wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

lorenzcurve

Total questions: 14

Worksheet time: 2hrs 34mins

Name
Class
Date
1.

Welke van onderstaande zijn productiefactoren?

a)

Kapitaal

b)

Arbeid

c)

Natuur

d)

Omzet

e)

Winst

2.

Voorbeelden van de productiefactor kapitaal zijn:

a)

Machines

b)

Personeel

c)

Gebouw

d)

Bedrijfsauto

3.

De beloning voor arbeid is loon. Waarvoor krijg je de beloning pacht?

a)

Natuur

b)

Een eigen bedrijf

c)

Huurwoning

d)

Arbeid

4.

Welk antwoord is juist? De Lorenzcurve is een grafiek

a)

waarmee je de verdeling van de schulden ineen land zichtbaar maakt

b)

waarmee je de verdeling van het inkomen in een land zichtbaar maakt

5.

BBP betekent:

a)

Bruto Buitenlands Procuct

b)

Bruto Binnenlands Product

c)

Bruto Binnenlandse Productiviteit

d)

Bruto Buitenlandse Productivieit

6.
Floor verdient €2.500 per maand en Koen €3.500. Hoeveel procent is het inkomen van Koen als percentage van het inkomen van Floor?
a)
140% 
b)
128,57% 
c)
71,4%
d)
40% 
7.

als de overheid de huurtoeslag verlaagt dan is dit een maatregel met een

a)

nivellerend effect

b)

proportioneel effect

c)

denivellerend effect

d)

slopend effect

8.
Als in schijf 1 het percentage van de belastingheffing verlaagt wordt, dan zorgt dit voor...
a)
nivellering
b)
denivellering
9.
Dat aftrekbaarheid van hypotheekrente zorgt voor
a)
nivellering
b)
denivellering
10.

Als iedereen 40% belasting betaalt maar daar nog wel vaste heffingskortingen vanaf mag trekken, is dat

a)

progressief

b)

degressief

c)

proportioneel

11.
Als van 10 personen met een verschillend inkomen iedereen een even hoog % van het inkomen moet betalen is er sprake van nivellering.
a)
juist
b)
onjuist
12.
Als 10 personen die allemaal een verschillend inkomen hebben allemaal hetzelfde bedrag aan belasting moeten betalen dan werkt de belastingheffing denivellerend.
a)
juist
b)
onjuist
13.
Door denivellering worden de inkomensverschillen groter.
a)
juist
b)
onjuist
14.
Het loon dat je afspreekt met je baas noem je het ....
a)
...brutoloon.
b)
...nettoloon.