wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H2 werkwoordspelling

Total questions: 40

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.

Je broer (vermijden) ........... eten.

a)

vermijd

b)

vermeed

c)

vermijt

d)

vermijdt

2.

Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.

(braden) .............. jij alvast de hamburgers?

a)

braai

b)

braadt

c)

braad

d)

berad

3.

Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.

Het (gebeuren) .......... zelden dat jij je mond houdt.

a)

gebeurd

b)

gebeurt

c)

gebeurdt

d)

gebeurde

4.

Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.

Het (gebeuren) .......... zelden dat jij je mond houdt.

a)

gebeurd

b)

gebeurt

c)

gebeurdt

d)

gebeurde

5.

Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.

De arts (verbinden) ............ zijn knie.

a)

verbindt

b)

verbint

c)

verbond

d)

verbind

6.

Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.

Zijn baas (communiceren) ......... niet erg duidelijk.

a)

communiceerd

b)

communiceerdt

c)

communiceert

d)

communiceertt

7.

Vul de persoonsvorm verleden tijd in.

De smaak (verrassen) ..... me heel erg.

a)

verraste

b)

verraste

c)

verrastte

d)

verrasste

8.

Vul het juiste voltooid deelwoord in.

Wij zijn (verhuizen) .... naar Amsterdam.

a)

verhuist

b)

verhuisd

c)

verhuizt

d)

verhuizd

9.

Vul het juiste voltooid deelwoord.

Het grootste deel van de rivier is (dichtslibben) ..........

a)

dichtgeslipt

b)

gedichtslibt

c)

dichtgeslibd

d)

dichtgeslibt

10.

Vul het juiste bijvoeglijke naamwoord (BN) in.

Er hingen ook (uitvergroten) .......... foto's.

a)

uitvergrote

b)

uitvergrootte

c)

uitvergrotte

d)

uitvergroote

11.
Vul de juiste vorm in. Hij (gamen) ..... de hele dag door.
a)
gamt
b)
gamet
c)
gamed
d)
gammet
12.
De ... (begroten) kosten klopten niet.
a)
begrootte
b)
begroten
c)
begrote
d)
begroote
13.
... (vermoeden) je zus dat er iets aan de hand is?
a)
vermoed
b)
vermoedt
14.
Het ... (verbranden) huis was helemaal vernietigd.
a)
verbrande
b)
verbrandde
c)
verbranden
d)
verbrandte
15.

Wat is correct?

a)

Hij houdt niet van spruitjes

b)

Hij houd niet van spruitjes

16.

Wat is correct?

a)

Word jij voor die rol gevraagd?

b)

Wordt jij voor die rol gevraagd?

17.

Wat is correct?

a)

Word je zus later stewardess?

b)

Wordt je zus later stewardess?

18.

Vul de juiste vorm in:

Wij ..... (wachten) gisteren de hele middag op een reactie.

a)

wachte

b)

wachten

c)

wachtte

d)

wachtten

19.

Jelle heeft een spannend avontuur (beleven)

a)

beleeft

b)

beleefd

c)

beleefdt

20.

Silke .........gisteren 50 euro onder haar vrienden.

a)

verlote

b)

verloot

c)

verlootte

21.

Sven heeft zich op Valentijnsdag .....voor zijn vriendin.

a)

uitgeslooft

b)

uitgesloofd

c)

slooft zich uit

22.

Is het rode woord een persoonsvorm?


Als jij mij verbetert, houd ik op.

a)

ja

b)

nee

23.

Is het rode woord een persoonsvorm?

Welke voetballer vind jij een knappe vent?

a)

Ja

b)

nee

24.

Is het rode woord een persoonsvorm?

Voordat jij weggaat, moet je nog wel even trakteren.

a)

ja

b)

nee

25.
Wat is de juiste vorm van het werkwoord:Die spareribs zijn heerlijk (grillen).
a)
gegrilld
b)
gegrillt
c)
gegrilt
d)
gegrild
26.
Zij brach...en de meeste tijd op het strand door.
a)
t
b)
tt
27.
Wor... je weleens gevraagd waarom je al zo lang bij hetzelfde bedrijf werkt?
a)
d
b)
dt
c)
t
28.
Omdat hij alles verander... heeft, begrijp ik er niets meer van.
a)
d
b)
t
c)
dt
29.
Als u verstandig bent, aanvaar... u het risico.  
a)
d
b)
dt
c)
t
30.
Het neergestor..e vliegtuig was net voor vertrek nog gecontroleer..
a)
t-d
b)
tt-d
c)
t-t
d)
tt-t
31.
Nu ben ik het eens die lekker verwend wor..
a)
d
b)
dt
c)
t
32.

De jongen (vergroten v.t.) zijn voorsprong.

a)

vergroote

b)

vergrote

c)

vergrootte

d)

vergrotte

33.
Hij ... (upgraden) gisteren het programma op zijn laptop.
a)
upgraded
b)
upgrade
c)
upgradde
d)
upgradede
34.
Engelse werkwoorden, s-klank, het doet er eigenlijk niet toe; wij hebben gewoon lekker ... (kanoën)
a)
gekanod
b)
gekanoot
c)
gekanood
d)
gekanoëd
35.

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in de tegenwoordige tijd in:

Mijn broer (deleten) alle films van de pc.

a)

delete

b)

deletet

c)

deletete

d)

deleteten

36.

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in de tegenwoordige tijd in:

Als je op tijd (passen), scoort de spits veel vaker.

a)

pass

b)

passt

c)

past

d)

passet

37.

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in de verleden tijd in:

De minister (lunchen) met zijn secretaresse.

a)

lunchte

b)

lunchde

c)

lunchten

d)

lunchden

38.

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in de verleden tijd in:

's Zomers (barbecueën) we vaak in onze achtertuin.

a)

barbecuete

b)

barbecuede

c)

barbecueten

d)

barbecueden

39.

Vul de juiste vormen van het werkwoord tussen haakjes in:

(Worden) je tweelingbroer straks aanvoerder van ons team of (worden) je dat liever zelf?

a)

Word / word

b)

Word / wordt

c)

Wordt / word

d)

Wordt / wordt

40.

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in:

Drie wagons van de trein zijn (ontsporen), maar niemand raakte gewond.

a)

ontspoort

b)

ontspoord

c)

ontspoordt

d)

ontsporen