wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

HV1: T2 Weefsels, cellen en de celkern

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Een weefsel is een

a)

Groep cellen dat bij elkaar ligt

b)

Groep cellen met dezelfde vorm

c)

Groep cellen met dezelfde functie

d)

Groep cellen met dezelfde vorm en functie

2.

De bouwstenen van een organisme noemen we

a)

de celkern

b)

organen

c)

cellen

d)

weefsels

3.

Opening aan de onderkant van een blad noemen we

a)

mondjes

b)

poriën

c)

bladporiën

d)

huidmontjes

4.

Omdat het in de zomer erg warm is groeit een boom snel en zijn de houtcellen groot en licht van kleur

a)

juist

b)

onjuist

5.

Het weefsel dat nieuw hout vormt noemen we

a)

jaarring

b)

de schors

c)

cambium

d)

houtstof

6.

De celkern is aangegeven met

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

7

7.

Het kernmembraan is aangegeven met

a)

1

b)

2

c)

3

d)

6

e)

7

8.

De celwand is aangegeven met

a)

1

b)

3

c)

5

d)

6

e)

7

9.

Korrels met een speciale functie in het cytoplasma van een plantaardige cel noemen we

a)

plastiden

b)

cytoplasma

c)

vacuole

d)

groenkorrel

10.

Voorbeelden van plastiden zijn (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

bladgroenkorrels

b)

cytoplasma

c)

zetmeelkorrels

d)

zoutkorrels

e)

kleurstofkorrels

11.

Dit onderdeel van een plantaardige cel zorgt o.a. voor opslag van stoffen

a)

celkern

b)

bladgroenkorrel

c)

vacuole

d)

cytoplasma

12.

Plantaardige cellen hebben een celmembraan en dierlijke cellen niet

a)

juist

b)

onjuist

13.

De volgende delen heeft een plantaardige cel wel en een dierlijke cel niet (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

celwand

b)

celkern

c)

vacuole

d)

kleurstofkorrels

14.

Lange dunne draden in de celkern noemen we

a)

chromosomen

b)

DNA

c)

Basen

d)

genen

15.

DNA is opgebouwd uit de volgende vier basen

a)

A T D G

b)

A T G C

c)

A T D P

d)

A T P C

16.

A-G noem je een basenpaar

a)

juist

b)

onjuist

17.

Je oogkleur erf je van je ouders, dit noem je een

a)

erfelijkheid

b)

overerving

c)

erfelijke eigenschap

d)

chromosoom