wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H3 | H9 Je lichaam werkt | 9.1 + 9.2 + 9.3

Total questions: 51

Worksheet time: 51mins

Name
Class
Date
1.

De juiste volgorde van klein naar groot is...

a)

Cel --> Weefsel --> Orgaan --> Orgaanstelsel --> Organisme

b)

Organisme --> Orgaanstelsel --> Orgaan --> Weefsel --> Cel

c)

Cel --> Orgaan --> Weefsel --> Organisme --> Orgaanstelsel

d)

Weefsel --> Cel --> Orgaanstelsel --> Orgaan --> Organisme

2.

Een groep cellen met dezelfde vorm en functie is een...

a)

Cel

b)

Weefsel

c)

Orgaan

d)

Orgaanstelsel

3.

Een orgaan is een...

a)

deel van het lichaam met een bepaalde taak

b)

Groep cellen met dezelfde vorm en functie

c)

Groep organen die samenwerken aan een grotere taak

4.

Een orgaanstelsel is...

a)

Een onderdeel van het lichaam met een bepaalde taak

b)

Een groep cellen met dezelfde vorm en functie

c)

Een groep organen die samenwerken aan een grotere taak

5.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 1?

a)

Luchtpijp

b)

Slokdarm

c)

Longen

d)

Middenrif

6.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 8?

a)

Luchtpijp

b)

Slokdarm

c)

Longen

d)

Middenrif

7.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 10?

a)

Maag

b)

Nieren

c)

Blaas

d)

Lever

8.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 4?

a)

Maag

b)

Nieren

c)

Blaas

d)

Lever

9.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 6?

a)

Dikke darm

b)

Dunne darm

c)

Twaalfvingerige darm

d)

Maag

10.

Orgaanstelsels moeten samen werken, omdat ze alleen een grote taak zoals bewegen niet uit kunnen voeren

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Welk orgaanstelsel zien we hier?

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Zenuwstelsel

c)

Spierstelsel

d)

Verteringsstelsel

e)

Ademhalingsstelsel

12.

Om te kunnen bewegen hebben onze spieren brandstoffen nodig. Welke orgaanstelsels werken samen om je spieren van brandstoffen te voorzien? Tik de stelsels aan.

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Ademhalingsstelsel

c)

Verteringsstelsel

d)

Zenuwstelsel

13.

Welk orgaanstelsel zien we hier?

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Zenuwstelsel

c)

Spierstelsel

d)

Verteringsstelsel

e)

Ademhalingsstelsel

14.

Welk orgaanstelsel zien we hier?

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Zenuwstelsel

c)

Spierstelsel

d)

Verteringsstelsel

e)

Ademhalingsstelsel

15.

Welk orgaanstelsel zien we hier?

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Zenuwstelsel

c)

Spierstelsel

d)

Verteringsstelsel

e)

Ademhalingsstelsel

16.

Welk orgaanstelsel zien we hier?

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Zenuwstelsel

c)

Spierstelsel

d)

Verteringsstelsel

e)

Ademhalingsstelsel

17.

Op de afbeelding is de reactievergelijking van verbranding in het lichaam te zien. Hij is niet af, welke stof moet op plek 1 staan?

a)

Glucose

b)

Suiker

c)

Koolstofdioxide

d)

Voedingsstof

18.

Op de afbeelding is de reactievergelijking van verbranding in het lichaam te zien. Hij is niet af, welke stof moet op plek 2 staan?

a)

Glucose

b)

Koolhydraat

c)

Koolstofdioxide

d)

Zuurstof

19.

Welke stoffen heb je nodig om verbranding in je lichaam plaats te laten vinden? Tik de stoffen aan

a)

Glucose

b)

Zuurstof

c)

Water

d)

Koolstofdioxide

20.

Water is een afvalstof van de verbranding. Hoe kun je deze afvalstof uitscheiden? Tik de juiste antwoorden aan

a)

Uitademen

b)

Uitplassen

c)

Uitzweten

d)

Uitpoepen

21.

Koolstofdioxide is een afvalstof van de verbranding. Hoe kun je deze afvalstof uitscheiden? Tik de juiste antwoorden aan

a)

Uitademen

b)

Uitplassen

c)

Uitzweten

d)

Uitpoepen

22.

Bij het slikreflex worden de luchtpijp en neusholte afgesloten zodat hier geen voedsel in komt. Welk onderdeel sluit de luchtpijp af?

a)

Strotklepje

b)

Huig

c)

Stembanden

d)

Tong

23.

Bij het slikreflex worden de luchtpijp en neusholte afgesloten zodat hier geen voedsel in komt. Welk onderdeel sluit de neusholte af?

a)

Strotklepje

b)

Huig

c)

Stembanden

d)

Tong

24.

Wanneer je eet gaat de doorgeslikte voedselbrij via je ... naar je maag. Welk orgaan moet op de puntjes?

a)

Slokdarm

b)

Luchtpijp

c)

Darmen

d)

Lever

25.

Peristaltische bewegingen zijn...

a)

de beweging van je darmen waarmee een voedselbrij wordt voortgeduwd

b)

bewegingen die ervoor zorgen dat je buikpijn krijgt

c)

een gek dansje

26.

