wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Europese Eenwording

Total questions: 23

Worksheet time: 6hrs 45mins

Name
Class
Date
1.

Waar staat de afkorting EGKS voor?

a)

Europese Gemeenschap voor de kust en strand

b)

Engeland, Griekenland, Kroatië en Spanje

c)

Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal

2.

Wanneer is de EGKS opgericht?

a)

1951

b)

1960

c)

1945

d)

1991

3.

Welke landen zaten er in de EGKS?

a)

Engeland, Nederland, Spanje en Italië

b)

Engeland, de BRD, Frankrijk en Italië

c)

Benelux, de BRD, Frankrijk en Italië

4.

Omdat veel landen zich ook wilde aansluiten bij de EGKS ontstond de Europese Economische Gemeenschap. Wat was het oorspronkelijke doel van de EEG?

a)

Mensen en goederen moesten vrij kunnen reizen

b)

Samen zorgen voor veiligheid

c)

Samen zorgen voor het milieu

d)

Samen zorgen voor mensenrechten

5.

Wanneer is de EEG opgericht?

a)

1957

b)

1951

c)

1960

d)

1991

6.

Wat betekent EEG?

a)

Economische Europese Geldbank

b)

Europees Eerlijk Genootschap

c)

Europese Economische Gemeenschappen

d)

Eerste Europese Gemeenschap

7.

Wanneer werd de Europese Unie opgericht?

a)

1992

b)

1999

c)

2002

d)

1990

8.

Wat was het doel van de EU?

a)

Economische samenwerking

b)

Een groot land vormen

c)

Niet alleen economisch maar ook politiek samenwerken

9.

Waarom gingen veel landen de Euro gebruiken?

a)

Om handel tussen landen makkelijker te maken

b)

Omdat ze een gezamenlijke munt een mooi symbool vonden

c)

Omdat de andere betaalmiddelen niet goed werkte

10.

Wat is geen lidstaat van de EU?

a)

Turkije

b)

Griekenland

c)

Portugal

d)

Roemenië

11.

Wat is een kandidaat lidstaat?

a)

Een land dat graag bij de Europese Unie wil horen

b)

Een land dat al lid is van de Europese Unie

c)

Een land dat niet meer bij de Europese unie wil horen

12.

Hoeveel lidstaten heeft de EU?

a)

25

b)

28

c)

30

d)

20

13.

Wat is welvaart

a)

Hoe goed het met een land gaat

b)

Hoeveel geld de inwoners van het land hebben

c)

Hoe gezond de inwoners van het land zijn

14.

Wie is de baas van de EU?

a)

Putin

b)

Het Europees parlement en de Europese commissie

c)

Brussel

15.

Wat is de taak van de Europese Commissie?

a)

Wetten controleren voor Europa

b)

Wetten bedenken voor heel Europa

c)

Bepalen wie er bij de EU mogen horen

16.

Wat is de taak van het Europees Parlement?

a)

Controleren of wetten goed worden uitgevoerd

b)

Wetten bedenken

c)

Bepalen wie er bij de Eu mogen

17.

Wat is een voordeel van de Europese Unie?

a)

Vrij verkeer van goederen en diensten

b)

Samenwerken bij de politie

c)

Geen controles bij de binnengrenzen

18.

Waarover werken Europese Landen samen

a)

Opvang van Vluchtelingen

b)

De maximum snelheid

c)

Vieren van feestdagen

19.
In welke hoofdstad bevindt de Europese Commissie en de Ministerraad zich?
a)
Parijs
b)
Berlijn
c)
Brussel
20.

Binnen de EU mag je van het ene land naar het andere land reizen zonder vergunning, dus zonder..

a)

toestemming

b)

paspoort

c)

visum

d)

euro's

21.

Nederlanders mogen vrij door de EU reizen

a)

juist

b)

Onjuist

22.

Een Nederlander mag in Italië gaan werken als hij dat wil

a)

Juist

b)

Onjuist

23.

Welke uitspraak klopt niet?

a)

Alle EU landen hebben de euro.

b)

Turkije is geen onderdeel van de EU.

c)

Brussel is de hoofdstad van de EU.

d)

De EU bestaat uit meer dan 25 landen.