wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1 KGT Thema 11 Verbanden

Total questions: 35

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

Karin heeft een baantje. Hierbij hoort de formule:

inkomsten in € = 6 x tijd in uren + 3


Welke beweringen zijn waar?

a)

de eenheden zijn inkomsten en tijd.

b)

de variabelen zijn inkomsten en tijd

c)

Karin verdient 6 euro per uur

d)

Karin verdient 3 euro per uur.

e)

Karin krijgt een vast bedrag van 6 euro per uur.

2.

Wat is het hellingsgetal in de tabel?

a)

80

b)

30

c)

50

3.
Bij het branden van een kaars hoort de volgende formule:
lengte in cm =
32 - 6 x brandtijd in uren
Welke bewering is juist?
a)
In het begin is de kaars 6 cm lang.
b)
In het begin is de kaars 32 cm lang.
4.

Is de grafiek om 16.00 uur ....

a)

dalend

b)

stijgend

c)

constant

5.

Hoe laat zijn er het hoogste aantal bezoekers?

a)

rond 11.15 uur

b)

rond 13.15 uur

c)

rond 14.15 uur

d)

rond 18.00 uur

6.

Wat is het begingetal van de rode grafiek? (grafiek I)

a)

5

b)

10

c)

25

d)

30

7.

Wat is het begingetal van de blauwe grafiek? (grafiek II)

a)

5

b)

10

c)

25

d)

30

8.

Wat is de formule van de groene grafiek?

a)

prijs = 40 + 20 x tijd

b)

prijs = 20 + 40 x tijd

c)

prijs = 40 + 10 x tijd

d)

prijs = 20 + 10 x tijd

9.
Hoelang was de kaars voordat hij werd aangestoken?
a)
5 cm
b)
0 cm
c)
15 cm
10.
Is de toename in het tabel positief of negatief?
a)
Positief
b)
Negatief
11.
Hoeveel cm wordt de kaars ieder uur korter?
a)
15 cm
b)
3 cm
c)
1 cm
d)
1,5 cm
12.

Welke formule hoort bij deze tabel?

a)

w= 25 + 50 x a

b)

w = 50 x a + 25

c)

w = 50 + 25 x a

d)

a = w x 25 + 50

13.

Wat is de toename in deze tabel?

a)

+1

b)

+5

c)

-25

d)

+25

14.

Voor een hybride fiets betaal je een vast bedrag van 10 euro en 10,50 per dag. Welke formule past bij het huren van de hybride fiets?

a)

a

b)

b

c)

c

d)

d

15.
Wat is het start getal?
a)
-3
b)
1,5
c)
0
d)
2
16.
Wat is het hellingsgetal?
a)
-3
b)
2
c)
4
d)
-2
17.

Maak hierbij een lineaire formule.

a)

Y = 2 * X + 4

b)

Y = 4 * X + 2

c)

Y = - 2 * X + 4

d)

Y= 2 * X -4

18.

Maak een lineaire formule bij deze grafiek

a)

Y= -7 + 3 * X

b)

Y = -7 + 0,9 * X

c)

Y= -3 * X +7

d)

Y = 3 * X +7

19.

Wat is het startgetal in de volgende formule?

a = 4 + 2 x n

a)

4

b)

2

20.

Wat is het hellingsgetal in de volgende formule?

a = 10 - 2 x n

a)

10

b)

2

c)

-2

d)

a

21.

Schoorsteenveger ' Veilig en Schoon' gebruikt voor het berekenen van de kosten voor het vegen van de schoorsteen de formule: W = 40 x u + 25 .

Hoeveel euro rekent ' Veilig en Schoon' per uur?

a)

65 euro

b)

25 euro

c)

40 euro

22.

Schoorsteenveger ' Veilig en Schoon' gebruikt voor het berekenen van de kosten voor het vegen van de schoorsteen de formule: W = 40 x u + 25 .

Hoeveel kost het als ze 4 uur komen vegen?

a)

185 euro

b)

260 euro

c)

160 euro

d)

140 euro

23.

Wat is het startgetal van deze tabel?

a)

25

b)

75

c)

50

24.

Wat wordt de formule bij deze grafiek?

a)

lengte = 5 - 15 x brandtijd

b)

lengte = 15 - 3 x brandtijd

c)

lengte = 15 + 3 x brandtijd

d)

lengte = 3 - 15 x brandtijd

25.

Bij het branden van een kaars hoort de volgende formule:

lengte in cm =

32 - 6 x brandtijd in uren

Welke bewering is juist?

a)

De kaars brand per uur 6 cm

b)

De kaars brand per uur 32 cm

26.

Welke temperatuur was het om 8 uur?

a)

8 graden

b)

15 graden

c)

20 graden

d)

25 graden

27.

Hoeveel graden was het om 3 uur?

a)

5 graden

b)

10 graden

c)

15 graden

d)

20 graden

28.

Een fietser rijdt een berg op en weer af. Hoe hoog fietste hij na 20 km?

a)

10 m

b)

20 m

c)

30 m

d)

40 m

29.

Wat is het startgetal van A en C?

a)

2

b)

4

c)

10

30.

Wat is het hellingsgetal van A ?

a)

2

b)

4

c)

10

d)

-2

31.

Wat is het hellingsgetal van C ?

a)

2

b)

4

c)

10

d)

-2

32.

Wat is de formule van A?

a)

u = 10 + 2 x g

b)

u = 2 + 10 x g

c)

u = 2 - 10 x g

d)

u = 10 - 2 x g

33.

Wat is de formule bij B?

a)

u = 4 + 2 x g

b)

u = 2 + 4 x g

c)

u = 2 - 4 x g

d)

u = 4 - 2 x g

34.

Wat is de formule bij C?

a)

u = 10 - 2 x g

b)

u = 10 + 2 x g

c)

u = 2 - 10 x g

d)

u = 2 + 10 x g

35.

Welke twee formules hebben hetzelfde hellingsgetal?

a)

A en B

b)

B en C

c)

A en C