wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4 kader hoofdstuk 3 energie nova

Total questions: 30

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Waar hoort welke energie soort?

a)

1: stralingsenergie 2: warmte 3:elektrische energie

b)

1: warmte 2: elektrische energie 3:stralingsenergie

c)

1: elektrische energie 2: stralingsenergie 3: warmte

2.

Het voedsel dat je eet bevat chemische energie.

Welke stelling is niet waar?

a)

Chemische energie wordt in je lichaam omgezet in warmte.

b)

Chemische energie wordt in je lichaam omgezet in bewegingsenergie.

c)

De joule is een eenheid van energie.

d)

Bij energie-omzettingen in je lichaam verdwijnt er altijd wat energie.

3.

Welke energiesoort levert een hoogteverschil?

a)

bewegingsenergie

b)

elektrische energie

c)

warmte-energie

d)

zwaarte-energie

4.

Twan doet aan fitness. Na het fitnessen heeft hij zin in veel eten. In het eten moet energie zitten.


Hoe noem je de energiesoort die in Twans voedsel zit?

a)

bewegingsenergie

b)

chemische energie

c)

stralingsenergie

d)

warmte-energie

5.

Welke 2 stellingen zijn waar?

a)

Energie die in een gespannen boog ontstaat noem je bewegingsenergie.

b)

Energie die is opgeslagen in een stof noem je chemische energie.

c)

Energie die wordt geleverd door een generator noem je elektrische energie.

d)

Energie die wordt geleverd door de wind noem je windenergie.

6.

Jolien wast haar zomerjurkje. Zij kiest een wasprogramma van één uur. De wasmachine heeft bij dit programma een vermogen van 2000 W.


Hoeveel energie moet de wasmachine leveren voor het wassen?

a)

7200000 J

b)

7200 kJ

c)

7.2 Mj

7.

Voor welke energie-omzetting is de motor van een benzineauto gemaakt?

a)

bewegingsenergie naar chemische energie

b)

bewegingsenergie naar elektrische energie

c)

chemische energie naar bewegingsenergie

d)

chemische energie naar elektrische energie

8.

Op Curaçao wordt op verschillende manieren elektrische energie opgewekt. Het merendeel van de energie wordt opgewekt met aardolie. De verbrandingsgassen die daarbij ontstaan zijn slecht voor het milieu.


Wat is een ander nadeel van het gebruik van aardolie als energiebron?

a)

aardolie kan een keer opraken, het is niet onuitputtelijk

b)

bij het verbranden ontstaan er broeikasgassen

c)

er komt koolstofdioxide en zwaveldioxide vrij

d)

verbrandingsgassen bevatten roetdeeltjes

9.

Tanja en Lois doen een uitspraak over een accu.

Wie heeft of hebben er gelijk?

Tanja beweert: “Tijdens het opladen van een accu wordt elektrische energie omgezet in chemische energie.”

Lois beweert: “In een lampje dat op de accu brandt wordt chemische energie omgezet in elektrische energie.”

a)

tanja heeft gelijk

b)

lois heeft gelijk

c)

beiden hebben gelijk

d)

beiden hebben ongelijk

10.

Sommige vliegtuigen gebruiken een mengsel van biodiesel en kerosine als brandstof. Biodiesel wordt gemaakt uit gebruikt frituurvet.

Welk milieuvoordeel heeft het vliegen op biodiesel uit frituurvet?

a)

biodiesel is een vorm van fossiele brandstof

b)

er ontstaat geen koolstofdioxide bij de verbranding van biodiesel

c)

het gebruik van biodiesel bespaart grondstoffen

d)

het vliegen op biodiesel is goedkoper dan vliegen op kerosine

11.

een zonnecel zet ............... om in ............

a)

stralingsenergie - elektrische energie

b)

elektrische energie - stralingsenergie

c)

bewegingsenergie - elektrische energie

d)

stralingsenergie - bewegingsenergie

12.

Welke soort energie levert uranium?

a)

chemische energie

b)

elektrische energie

c)

kernenergie

d)

warmte-energie

13.

Hieronder staan zeven energiebronnen.

Welke energiebronnen zijn duurzaam?

a)

aardwarmte

b)

waterkracht

c)

uranium

d)

aardgas

e)

wind

14.

welke energiebronnen wekken grijze energie op?

a)

biogasinstallatie

b)

elektriciteitscentrale (steenkool-gestookt)

c)

kerncentrale

d)

getijdencentrale

e)

elektriciteitscentrale (aardgas-gestookt)

15.

