wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3 kader hoofdstuk 8 straling

Total questions: 44

Worksheet time: 29mins

Name
Class
Date
1.

Welk soort straling zorgt ervoor dat het eten in een magnetron warm wordt?

a)

rontgenstraling

b)

microgolven

c)

ir-straling

d)

uv-straling

2.

Welk soort straling zorgt ervoor dat de gordijnen voor een raam langzaam verbleken?

a)

microgolven

b)

uv-straling

c)

ir-straling

d)

rontgenstraling

3.

Welk soort straling zorgt ervoor dat je huid warm wordt als je voor de open haard zit?

a)

rontgenstraling

b)

ir-straling

c)

uv-straling

d)

microgolven

4.

Welk soort straling zorgt ervoor dat een botbreuk zichtbaar wordt op een foto?

a)

microgolven

b)

ir-straling

c)

uv-straling

d)

rontgenstraling

5.

Henry beweert: “Licht is de enige soort straling die je kunt zien.”

Rody beweert: “Het menselijk oog is gevoelig voor zowel licht als ir-straling.”

Wie heeft of hebben gelijk of ongelijk?

a)

alleen henry heeft gelijk

b)

alleen rody heeft gelijk

c)

beiden hebben gelijk

d)

beiden hebben ongelijk

6.

Wat voor soort straling zendt elk mens uit?

a)

microgolven

b)

rontgenstraling

c)

uv-straling

d)

ir-straling

7.

Een warmtescan kun je gebruiken om warmteverlies van je woning op te sporen. Op welk soort straling reageert een warmtescanner?

a)

ir-straling

b)

uv-straling

c)

microgolven

d)

rontgenstraling

8.

Röntgenstraling wordt door spieren en vetweefsel:

a)

doorgelaten

b)

geabsorbeerd

9.

Röntgenstraling wordt door de botten in je lichaam:

a)

doorgelaten

b)

geabsorbeerd

10.

Emirhan zegt: 'Röntgenstraling kun je tegenhouden met een vel papier.'

Krista zegt: 'Röntgenstraling heeft een klein doordringend vermogen.'

Wie heeft of hebben gelijk of ongelijk?

a)

alleen Emirhan heeft gelijk

b)

alleen Krista heeft gelijk

c)

beide hebben gelijk

d)

beide hebben ongelijk

11.

Op welke plaats wordt de röntgenstraling geabsorbeerd?

a)

plaats 1

b)

plaats 2

c)

plaats 3

12.

Bloedvaten zijn normaal gesproken niet te zien op een röntgenopname. Als de bloedvaten wel te zien moeten zijn, wordt er voor onderzoek een contrastvloeistof bij de patiënt ingespoten.

Welke eigenschap moet de contrastvloeistof hebben?

a)

hij moet röntgenstralen weerkaatsen

b)

hij moet röntgenstralen doorlaten

c)

hij moet röntgenstralen adsorberen

13.

Stralingsenergie kan worden omgezet in warmte.

Wanneer gebeurt dat?

a)

als de straling door een voorwerp wordt doorgelaten

b)

als de straling door een voorwerp wordt geadsorbeerd

c)

als de straling door een voorwerp wordt teruggekaatst

14.

Welke 2 soorten stralingen zijn ioniserend?

a)

ir-straling

b)

licht

c)

uv-straling

d)

röntgenstraling

15.

Welke twee stellingen zijn waar?

a)

Ir-straling is gevaarlijk omdat het een zwak ioniserende straling is.

b)

Ir-straling is niet ioniserend, daarom zijn veiligheidsregels overbodig.

c)

Uv-straling is minder schadelijk dan ir-straling.

d)

Tegen ioniserende straling moet je jezelf beschermen.

16.

De atoomkernen van een radioactieve isotoop zijn

a)

stabiel

b)

instabiel

17.

De atoomkern C-14 kan veranderen in kernen van N-14: een isotoop die zelf niet radioactief is. Welke bewering is waar?

a)

C-14 is stabiel, N-14 is instabiel

b)

C-14 en N-14 zijn beide stabiel

c)

C-14 en N-14 zijn beide instabiel

d)

C-14 is instabiel, N-14 is stabiel

18.

In Pennsylvania, in de buurt van een vindplaats voor uraniumerts, zijn honderden huizen besmet met uitzonderlijk hoge concentraties radioactieve straling.


Marije beweert: “Uraniumerts is een natuurlijk voorkomend gesteente, dus noem je deze stof natuurlijk radioactief.”

Alec beweert: “Alleen voor natuurlijke radioactieve stoffen kun je gebruik maken van een geigerteller.”

Wie heeft of hebben gelijk of ongelijk?

a)

alleen Marije heef gelijk

b)

alleen Alec heeft gelijk

c)

beide hebben gelijk

d)

beide hebben ongelijk

19.

Na 1945 hebben verschillende landen kernproeven gedaan. Daarbij lieten ze atoombommen in de atmosfeer ontploffen. Bij de proeven kwam onder andere radioactief strontium-90 in de atmosfeer terecht. Deze isotoop heeft een halveringstijd van 29 jaar. In 1980 is de laatste kernproef in de atmosfeer gehouden.

