wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Biologie klas1 TL H6.8 zenuwstelsel

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Je hersenen het ruggenmerg en alle zenuwen samen noemen we:

a)

het ruggenmerg

b)

het zenuwstelsel

c)

het cel lichaam

2.

Waaruit bestaat je zenuwstelsel?

a)

Uit al je zenuwen

b)

Uit al je zenuwen en je ruggenmerg

c)

Uit al je zenuwen, je ruggenmerg en hersenen

d)

Uit al je zenuwen, je ruggenmerg, hersenen en bloedvaten

3.

Waar vind je de cel lichamen van zenuwcellen?

a)

Door heel je lichaam

b)

In je hersenen

c)

Bij je ruggenmerg

d)

In of vlakbij het centrale zenuwstelsel

4.

Wat is de functie van het laagje om elke uitloper in een zenuw

a)

Deze isoleren de uitlopers van elkaar

b)

Deze geven stevigheid aan de uitlopers

c)

Deze geven vorm aan de uitlopers

5.

Hier en op afb.39 in je boek zie je de wervelkolom en het ruggenmerg.

Wat is de functie hier van de wervelkolom?

a)

Stevigheid bieden aan het ruggenmerg

b)

Vorm geven aan het ruggenmerg

c)

bescherming bieden aan het ruggenmerg

d)

Zorgen dat het ruggenmerg zich kan bewegen

6.

Wat wordt er aangegeven met 1

a)

Cel lichaam

b)

Celkern

c)

Korte uitloper

d)

Lange uitloper

e)

isolerende laag

7.

Wat wordt er aangegeven met 2

a)

Cel lichaam

b)

Celkern

c)

Korte uitloper

d)

Lange uitloper

e)

isolerende laag

8.

Wat wordt er aangegeven met 3

a)

Cel lichaam

b)

Celkern

c)

Korte uitloper

d)

Lange uitloper

e)

isolerende laag

9.

Wat wordt er aangegeven met 4

a)

Cel lichaam

b)

Celkern

c)

Korte uitloper

d)

Lange uitloper

e)

isolerende laag

10.

Waar liggen schakel(zenuw)cellen?

a)

In zijn geheel buiten (gedeeltelijk vlakbij) het centrale zenuwstelsel

b)

in zijn geheel het centrale zenuw stelsel

c)

gedeeltelijk in en gedeeltelijk vlakbij het centrale zenuwstelsel

11.

Waar liggen de bewegingszenuwcellen?

a)

In zijn geheel buiten (gedeeltelijk vlakbij) het centrale zenuwstelsel

b)

In zijn geheel in het centrale zenuw stelsel

c)

de lichamen in het centrale zenuwstelsel de lange uitlopers door heel het lichaam

12.

Waar liggen de gevoelszenuwcellen?

a)

In zijn geheel buiten (gedeeltelijk vlakbij) het centrale zenuwstelsel

b)

In zijn geheel in het centrale zenuw stelsel

c)

de lichamen in het centrale zenuwstelsel de lange uitlopers door heel het lichaam

13.

Wat is de taak van:

gevoelszenuwcellen?

a)

impulsen van de zintuigen naar het centrale zenuwstelsel sturen

b)

impulsen van het centrale zenuwstelsel naar spieren en klieren sturen

c)

impulsen sturen (doorgeven) binnen het centrale zenuwstelsel

14.

Wat is de taak van:

bewegingszenuwcellen?

a)

impulsen van de zintuigen naar het centrale zenuwstelsel sturen

b)

impulsen van het centrale zenuwstelsel naar spieren en klieren sturen

c)

impulsen sturen (doorgeven) binnen het centrale zenuwstelsel

15.

Wat is de taak van:

schakel(zenuw)cellen?

a)

impulsen van de zintuigen naar het centrale zenuwstelsel sturen

b)

impulsen van het centrale zenuwstelsel naar spieren en klieren sturen

c)

impulsen sturen (doorgeven) binnen het centrale zenuwstelsel

16.

Bij een slaap arm, tinteling in je arm, is er spraken van afknelling van :

a)

bewegingszenuwcellen

b)

gevoelszenuwcellen

c)

schakelcellen

17.

In welke richting gaan de impulsen van de gevoelszenuwcellen?

a)

Richting het centrale zenuwstelsel: van de zintuigen naar het centrale zenuwstelsel

b)

Weg van het centrale zenuwstelsel: van het centrale zenuwstelsel naar de spieren en klieren

18.

In welke richting gaan de impulsen van de bewegingszenuwcellen?

a)

Richting het centrale zenuwstelsel: van de zintuigen naar het centrale zenuwstelsel

b)

Weg van het centrale zenuwstelsel: van het centrale zenuwstelsel naar de spieren en klieren