wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

RTTI Thema 1, 2 en 3

Total questions: 33

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.
Vervoert zuurstof en voedingsstoffen naar de organen.
a)
ademhalingsstelsel
b)
bloedvatenstelsel
c)
spierstelsel
d)
zenuwstelsel
2.
Opnemen van zuurstof en afgeven van koolstofdioxide
a)
Ademhalingsstelsel
b)
bloedvatenstelsel
c)
verteringsstelsel
d)
zenuwstelsel
3.
Welk orgaan valt niet onder het verteringsstelsel?
a)
dikke darm
b)
dunne darm
c)
hart
d)
maag
4.
Wat is de functie van ons beenderstelsel?
a)
Stevigheid geven
b)
Stevigheid geven, voortbewegen
c)
Stevigheid geven, bescherming, voortbewegen
5.
Welk onderdeel heeft een dierlijke cel niet?
a)
Kern
b)
Celmembraan
c)
Celwand
d)
Cytoplasma
6.
Wat is de juiste volgorde van groot naar klein?
a)
Organenstelsel - Organisme - Weefsel - Cellen
b)
Organisme - Organenstelsel - Weefsel - Cellen
c)
Organisme - Organenstelsel - Organen - Weefsel - Cellen
d)
Organenstelsel- Organisme - Organen
7.
Als ik kijk door een oculair van 10x en een objectief van 20x, dan heb ik een totale vergroting van 10 x 20 = 200x.
a)
Juist
b)
Onjuist
8.
Een orgaan is een deel van het lichaam met 1 of meer functies
a)
Juist
b)
Onjuist
9.
Het hart is een voorbeeld van een organenstelsel
a)
Juist
b)
Onjuist
10.
Met nummer 8 is het volgende aangegeven
a)
Maag 
b)
Slokdarm
c)
Dikke darm
d)
Longen
11.
Dit is een...
a)
Dierlijke cel
b)
Plantaardige cel
12.
Weefsel is...
a)
Een groep cellen met dezelfde vorm en functie
b)
Verschillende organen met dezelfde functie
c)
Tussencelstof
d)
Een cel zonder functie
13.
Wat is asfalt?
a)
Levenloos
b)
Levend
c)
Dood
14.
Wat is geen levenskenmerk?
a)
Voeden
b)
Bewegen
c)
Slapen
d)
Voortplanten
15.
Is die een schematische of natuurgetrouwe tekening?
a)
Schematisch
b)
Natuurgetrouw
16.
Uit een kiem groeit een nieuwe plant.
a)
Waar
b)
Niet waar
17.
De zaadhuid beschermt de navel van een bruine boon.
a)
Waar
b)
Niet waar
18.
Hoeveel zaadlobben heeft een bruine boon?
a)
één
b)
twee
c)
drie
d)
vier
19.
Wat betekent ontwikkelen?
a)
Het optreden van veranderingen in de bouw van een organisme
b)
Het groter en zwaarder worden van een organisme
c)
Geen van beide
d)
Allebei
20.
Wat betekent groeispurt?
a)
Een periode van snelle groei
b)
Een periode van geen groei
c)
Een periode van ontwikkeling
21.
Welk van deze beroepen heb je geen biologie voor nodig?
a)
Tandarts
b)
Dierentuinoppasser
c)
Architect
d)
Boer
22.
In welk stadium van gedaanteverwisseling zit een rups.
a)
Ei
b)
Larve
c)
Pop
d)
Volwassen dier
23.

Welk orgaan heeft deze taak:

Nemen water en mineralen (voedingsstoffen) op uit de bodem, zetten de plant vast in de bodem.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

24.

Welk orgaan heeft deze taak:

Voor transport van stoffen en rechtop houden (stevigheid) van de plant.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

25.

Welk orgaan heeft deze taak:

Hier maakt een plant voedingsstoffen, dat heet fotosynthese.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

26.

Welk orgaan heeft deze taak:

Zorgen voor de voortplanting, de ontwikkeling van vruchten en zaden.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

27.

Dit is selderij. Dit komt van een plant. Welk deel van de plant eet jij hier op?

a)

De wortels

b)

De stengel

c)

De bladeren

28.

In welk deel van de wortel wordt reservevoedsel vooral opgeslagen?

a)

Hoofdwortel

b)

Zijwortel

c)

Wortelhaar

d)

Stengel

29.

Dit is een rode biet. Wat rood is, kan je opeten. Welk deel van de plant eet je?

a)

De wortel

b)

De stengel

c)

De bladeren

30.

Wat is de functie van de wortelharen?

a)

Water en voedingsstoffen opnemen uit de grond

b)

Water en zuurstof opnemen uit de grond

c)

Zuurstof en suikers maken

31.

Wat is geen functie van wortels?

a)

De plant stevig vast zetten in de grond

b)

Water opnemen uit de grond

c)

Voedsel opnemen uit de grond

d)

Zuurstof maken

32.

Dit is spinazie. Dit komt van een plant. Welk deel van de plant eet je hier op?

a)

De wortel

b)

De stengel

c)

De bladeren

33.

Wat zie je bij nummer 1 tot 5?

a)

volwassen planten

b)

kieming

c)

fotosynthese