Hoeveel procent van het strontium-90 dat toen gevormd is, zal in 2030 nog in het milieu aanwezig zijn?

a)

meer dan 50%

b)

tussen de 25% en 50%

c)

tussen de 10% en 25%

d)

tussen de 5% en 10%

e)

minder dan 5%

20.

In een laboratorium wordt gemeten hoeveel straling een stralingsbron uitzendt.

De hoeveelheid straling is gemeten in de eenheid becquerel (Bq) en is weergegeven is een grafiek.

Welk radioactief isotoop zou hiervoor gebruikt kunnen zijn?

a)

Ag-110 (halveringstijd 24 seconden)

b)

Al-28 (halveringstijd 2,4 minuten)

c)

N-13 (halveringstijd 9,7 minuten)

d)

I-131 (halveringstijd 8 dagen)

21.

Cesium-137 heeft een halfwaardetijd van 30 jaar. Hoeveel radioactiviteit is er nog over na 60 jaar?

a)

de helft

b)

een kwart

c)

een achtste

d)

niets meer

22.

In een laboratorium wordt gemeten hoeveel straling een stralingsbron uitzendt.

De hoeveelheid straling is gemeten in de eenheid becquerel (Bq) en is weergegeven is een grafiek.

Wat is de halveringstijd van deze radioactieve stof?

a)

1 minuut

b)

1,5 minuut

c)

3 minuten

d)

6 minuten

23.

Bij het opwekken van kernenergie ontstaat radioactief afval. De Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA) slaat al het radioactief afval dat in Nederland ontstaat op. Dat gebeurt voor minstens 100 jaar. COVRA verwerkt dit afval zoveel mogelijk tot kleinere hoeveelheden. Dit wordt ingebed in beton en opgeslagen.

Vanwege welke straling moet radioactief afval in beton gegoten worden?

a)

alfastraling

b)

bètastraling

c)

gammastraling

24.

In een fabriek wordt de dikte van staalplaten gecontroleerd. De staalplaat wordt daarbij onder

een stralingsbron doorgehaald. Een stralingsmeter meet hoeveel straling de plaat doorlaat. In de grafiek zie je hoe de hoeveelheid doorgelaten straling afhangt van de dikte van de plaat.

Welke soorten straling moet de stralingsbron in elk geval uitzenden?

a)

alfastraling

b)

bètastraling

c)

gammastraling

25.

Om mensen tegen deze straling te beschermen wordt lood gebruikt.

a)

alfastraling

b)

bètastraling

c)

gammastraling

26.

Deze straling kun je tegenhouden met een dik boek.

a)

alfastraling

b)

bètastraling

c)

gammastraling

27.

Deze straling wordt door een vel papier geabsorbeerd.

a)

alfastraling

b)

bètastraling

c)

gammastraling

28.

In een laboratorium wordt onderzoek gedaan naar een stralingsbron. Tussen de stralingsbron en de geigerteller wordt een dik boek geplaatst. De geigerteller meet geen straling.

Volgens Leroy betekent dit dat de stralingsbron alleen bètastraling uitzendt.

Volgens Stijn kan de stralingsbron naast bètastraling ook gammastraling uitzenden.

Wie heeft of hebben gelijk of ongelijk?

a)

alleen Leroy heeft gelijk

b)

alleen Stijn heeft gelijk

c)

beide hebben gelijk

d)

beiden hebben ongelijk

29.

Bij medisch onderzoek wordt veel gebruikgemaakt van tracers. Hoe lang is halveringstijd?

a)

kort

b)

lang

30.

Mathea heeft een baby van drie maanden. Vandaag is ze voor een onderzoek naar het ziekenhuis geweest. De dokter heeft na afloop tegen haar gezegd dat ze de komende 24 uren geen borstvoeding mag geven.

In welk geval zal een arts zo'n advies geven?

a)

Na een hartonderzoek met een radioactieve tracer

b)

Na het maken van een röntgenfoto van de borsten

c)

Na een bestraling van buitenaf met gammastralen

31.

Welke twee uitspraken zijn waar?

a)

Een tracer is een stof die door ieder orgaan kan worden opgenomen.

b)

Een tracer wordt meestal in het lichaam gebracht met een injectie.

c)

Na het toedienen van de tracer is de patiënt (licht) radioactief.

d)

De patiënt ligt tijdens het onderzoek onder een looddeken.

32.

Youri heeft een longonderzoek gehad. Hij moest hiervoor het radioactieve gas xenon-133 (Xn-133) inademen. Dit gas hecht zich aan de longen, waardoor zichtbaar wordt welke delen van zijn longen actief zijn.

Welke twee uitspraken zijn waar?

a)

Xenon-133 moet een lange halveringstijd hebben.

b)

Na het longonderzoek is Youri (licht) radioactief geworden.

c)

Xenon-133 kun je ook gebruiken om tumoren te bestralen.

d)

De stof xenon-133 noem je een radioactieve tracer.

