Worksheets1v ontleden t/m wg
Total questions: 25
Worksheet time: 11mins
Wat zijn zinsdelen?
een woord een woordgroepje dat bij elkaar hoort
de persoonsvorm
delen van de zin die overblijven
delen van de zin die je niet kunt benoemen
Alles wat voor de pv staat:
zijn twee zinsdelen
is één zinsdeel
kan meerdere zinsdelen bevatten
is altijd drie zinsdelen
Waar of niet waar? 'De pv is altijd een werkwoord'
waar
niet waar
geen van beide
allebei zijn goed
De pv past goed bij welk ander zinsdeel?
het ow
het wg
het lv
het mv
Wat geeft de pv aan?
tijd en getal van de zin (t.t/v.t en ev/mv)
tijd en vraag van de zin (t.t./v.t en of er een vraag gemaakt van kan worden)
getal en zinsdelen (ev/mv en welke zinsdelen er zijn)
Wat is de pv in: 'Gisteren ben ik nat geworden.'
ben
geworden
nat
ik
Wat is het ow in: 'Gisteren ben ik nat geworden.'
ben
ik
gisteren
geworden
Wat is het wg in: 'Gisteren ben ik nat geworden.'
gisteren geworden
nat geworden
ben geworden
ben nat geworden
Als het ow in een zin verandert, wat verandert dan mee?
de pv
het lv
het mv
het vd
De pv laat zien wat ... doet
het ow
het lv
het mv
het gezegde
Wat houdt het wg in?
alle werkwoorden in de zin + de pv
alle werkwoorden in de zin zonder de pv
Horen onvoltooid deelwoorden ook bij het wg?
ja
nee
soms wel, soms niet
Als 'te' of 'aan het' vóór een werkwoord staan,...
horen die woordjes ook bij het wg
horen die woordjes niet bij het wg
horen die woordjes bij de bijwoordelijke bepaling
horen die woordjes bij geen enkel zinsdeel
Wat is het wg? 'Ik was aan het douchen.'
was douchen
douchen
was aan het douchen
geen van alle
Wat is het wg? 'Wat is er nog te doen?'
is te doen
is doen
doen
geen van alle
Wat is het wg? 'We waren met zijn allen aan het basketballen.'
waren basketballen
waren aan het basketballen
basketballen
geen van alle
Welke vraag stellen we om het lv te vinden?
wat/wie + wg + ow?
wat/wie + wg + ow + mv?
wat/wie + wg?
wat/wie + wg + ow + rest?
Het lijdend voorwerp is..
de persoon die iets overkomt of het voorwerp dat iets ondergaat
de persoon die iets geeft of het voorwerp dat iets geeft
beide opties
geen van alle opties
Het lv begint nooit met...
een voorzetsel
een werkwoord
een zelfstandig naamwoord
een onderwerp
Zoek het lv: 'Ik koop vandaag nieuwe schoenen van mijn geld.'
schoenen
nieuwe schoenen
vandaag
er zit geen lv in deze zin
Zoek het lv: 'Ik weet niet wat ik moet doen.'
er zit geen lv in deze zin
niet
niet wat ik moet doen
wat ik moet doen
Waar of niet waar: 'Een mv begint altijd met aan of voor.'
niet waar
waar
Welke vraag stel je om het mv te vinden?
aan/voor wie + wg + ow + lv?
aan/voor wie + wg + ow?
aan/voor wie + wg + ow + rest?
geen van alle
Zoek het mv: 'Ik geef jou mijn etui wel even.'
mijn etui
etui
jou
geef
Zoek het mv: 'Donoren willen patiënten een nier geven.'
een nier
patiënten
donoren
willen geven
