wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Anatomie van het oog

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Waar wordt het meeste licht gebroken?

a)

Cornea (hoornvlies)

b)

Lens

c)

Corpus vitreum (glasachtig lichaam)

d)

Retina (netvlies)

2.

In loop van het leven kan het zijn dat je een leesbril nodig zult hebben, hoe kun je dit verklaren?

a)

Door slechter zien in de verte

b)

De lens kan minder goed bol worden (accomoderen)

c)

Door slijtage van het netvlies

d)

Doordat het hoornvlies van vorm verandert

3.

Hoe noem je het vaatvlies van het netvlies ook wel?

a)

Sclera

b)

Harde oogrok

c)

Retina

d)

Choroidea

4.

Je ziet iemands bril en de ogen lijken groter dan normaal, wat kun je hieruit opmaken over die persoon?

a)

Bijziend, + bril

b)

Bijziend, - bril

c)

Verziend, + bril

d)

Verziend, - bril

5.

Je ziet iemands bril en de ogen lijken kleiner dan normaal, wat kun je hieruit opmaken?

a)

Bijziend, + bril

b)

Bijziend, - bril

c)

Verziend, + bril

d)

Verziend, - bril

6.

Welke fotorecepteren zorgen voor het zien van kleuren en waar zitten deze in het netvlies?

a)

Staafjes, in de periferie van het netvlies

b)

Staafjes, centraal in het netvlies

c)

Kegeltjes, in de periferie van het netvlies

d)

Kegeltjes, centraal in het netvlies

7.

Hoe noem je de kop van de oogzenuw ook wel?

a)

Fovea

b)

Macula

c)

Papil

d)

Retina

8.

Iemand moet huilen van verdriet, er ontstaat ook een loopneus, hoe komt dit?

a)

Alle ondergenoemde antwoorden zijn onjuist

b)

Tranen verlaten het oog via de traanpunten en monden uiteindelijk uit in de neus

c)

Door vocht wat door het neusslijmvlies wordt geproduceerd

d)

Dit gebeurt alleen wanneer die persoon ook verkouden is op dat moment

9.

Je ziet een Grizzlybeer op de weg staan, je schrikt, wat gebeurt er met je pupil?

a)

Pupil verandert niet qua grootte

b)

Pupil wordt kleiner

c)

Pupil wordt groter

d)

Geen van bovenstaande antwoorden is juist

10.

Wat is de pupil?

a)

Zwart, met een zachte consistentie

b)

Zwart, met een harde consistentie

c)

Opening, die niet verandert van vorm

d)

Opening, die kan veranderen van vorm