33.

Welke straling wordt gebruikt voor bestraling van buitenaf?

a)

alfastraling

b)

bètastraling

c)

gammastraling

34.

Door welke bestraling wordt de patiënt tijdelijk radioactief?

a)

van buiten af

b)

van binnen uit

35.

Welk soort straling is het meest schadelijk bij bestraling van buitenaf?

a)

alfastraling

b)

bètastraling

c)

gammastraling

d)

maakt niet uit

36.

Op 23 november stierf de Russische ex-spion Alexander Litvinenko nadat hij in Londen vergiftigd was met enkele milligrammen polonium-210 (Po-210). Polonium-210 is een radioactieve isotoop die alfastraling uitzendt en een halveringstijd heeft van 138 dagen.

Emma beweert: “Po-210 moet naast alfastraling ook gammastraling hebben uitgestraald, want alfastraling is minder gevaarlijk dan gammastraling.”

Olaf beweert: “Alexander Livinenko is vergiftigd door alfastraling, want deze straling is binnen het lichaam net zo gevaarlijk als gammastraling.”

Wie heeft of hebben gelijk of ongelijk?

a)

alleen Emma heeft gelijk

b)

alleen Olaf heeft gelijk

c)

beide hebben gelijk

d)

beiden hebben ongelijk

37.

Welk soort straling is schadelijk bij bestraling van binnenuit?

a)

geen van de soorten stralingen

b)

alleen gammastraling

c)

bèta- en gammastraling

d)

alfa- , bèta- en gammastraling

38.

Wat is waar?

a)

Alfastraling wordt gedeeltelijk geabsorbeerd door de huid.

b)

Alfastraling in je lichaam is net zo gevaarlijk als gammastraling.

c)

Gammastraling is gevaarlijk, maar een lage dosis is ongevaarlijk.

d)

Bètastraling kan via de opperhuid je lichaam enkele centimeters binnendringen.

39.

Welke van de volgende manieren is het meest geschikt om gammastraling tegen te houden?

a)

aluminium folie gebruiken

b)

een loodplaat gebruiken met een dikte van 1 cm

c)

een lucht ledige ruimte gebruiken met een dikte van 1 cm

d)

een houten plaat gebruiken met een dikte van 1 cm

40.

Mensen die met stralingsbronnen werken, moeten zich aan allerlei regels houden.

Vier regels waaraan mensen zich moeten houden als ze met stralingsbronnen werken, zijn:

1 Voer alle handelingen snel (maar wel precies) uit.

2 Was je handen, nadat je met radioactieve stoffen gewerkt hebt.

3 Pak de stralingsbron niet met de handen beet, maar gebruik een tang.

4 Draag een loodschort als je met radioactieve stoffen werkt.

Welke regel is bedoeld om zo hygiënisch mogelijk met radioactieve stoffen te werken?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

41.

Mensen die met stralingsbronnen werken, moeten zich aan allerlei regels houden.

Vier regels waaraan mensen zich moeten houden als ze met stralingsbronnen werken, zijn:

1 Voer alle handelingen snel (maar wel precies) uit.

2 Was je handen, nadat je met radioactieve stoffen gewerkt hebt.

3 Pak de stralingsbron niet met de handen beet, maar gebruik een tang.

4 Draag een loodschort als je met radioactieve stoffen werkt.

Welke regel is bedoeld om de straling zo goed mogelijk af te schermen van je lichaam?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

42.

Om een gammafoto te kunnen nemen, brengt de arts een radioactieve vloeistof in de bloedsomloop van de patiënt. Waarom moet de arts hierbij handschoenen dragen?

a)

om te voorkomen dat zijn handen bestraald worden

b)

om te voorkomen dat zijn handen besmet worden

c)

om te voorkomen dat zijn handen besmet en bestraald worden

43.

Mensen die met stralingsbronnen werken, moeten zich aan allerlei regels houden.

Vier regels waaraan mensen zich moeten houden als ze met stralingsbronnen werken, zijn:

1 Voer alle handelingen snel (maar wel precies) uit.

2 Was je handen, nadat je met radioactieve stoffen gewerkt hebt.

3 Pak de stralingsbron niet met de handen beet, maar gebruik een tang.

4 Draag een loodschort als je met radioactieve stoffen werkt.

Welke regel is bedoeld om de afstand tot de radioactieve bron zo groot mogelijk te maken?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

44.

Mensen die met stralingsbronnen werken, moeten zich aan allerlei regels houden.

Vier regels waaraan mensen zich moeten houden als ze met stralingsbronnen werken, zijn:

1 Voer alle handelingen snel (maar wel precies) uit.

2 Was je handen, nadat je met radioactieve stoffen gewerkt hebt.

3 Pak de stralingsbron niet met de handen beet, maar gebruik een tang.

4 Draag een loodschort als je met radioactieve stoffen werkt.

Welke regel is bedoeld om de tijd dat je aan straling blootstaat, zo kort mogelijk te houden?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4