wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1. Hoe groot is jouw welvaart?

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Hoe noem je reclame die bedoeld is om het gedrag van mensen te veranderen?

a)

Ideële reclame

b)

commerciële reclame

c)

informatieve reclame

d)

merkreclame

2.

welke soort reclame bestaat niet?

a)

cruciale reclame

b)

commerciële reclame

c)

ideële reclame

d)

informatieve reclame

3.

Wat is een schaars goed?

a)

lucht

b)

zonlicht

c)

aardolie

d)

zeewater

4.

Wat is commerciële beïnvloeding?

a)

reclame via familie

b)

mond op mond reclame

c)

dat je wordt beïnvloed door de bedrijven om hun product te kopen

d)

reclame om jouw gedrag te veranderen

5.

wat is budgetteren?

a)

je inkomsten afstemmen op je uitgaven

b)

je inkomsten vergroten

c)

je uitgaven afstemmen op je inkomsten

d)

geld reserveren

6.

wat is niet een onderdeel van de marketingmix?

a)

productbeleid

b)

prijsbeleid

c)

productiebeleid

d)

plaatsbeleid

7.

Wat doet het NIBUD?

a)

mensen aan geld helpen

b)

mensen aan werk helpen

c)

voorlichting geven over geldzaken

d)

gegevens verzamelen over verschillende zaken

8.

Welk begrip heeft dezelfde betekenis als primaire behoeften?

a)

basisbehoeften

b)

luxe goederen

c)

overige behoeften

d)

verbruiksgoederen

9.

Stelling: Als je prioriteiten stelt, komen je primaire behoeften op de eerste plaats te staan.

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

De mate waarin je in je behoeften kunt voorzien.

a)

behoeften

b)

economie

c)

welvaart

d)

prioriteiten

11.

Welke uitspraak is juist?

a)

A- en B-merken zijn moeilijk verkrijgbaar.

b)

A-merken zijn altijd beter van kwaliteit.

c)

A-merken zijn duurder dan B-merken.

d)

Huismerkproducten zijn verse producten.

12.

Waar is sprake van? Annika wil komende zomer met vakantie. Ze besluit daarom een bijbaantje te nemen.

a)

Bezuinigingen

b)

Inkomsten vergroten

c)

Lenen

13.

Er is deflatie als?

a)

de prijzen dalen

b)

de prijzen gelijk blijven

c)

de prijzen snel veranderen

d)

de prijzen stijgen

14.

Het assortiment speelt een belangrijke rol n de marketingstrategie van de Action. Tot welk marketinginstrument behoort dit?

a)

Personeelsbeleid

b)

Plaatsbeleid

c)

Presentatiebeleid

d)

Prijsbeleid

e)

Productbeleid

15.

Tot welke soort uitgaven hoort de aanschaf van een wasmachine?

a)

Huishoudelijke uitgaven

b)

Vaste lasten

c)

Incidentele uitgaven

16.

Als je kinderbijslag krijgt, welke vorm van inkomen krijg je dan?

a)

Inkomen uit arbeid

b)

Inkomen uit bezit

c)

Overdrachtsinkomen

d)

Inkomen in natura

17.

Als je met indexcijfers werkt, krijgt het basisjaar altijd het indexcijfer 100.

a)

Juist

b)

Onjuist

18.

Je buurvrouw werkt in een kapperszaak. In die zaak zijn dure shampoos te koop. Je buurvrouw zegt dat je die net zo goed in een goedkope drogisterij kunt kopen. Je hebt hier te maken met?

a)

Commerciële beïnvloeding

b)

Sociale beïnvloeding

c)

Zelfvoorziening

19.

Zijn dit vooral gebruiksgoederen of verbruiksgoederen?

a)

Gebruiksgoederen

b)

Verbruiksgoederen

20.

De belangrijkste middelen zijn geld en tijd?

a)

Juist

b)

Onjuist