WorksheetsWerkwoordspelling 2
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
(Kloppen) het antwoord op deze vraag wel? (tt)
Klopt
Kloppen
Klopd
Klopte
Mijn broertje (raden) altijd het goede antwoord! (tt)
raad
raat
raadde
raadt
Ik (vrezen) dat mijn geheim ontdekt wordt. (tt)
vreez
vreezde
vrees
vreesde
Waarom (praten) jullie tijdens de les? (vt)
praten
pratten
praatten
praaten
Het liefst (reizen) ik naar Florida! (vt)
reis
reiste
reizen
reisde
(Verrassen) jij me met een mooi cadeau? (tt)
Verraste
Verrasste
Verras
Verrast
Een paar jaar geleden (lunchen) we elke middag thuis. (vt)
lunchen
lunchte
lunchden
lunchten
Mijn vader (sproeien) elke dag de planten. (tt)
sproeit
sproeid
sproeide
sproei
Ik (strikken) mijn veters al toen ik drie was!
strik
strikk
strikde
strikte
De leerlingen van groep 8 (leren) aan het begin van het schooljaar heel veel. (vt)
leren
leert
leerden
leerde
