wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

OKAN ROOD - Leren leren - week 11 - herhaling

Total questions: 20

Worksheet time: 40mins

Name
Class
Date
1.

Welke zin is juist?

a)

Ik verbeter mijn huistaak.

b)

Ik verbetert mijn huistaak.

c)

Ik verbeteren mijn huistaak.

d)

Ik verbet mijn huistaak.

2.

Welke zin is juist?

a)

Wij verbet met een rode balpen.

b)

Wij verbeter met een rode balpen.

c)

Wij verbetert met een rode balpen.

d)

Wij verbeteren met een rode balpen.

3.

Welke zin is juist?

a)

Ik herhal de nieuwe woorden.

b)

Ik herhaal de nieuwe woorden.

c)

Ik herhaalt de nieuwe woorden.

d)

Ik herhalen de nieuwe woorden.

4.

Welke zin is juist?

a)

Jullie herhaalen de oefeningen.

b)

Jullie herhaalt de oefeningen.

c)

Jullie herhaal de oefeningen.

d)

Jullie herhalen de oefeningen.

5.

Welke zin is juist?

a)

Jij spelt met de bal.

b)

Jij spelen met de bal.

c)

Jij speelt met de bal.

d)

Jij spel met de bal.

6.

Welke zin is juist?

a)

Zij speelen samen in de tuin.

b)

Zij spelen samen in de tuin.

c)

Zij spel samen in de tuin.

d)

Zij spelt samen in de tuin.

7.

Welke zin is juist?

a)

Hij sportt elke woensdag.

b)

Hij sporten elke woensdag.

c)

Hij sport elke woensdag.

d)

Hij spoort elke woensdag.

8.

Welke zin is juist?

a)

We sporten met een groep vrienden.

b)

We sport met een groep vrienden.

c)

We sporten voetballen met een groep vrienden.

d)

We sportt met een groep vrienden.

9.

Welke zin is juist?

a)

Zij moedigt haar kind aan.

b)

Zij moedig haar kind aan.

c)

Zij aanmoedigt haar kind.

d)

Zij aanmoedigen haar kind.

10.

Welke zin is juist?

a)

Jullie moedigt de voetballers aan.

b)

Jullie moedig de voetballers aan.

c)

Jullie moedigen de voetballers aan.

d)

Jullie aanmoedigen de voetballers.

11.

Welke vraagzin is juist?

a)

Verbetert jij de toetsen?

b)

Verbet jij de toetsen?

c)

Verbeteren jij de toetsen?

d)

Verbeter jij de toetsen?

12.

Welke vraagzin is juist?

a)

Herhaalt jij de dialoog?

b)

Herhalen jij de dialoog?

c)

Herhaal jij de dialoog?

d)

Herhalt jij de dialoog?

13.

Welke vraagzin is juist?

a)

Speelt jij een spel?

b)

Spelt jij een spel?

c)

Spelen jij een spel?

d)

Speel jij een spel?

14.

Welke vraagzin is juist?

a)

Sport jij graag?

b)

Jij sport graag?

c)

Sporten jij graag?

d)

Sport jij graag.

15.

Welke vraagzin is juist?

a)

Aanmoedig jij het kindje?

b)

Aanmoedigt jij het kindje?

c)

Moedig jij het kindje aan?

d)

Moedigt jij het kindje aan?

16.

Welke zin is juist?

a)

We verbeteren de fouten.

b)

We spelen de fouten.

c)

We sporten de fouten.

d)

We moedigen de fouten aan.

17.

Welke zin is juist?

a)

Jullie spelen het alfabet.

b)

Jullie herhalen het alfabet.

c)

Jullie sporten het alfabet.

d)

Jullie moedigen het alfabet aan.

18.

Welke zin is juist?

a)

Hij speelt met de poppen.

b)

Hij sport met de poppen.

c)

Hij herhaalt met de poppen.

d)

Hij moedigt de poppen aan.

19.

Welke zin is juist?

a)

Ze moedigen aan in het park.

b)

Ze verbeteren in het park.

c)

Ze herhalen in het park.

d)

Ze sporten in het park.

20.

Welke zin is juist?

a)

Jij herhaalt de sporters.

b)

Jij moedigt de sporters aan.

c)

Jij speelt de sporters.

d)

Jij sport de sporters.