wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordenschat H1 Kader 2

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een synoniem?

a)

Woorden die ongeveer dezelfde betekenis hebben

b)

Woorden die je ongeveer hetzelfde schrijft

c)

Woorden die je hetzelfde uitspreekt

2.

Het synoniem voor afwezig.....

a)

Intimideren

b)

Absent

c)

Present

d)

Ongetwijfeld

3.

Het synoniem voor vatbaar...

a)

Absent

b)

Controle

c)

Gemakkelijk te beïnvloeden

d)

Fotogeniek

4.

Het synoniem voor ongetwijfeld...

a)

Zeker

b)

Nooit

c)

Functioneren

d)

Intelligent

5.

Het synoniem voor exact....

a)

Leveren

b)

Precies

c)

Gemakkelijk

d)

Slecht

6.

Het synoniem voor nadoen...

a)

Intimideren

b)

Logisch

c)

Imiteren

d)

Controleren

7.

Het synoniem voor noteren...

a)

Lezen

b)

Horen

c)

Opschrijven

d)

Intelligent

8.

Hoe kun je de betekenis van een moeilijk woord vinden?

a)

zoek in de tekst naar een synoniem

b)

zoek in de tekst naar een tegenstelling

c)

zoek in de tekst naar een bekend woorddeel

d)

alle drie de opties zijn goed

9.

een voorbeeld van een voorvoegsel is

a)

her

b)

ex

c)

on

d)

alle drie de opties zijn goed

10.

Een voorbeeld van een achtervoegsel is

a)

loos

b)

onder

c)

tussen

d)

ge

11.

Welk voorvoegsel staat in het woord onbegaanbaar?

a)

be

b)

gaan

c)

on

d)

baar

12.

Wat betekent het voorvoegsel on?

a)

wel

b)

niet

c)

tussen

d)

geen van deze drie opties

13.

Wat betekent het voorvoegsel inter?

a)

niet

b)

tussen

c)

wel

d)

geen van deze drie opties

14.

Een tegenstelling van gezamenlijk is

a)

samen

b)

met elkaar

c)

met een groep

d)

alleen

15.

Na het woord zoals in een tekst, volgt meestal een

a)

voorbeeld

b)

uitleg

c)

verklaring

d)

niks

16.

Het woorddeel her in herlezen betekent

a)

nu

b)

later

c)

niets

d)

opnieuw

17.

Een woord dat ongeveer hetzelfde betekent als een ander woord noem je een

a)

synoniem

b)

tegenstelling

c)

samenstelling

d)

bekend woorddeel

18.

Wat is het tegenovergestelde van complex?

a)

moeilijk

b)

makkelijk