Welke beschrijving hoort bij het begrip?


Vertering is...

a)

het met verteringssappen kleiner maken van voedingsstoffen

b)

eten en daarna moeten poepen

c)

de bewegingen die je darmen maken om de voedselbrij voort te duwen

27.

Welke voedingsstoffen kunnen meteen in je bloed opgenomen worden? Tik ze allemaal aan.

a)

Water

b)

Vitaminen

c)

Mineralen

d)

Koolhydraten

e)

Vetten

28.

Op welke plek in je lichaam wordt speeksel gemaakt?

a)

Mond

b)

Maag

c)

Twaalfvingerige darm

d)

Dunne darm

29.

Gal is een verteringssap

a)

Waar

b)

Niet waar

30.

Gal wordt gemaakt door de lever

a)

Waar

b)

Niet waar

31.

Welke voedingsstof(fen) worden verteert door alvleessap? Tik ze aan

a)

Koolhydraten

b)

Vetten

c)

Eiwitten

32.

Welke voedingsstof(fen) worden verteert door maagsap? Tik ze aan

a)

Koolhydraten

b)

Vetten

c)

Eiwitten

33.

Welke voedingsstof(fen) worden verteert door darmsap? Tik ze aan

a)

Koolhydraten

b)

Vetten

c)

Eiwitten

34.

Zetmeel is een koolhydraat

a)

Waar

b)

Niet waar

35.

In de dunne darm worden de verteerde voedingsstoffen opgenomen in het bloed

a)

Waar

b)

Niet waar

36.

Voedingsvezels kunnen door ons lichaam verteert worden

a)

Waar

b)

Niet waar

37.

Je dikke darm neemt water op uit de voedselbrij

a)

waar

b)

niet waar

38.

De plooien in je dunne darm bevatten veel bloedvaatjes om voedingsstoffen snel op te nemen

a)

Waar

b)

Niet waar

39.

We kunnen op twee verschillende manieren ademhalen, welke manieren zijn dit? Tik de juiste antwoorden aan.

a)

Borst ademhaling

b)

Buik ademhaling

c)

Long ademhaling

d)

Zuurstof ademhaling

e)

Koolstofdioxide ademhaling

40.

Wanneer je inademt zijn je ribspieren...

a)

Aangespannen: De borstkast wordt breder

b)

Ontspannen: De ribben zakken omlaag

41.

Wanneer je uitademt zijn je ribspieren...

a)

Aangespannen: De borstkast wordt breder

b)

Ontspannen: De ribben zakken omlaag

42.

Wanneer je uitademt is je middenrif...

a)

Aangespannen: Het middenrif trekt plat

b)

Ontspannen: Het middenrif wordt boller

43.

Wanneer je inademt is je middenrif...

a)

Aangespannen: Het middenrif trekt plat

b)

Ontspannen: Het middenrif wordt boller

44.

De uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide noemen we...

a)

Gaswisseling

b)

Ademhaling

c)

Verbranding

d)

Uitscheiding

45.

Welk onderdeel van de longen is er op dit plaatje te zien?

a)

Longblaasjes

b)

Bronchiën

c)

Kraakbeenringen

d)

Slijmcellen

46.

Op bovenstaande afbeelding is een longblaasje schematisch weergeven. De groene en de gele pijl geven de uitwisseling van stoffen tussen het longblaasje en het bloed aan.


Welke stof moet er bij de groene pijl staan?

a)

Koolstofdioxide

b)

Zuurstof

c)

Stikstof

d)

Glucose

47.

Op bovenstaande afbeelding is een longblaasje schematisch weergeven. De groene en de gele pijl geven de uitwisseling van stoffen tussen het longblaasje en het bloed aan.


Welke stof moet er bij de gele pijl staan?

a)

Koolstofdioxide

b)

Zuurstof

c)

Stikstof

d)

Glucose

48.

Door je neus ademen is gezonder dan door je mond ademen. Waarom? Tik de juiste antwoorden aan.

a)

Als je door je neus ademt wordt de lucht warmer

b)

Als je door je neus ademt kun je gevaarlijke luchtjes zoals brandlucht waarnemen

c)

Ziekteverwekkers blijven aan de slijmcellen in je neusholte plakken

d)

De haartjes in je neus houden stofdeeltjes tegen

e)

Via je neus adem je meer zuurstof in

49.

Op bovenstaande afbeelding zijn de onderdelen van de longen weergeven.


Welk onderdeel wordt aangegeven door nummer 1?

a)

Luchtpijp

b)

Bronchiën

c)

Luchtpijptakjes

d)

Longblaasjes

50.

Op bovenstaande afbeelding zijn de onderdelen van de longen weergeven.


Welk onderdeel wordt aangegeven door nummer 2?

a)

Luchtpijp

b)

Bronchiën

c)

Luchtpijptakjes

d)

Longblaasjes

51.

Op bovenstaande afbeelding zijn de onderdelen van de longen weergeven.


Welk onderdeel wordt aangegeven door nummer 4?

a)

Luchtpijp

b)

Bronchiën

c)

Luchtpijptakjes

d)

Longblaasjes