wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Wat bleef hangen van dit trimester Nederlands in het zesde?

Total questions: 20

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.
a)

Dit is een diverterende tekst.

b)

Dit is een informatieve tekst.

c)

Dit is een persuasieve tekst.

d)

Dit is een activerende tekst.

2.
a)

Dit is een diverterende tekst.

b)

Dit is een informatieve tekst.

c)

Dit is een persuasieve tekst.

d)

Dit is een activerende tekst.

3.
a)

Dit is een diverterende tekst.

b)

Dit is een informatieve tekst.

c)

Dit is een persuasieve tekst.

d)

Dit is een activerende tekst.

4.
a)

Dit is een diverterende tekst.

b)

Dit is een informatieve tekst.

c)

Dit is een persuasieve tekst.

d)

Dit is een activerende tekst.

5.

Welke uitspraak is de juiste?

a)

Met register wordt aan een bepaalde leeftijd gebonden taalgebruik bedoeld. Ouderen spreken anders dan jongeren.

b)

Met register wordt aan een bepaalde situatie gebonden taalgebruik bedoeld. Je past je woordkeuze en je toon aan aan de situatie.

c)

Met register wordt aan een bepaalde plaats gebonden taalgebruik bedoeld. Een Antwerpenaar klinkt anders dan een West-Vlaming.

d)

Met register wordt aan een tijd gebonden taalgebruik bedoeld. Voorbeeld: journalisten uit de jaren 1950 klinken anders dan nu.

6.

Welk van de volgende kenmerken is NIET typisch voor de poëzie van de vijftigers?

a)

veel vergelijkingen en/of metaforen

b)

poly-interpretabel: niet op één manier te interpreteren

c)

hermetisch: moeilijk te begrijpen

d)

sfeer is belangrijker dan de betekenis begrijpen

e)

eenvoudige, 'kindse' onderwerpen

7.

Wie schreef dit gedicht?

a)

Dimitri Verhulst

b)

Paul Van Ostaijen

c)

Gert Verhulst

d)

Tom Lanoye

e)

Hugo Claus

8.

Duid ALLE bastaardwoorden aan.

a)

deleten

b)

e-mail

c)

elektriciteit

d)

überhaupt

e)

feliciteren

9.

Duid ALLE vreemde woorden aan.

a)

deleten

b)

e-mail

c)

elektriciteit

d)

überhaupt

e)

feliciteren

10.
a)

Dit is standaardtaal.

b)

Dit is tussentaal.

c)

Dit is Verkavelingsvlaams.

d)

Dit is dialect.

11.
a)

Dit is dialect.

b)

Dit is tussentaal.

c)

Dit is standaardtaal.

d)

Dit is Afrikaans.

e)

Dit is Verkavelingsvlaams.

12.

Juist of fout? Het Roemeens behoort tot de Romaanse talen.

a)

Juist

b)

Fout

13.

Juist of fout? Het Afrikaans is een soort Nederlands dialect.

a)

Juist

b)

Fout

14.

Juist of fout? De Noord-Germaanse talen zijn: Deens, Noors en Zweeds.

a)

Juist

b)

Fout

15.

Juist of fout? Niet alle Keltische talen worden in Groot-Brittannië gesproken.

a)

Juist

b)

Fout

16.

Juist of fout? Het Fries is geen dialect.

a)

Juist

b)

Fout

17.

Juist of fout? In bepaalde delen van Frankrijk wordt een Keltische taal gesproken.

a)

Juist

b)

Fout

18.

Juist of fout? Gelukkig zijn er nog enkele manuscripten teruggevonden in het Indo-Europees.

a)

Juist

b)

Fout

19.

Duid ALLE zinnen aan die een voorzetselvoorwerp hebben.

a)

Ik kijk al uit naar de vakantie.

b)

Dit wordt de vakantie van mijn leven.

c)

Ik twijfel aan het juiste antwoord.

d)

Ik werk in de vakantie.

e)

Koop nu een festivalticket met korting!

20.

Een bastaardwoord is...

a)

...een woord dat werd overgenomen uit een vreemde taal maar is aangepast aan het Nederlands, zoals 'geologie'.

b)

...een woord dat niet aangepast is aan onze taal maar letterlijk wordt overgenomen, zoals 'brunch'.

c)

...een nieuw woord, zoals sjoemelsoftware, bosbrosser of moordstrookje.