de vermeerdering van bacteriën stil en werkt de enzymwerking nauwelijks. Product kan lang bewaard blijven.

a)

Diepvriezen

b)

Koelen

10.

Dit is een kooktechniek wat de producten een beschermlaag geeft zodat het vers blijft (diepvries)

a)

Gisten

b)

Blancheren

c)

Stabilisator

11.

IQF

a)

Individual Quick Freezing

b)

Individual Quick Frosting

12.

Individual Quick Freezing

a)

shock- vriezen, -180C met het doel de structuur niet te beschadigen

b)

shock- vriezen, -200C met het doel de structuur niet te beschadigen

13.

Dit zijn enkelvoudige suikers

a)

Monosachariden

b)

Disachariden

c)

Polysachariden

14.

Dit zijn tweevoudige suikers

a)

Monosachariden

b)

Disachariden

c)

Polysachariden

15.

Dit zijn meervoudige suikers

a)

Monosachariden

b)

Disachariden

c)

Polysachariden