wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 6: Zintuigenstelsel 3TL

Total questions: 30

Worksheet time: 3hrs 30mins

Name
Class
Date
1.

Waar gaat de rode stippellijn naar toe?

a)

Neusholte

b)

Hersenen

c)

Evenwichtsorgaan

d)

Keelholte

2.

De adequate prikkel voor de neus is:

(a)  

3.

Hoe heet onderdeel 2?

(a)  

4.

Waarvoor dient de ooglens?

a)

De lens zorgt ervoor dat er niet teveel licht in het oog komt.

b)

De lens zorgt voor scherpe beelden op het netvlies

c)

De lens zet lichtprikkels om in impulsen

d)

De lens zet scherpe beelden om in lichtprikkels

5.

Als iemand lawaaidoof is, hoort hij of zij niet meer zo goed.

Welke geluiden zal die persoon niet zo goed meer horen?

a)

Harde geluiden

b)

Zachte geluiden

c)

Lage geluiden

d)

Hoge geluiden

6.

Wat is de functie van het trommelvlies?

a)

Geluidstrillingen opvangen

b)

Geluidstrillingen doorgeven en omzetten

c)

Geluidstrillingen opvangen en omzetten

d)

Geluidstrillingen opvangen en doorgeven

7.

Welke uitspraken zijn waar?

a)

De buis van Eustachius staat in verbinding met de gehoorgang

b)

De buis van Eustachius staat in verbinding met de trommelholte

c)

De buis van Eustachius staat in verbinding met de keelholte

d)

De buis van Eustachius staat in verbinding met de neusholte

8.

Welke opmerking over impulsen is juist?

a)

Impulsen laten zintuigen reageren.

b)

Impulsen bevatten informatie over de situatie buiten het lichaam.

c)

Impulsen kunnen ontstaan in zintuigen.

d)

Impulsen gaan altijd naar spieren toe.

9.

Hoe heet nummer 6?

(a)  

10.

Welke afbeelding is voor het kijken van veraf?

Zijn de lensbandjes dan samengetrokken of ontspannen?

a)

figuur 1; samengetrokken

b)

figuur 1; ontspannen

c)

figuur 2; samengetrokken

d)

figuur 2; ontspannen

11.

Drie beweringen. Welke zijn juist?


1 Als je naar een voorwerp kijkt valt deze op de blinde vlek.


2 Het beeld dat op het netvlies ontstaat is omgedraaid en verkleind.


3 Alleen met twee ogen tegelijk zijn we in staat diepte te zien

a)

1

b)

2

c)

3

12.

Geluid komt je oor binnen. In welk rijtje staan de onderdelen die het geluid tegenkomt in de juiste volgorde?

a)

Gehoorgang - trommelvlies - slakkenhuis - gehoorbeentjes

b)

Gehoorgang - trommelvlies - gehoorbeentjes - slakkenhuis

c)

Gehoorgang - gehoorbeentjes - trommelvlies - slakkenhuis

d)

Gehoorgang - gehoorbeentjes - slakkenhuis - trommelvlies

13.

In welk deel van het oor ontstaan vanuit prikkels impulsen?

a)

Trommelvlies

b)

Gehoorzenuw

c)

Slakkenhuis

d)

Gehoorbeentjes

14.

Twee delen van het oog zijn het hoornvlies en het glasachtig lichaam.

Welke delen zijn doorzichtig?

a)

Geen van beide

b)

Hoornvlies

c)

Glasachtig lichaam

d)

Zowel het hoornvlies als het glasachtig lichaam

15.

Hoe heet onderdeel 10?

(a)  

16.

Dit is een afbeelding van een kattenoor.

Welk nummer geeft het evenwichtsorgaan aan?

a)

2

b)

3

c)

4

d)

6

e)

7

17.

Welke uitspraak is waar?

a)

Deze persoon is in een ruimte met veel licht. De pupil is blauw.

b)

Deze persoon is in een ruimte met veel licht. De iris is zwart

c)

Deze persoon is in een ruimte met weinig licht. De iris is blauw.

d)

Deze persoon is in een ruimte met veel licht. De pupil is zwart.

18.

Hoe heet onderdeel F?

a)

Oogbol

b)

Iris

c)

Glasachtig lichaam

d)

Harde oogvlies

19.

Welke uitspraken zijn waar?

1) In je vingertoppen zitten meer tastzintuigjes dan in de palm van je hand

2) Als je je vinger in koud water stopt, dan werken zowel de warmtezintuigen en koudezintuigen

a)

Beide onjuist

b)

1 is juist

c)

2 is juist

d)

Beide juist

20.

Welk onderdeel van je oog vangt lichtprikkels op en maakt de impulsen?

(a)  

21.

Welk onderdeel van het oor heeft Vincent van Gogh van zijn lichaam afgesneden?

(a)  

22.

Onder normale omstandigheden wordt de pupil groot als er weinig licht is. Deze verandering van de pupil is onbewust.


Hoe wordt zo’n snelle, onbewuste reactie genoemd?

(a)  

23.

Er wordt met een camera een foto gemaakt van een iris. Door het felle flitslicht trekken de kringspieren in de iris zich samen.


Verandert dan de grootte van de pupil?

a)

Nee

b)

Ja, de pupil wordt groter.

c)

Ja, de pupil wordt kleiner

24.

Een ernstige afwijking die vooral bij oudere mensen voorkomt, is maculadegeneratie of MD. Dit ontstaat als zintuigcellen in de gele vlek afsterven. Hierdoor gaan mensen steeds slechter zien in het midden van het gezichtsveld (zie de afbeelding).


Hoe heten de zintuigcellen die door MD afsterven? En in welke laag van het oog bevinden ze zich?

a)

kegeltjes in het netvlies

b)

kegeltjes in het vaatvlies

c)

staafjes in het netvlies

d)

staafjes in het vaatvlies

25.

Veel mensen hebben op latere leeftijd een leesbril nodig, omdat ze niet meer goed dichtbij kunnen zien.


Waardoor hebben oudere mensen vaak een bril nodig om te kunnen lezen?

a)

De ooglens kan niet meer bol genoeg worden.

b)

De ooglens kan niet meer plat genoeg worden

c)

De pupil kan niet meer groot genoeg worden.

d)

De pupil kan niet meer klein genoeg worden.

26.

Hier zie je een schematische doorsnede van de huid.


Wat is aangegeven met 1?

a)

tastknopje

b)

zweetkliertje

c)

pijnpunt

d)

warmtezintuig

27.

Wat voor type zenuw is de oogzenuw?

a)

Een bewegingszenuw

b)

Een gevoelszenuw

c)

Een gemengde zenuw

28.

De vorm van de ooglens wordt aangepast aan de afstand waarop een voorwerp zich bevindt. Hoe heet dit verschijnsel?

a)

Gewenning

b)

Motivatie

c)

Accommoderen

d)

Focussen

29.

Sophie is een jaar geleden verhuisd naar een drukke straat. Toen zij daar pas woonde, hoorde zij vanuit haar slaapkamer voortdurend het lawaai van het verkeer. Nu valt haar dit geluid niet meer op. Hoe noem je dit verschijnsel?

(a)  

30.

Waar is Wally?

Je hebt 'm gevonden! Welke term is van toepassing?

a)

Gewenning

b)

Motivatie

c)

Accommoderen

d)

Focussen