wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Dongemond VT2

Total questions: 26

Worksheet time: 2hrs 44mins

Name
Class
Date
1.

Er zijn op de hele wereld ongeveer een driekwart miljard honden.

Hoeveel miljoen is een driekwart miljard?

a)

7,5 miljoen

b)

750 miljoen

c)

75 miljoen

d)

7500 miljoen

2.
Welke bewering is waar?
a)
48 is een veelvoud van 9.
b)
8 is een deler van 62.
c)
42 is een veelvoud van 7.
d)
Elk heel getal heeft 3 delers
3.
Wat is de juiste rekenvolgorde?
a)
1 machten en wortels
2 haakjes
3 x en :
4 + en -
b)
1 haakjes
2 machten en wortels
3 + en -
4 x en :
c)
1 haakjes
2 machten en wortels
3 x en :
4 + en -
4.
Hoeveel huizen zitten tussen nummer 13 en nummer 21 aan de oneven kant van de straat?
a)
2 huizen
b)
3 huizen
c)
4 huizen
d)
5 huizen
5.

Welk getal is de som van 15 en 5?

a)

3

b)

10

c)

20

d)

75

6.

Fons maakt een ovenschotel. In een Engels recept staat dat hij de oven moet instellen op 356 oF.

Op hoeveel graden Celcius moet hij de oven instellen?

Gebruik de formule


temp in oC = 5 x (temp in oF - 32)

____________________

9

a)

180 oC

b)

190 oC

c)

200 oC

d)

220 oC

7.
Jans heeft een schildersbedrijf. Hij schildert een flatgebouw samen met een collega. 
De kosten per dag berekent hij met de formule:
kosten per dag in € = 
150 + ( t - 3) x 85,40
Bereken de kosten als Jans 8 uur werkt.
a)
€ 346,80
b)
€ 497,-
c)
€ 577,-
d)
€ 833,20
8.
Isa rijdt op een motor. Op de invoegstrook van de snelweg trekt zij snel op. Hierbij hoort de formule:
snelheid in km/h = 50 + 2t2
t: tijd in seconden.
Bereken de snelheid van Isa na 3,5 seconden.
a)
57 km/h
b)
62,25 km/h
c)
74,5 km/h
d)
99 km/h
9.

Wat voor vorm heeft een grafiek van een kwadratisch verband?

a)

Parabool

b)

Rechte lijn

c)

Vloeiende kromme

d)

boogvormig

10.

Bij het branden van een kaars hoort de volgende formule:

lengte in cm =

32 - 6 x brandtijd in uren

Welke bewering is juist?

a)

In het begin is de kaars 6 cm lang.

b)

In het begin is de kaars 32 cm lang.

c)

In het begin is de kaars 0 cm lang.

d)

In het begin is de kaars 26 cm lang.

11.
Bereken het quotiënt van 18 en 6. 
a)
3
b)
12
c)
108
d)
24
12.
Bereken het product van de factoren 11 en 4.
a)
15
b)
44
c)
2,75
d)
7
13.

Welke schaal hoort bij deze schaallijn?

a)

1:20

b)

1:4

c)

1 : 2.000.000

d)

1 : 400.000

14.

Een tekening van een duikboot is 3 cm lang. De duikboot is 30 meter lang. Wat is de schaal?

a)

1:1000

b)

1:10

c)

1:3

d)

1:30

15.

Larissa is 1,75m lang (BE).

AB= 20m BC=1,3m

Bereken de hoogte van de boom

a)

26.9

b)

15.4

c)

28.7

d)

35

16.
a)

50000 cm2

b)

400 cm2

c)

4 cm2

d)

5 cm2

17.

Van het flesje Imodium bestaat ook een groter flesje. Daarvan zijn alle maten 1,5 keer zo groot.

Hoeveel mL zit er in het grotere flesje? In het kleine flesje zit 100 mL

a)

225 mL

b)

100 mL

c)

150 mL

d)

337.5 mL

18.
De schaal van een plattegrond is 1 op 250. Wat betekent dat?
a)
Dat 250 cm in het echt 1 cm is.
b)
Dat 1 cm in het echt 250 meter is.
c)
Dat 1 cm in het echt 250 cm is.
d)
Dat 250 cm in het echt 1 meter is.
19.
Dit Monopolybord is weergegeven op een schaal van 1:10.
De afbeelding is 5 cm.
Hoeveel cm is het bord in het echt?
a)
4 meter
b)
40 cm
c)
50 cm
d)
55 cm
20.
Dirk krijgt van zijn opa een Max Verstappen modelauto. 
De schaal van de modelauto is 1:25.
De lengte van het model is 20 cm
Wat is de werkelijke lengte van de wagen?
a)
50 cm
b)
6 meter
c)
400 cm
d)
5 meter
21.
Roxanne legt van huis naar school een afstand van 3 km af. 
Ze maakt een kaart van de route. Dit doet ze op een schaal van 1 : 25.000. 
Hoeveel cm is de route op haar kaart?
a)
24 cm
b)
12 cm
c)
4 cm
d)
6 cm
22.

In Madurodam is het Paleis op de Dam nagemaakt.

Het Paleis op de Dam is in werkelijkheid 52 m .

Het miniatuurgebouw is 130 centimeter.

Wat is de schaal van het gebouw?

a)

1 : 40

b)

1 : 25

c)

1 : 2,5

d)

1 : 0,4

23.

Bij welk verband hoort deze formule?

hoogte in m = -25t2+350t+6000

a)

Kwadratisch verband

b)

Machtsverband

c)

Wortelverband

d)

lineair verband

24.

Bij welk verband hoort deze formule?

zijde = √oppervlakte vierkant

a)

Wortelverband

b)

Machtsverband

c)

Kwadratisch verband

d)

lineair verband

25.

Je kunt de remweg berekenen met de formule

remweg in m = 30 + 4,5√2s Hierin is s de snelheid in km/u.

Een auto rijdt met een snelheid van 213 km/ uur.

Bereken de remweg.

a)

remweg = 123 m

b)

remweg = 1386 m

c)

remweg = 712 m

d)

Onze auto kan helemaal niet zo snel.

26.

Waar begint de conclusie van mevrouw Waas meestal mee?

a)

Daarom

b)

Dus

c)

Conclusie

d)

Antwoord