Welke stellingen zijn niet waar?

a)

Een gasgestookte elektriciteitscentrale produceert geen CO2.

b)

Een gasgestookte elektriciteitscentrale levert geen duurzame energie.

c)

Het broeikaseffect zorgt voor de opwarming van de aarde.

d)

Aardgas is een hernieuwbare energiebron.

16.

Welke van de onderstaande uitspraken is of zijn waar?

a)

een gasgestookte elektriciteitscentrale levert duurzame energie

b)

een gasgestookte elektriciteitscentrale produceert geen broeikasgassen

c)

het broeikaseffect is verantwoordelijk voor de stijging van de zeespiegel

d)

steenkool is geen hernieuwbare energiebron

17.

De opwarming van de aarde kan grote gevolgen krijgen, zoals stijging van de zeespiegel, uitsterven van bepaalde diersoorten en extremer weer.


Welke twee kenmerken horen bij extremer weer?

a)

grote droogte

b)

hete zomers

c)

koude winters

d)

wateroverlast

18.

welke stellingen zijn waar?

a)

Zure regen wordt veroorzaakt door zwaveldioxide en stikstofoxide.

b)

Smog is irriterend voor je slijmvliezen, ogen en luchtwegen.

c)

Door smog ontstaat zure regen

d)

Smog veroorzaakt horizonvervuiling

19.

Koolstofdioxide is verantwoordelijk voor

a)

het versterkt broeikaseffect

b)

zure regen

c)

smog

20.

welke uitspraak is niet waar?

a)

het afval van een kerncentrale blijft eeuwenlang gevaarlijk

b)

horizonvervuiling krijg je door het ontstaan van smog

c)

kerncentrales produceren geen gassen die smog kunnen veroorzaken

d)

smog is irriterend voor je slijmvliezen , ogen en luchtwegen

21.

Welk verbrandingsgas is verantwoordelijk voor zure regen én smog?

a)

koolstofdioxide

b)

stikstofdioxiden

c)

zwaveldioxide

22.

Een ledlamp heeft een ............. rendement dan een halogeenlamp.

Een ledlamp heeft voor dezelfde lichtopbrengst ............. elektrische energie nodig dan een halogeenlamp.

a)

hoger - meer

b)

lager - minder

c)

hoger - minder

d)

lager - meer

23.

Een ledlamp levert voor dezelfde hoeveelheid elektrische energie ......... licht dan een halogeenlamp.

a)

meer

b)

minder

24.

Een fabrikant heeft een automatische ledlamp op de markt gebracht. De ledlamp gaat automatisch aan als het donker wordt. Je ziet de verpakking van de ledlamp.

Hoeveel keer zuiniger in gebruik is deze ledlamp vergeleken met een gloeilamp van 25 W?

a)

2x

b)

8x

c)

12.5x

d)

25x

25.

Bij natuurkunde vergelijken Meindert en Vera een spaarlamp met een gloeilamp.

Meindert beweert dat een spaarlamp met dezelfde hoeveelheid elektrische energie, meer licht geeft dan een gloeilamp.

Vera beweert dat een gloeilamp meer elektrische energie nodig heeft dan een spaarlamp.

wie heeft gelijk?

a)

meindert

b)

vera

c)

beiden hebben gelijk

d)

beiden hebben ongelijk

26.

Een elektriciteitscentrale heeft een elektrisch vermogen van 600 MW en een rendement (Paf) van 40%.

Hoe groot is het opgenomen vermogen(Pop) van deze centrale?

a)

150 MW

b)

240 MW

c)

600 MW

d)

1500 MW

e)

2400 MW

27.

Bekijk de vermogens in het schema.

Hoe groot is het rendement van deze zonnecel?

a)

14%

b)

16%

c)

70%

d)

86%

28.

Het licht dat op een zonnepaneel van 100 bij 20 cm valt, levert onder gunstige omstandigheden een vermogen van 200 W.


Hoeveel is het nuttig vermogen bij een rendement van 0,8% van een zonnecel?

a)

1.6 W

b)

160 W

c)

250 W

29.

Het licht dat op een zonnepaneel van 100 bij 20 cm valt, levert onder gunstige omstandigheden een vermogen van 200 W.

Hoe groot is het nuttig vermogen als het rendement 2,5% is?

a)

0.5W

b)

5,0W

c)

50W

d)

500W

30.

Een paneel met zonnecellen heeft een oppervlakte van 4,5 m2 en een maximaal elektrisch vermogen van 855 W. Dit maximale vermogen wordt gehaald als het zonlicht 1000 W per m2 aan stralingsenergie levert.

Hoeveel is het rendement van de zonnecellen?

a)

0.19%

b)

19 %

c)

85.5 %

d)

117 %