NEW
Font size
Worksheetserfelijkheid begrippen en opdrachten(kruisingen)
Total questions: 57
Worksheet time: 1hrs 14mins
Onderdelen in een organisme zijn: celkern, DNA, chromosoom, gen en cel. Zet deze organismen in de goede volgorde, het kleinste eerst, het grootste als laatste.
DNA - Gen - Cel - Chromosoom - Celkern
Gen - DNA - Chromosoom - Celkern - Cel
Gen - Chromosoom - DNA - Celkern - Cel
Chromosoom - DNA - Celkern - Gen - Cel
Waar in je lichaam komen genen voor?
Niet in geslachtscellen en niet in lichaamscellen
Alleen in geslachtscellen
Alleen in lichaamscellen
In alle lichaamscellen en geslachtscellen
Waar zijn genen van gemaakt?
Ze zijn gemaakt van chromatiden
Ze zijn gemaakt van chromosomen
Ze zijn gemaakt van DNA
Waarom zijn genen belangrijk?
Genen bevatten informatie over je erfelijke eigenschappen.
Genen zorgen ervoor dat alle processen in de cel goed verlopen.
Genen bepalen hoe je eruit ziet.
Waar in je lichaam komt DNA voor
Alleen in je voortplantingsstelsel
In alle cellen met een celkern
Alleen in geslachtscellen
Overal in het lichaam
Waarom is DNA belangrijk?
DNA bevat informatie over al je erfelijke eigenschappen.
DNA bepaalt je geslacht.
DNA bepaalt je karakter.
Wat zit er in de celkern?
cytoplasma
water
Chromosomen
bladgroenkorrels
Wat wordt bedoeld met het begrip genetische informatie?
Welke erfelijke ziekten je kan krijgen.
Welke erfelijke eigenschappen je hebt.
Erfelijke informatie die vastligt in je DNA.
Informatie over je afstamming.
Van welke vorm van voortplanting is hier sprake?
Wat voor DNA zit er in je oogcellen?
alleen DNA voor de kenmerken van het oog
Dat ligt er aan waar in het oog het ligt
Dat kan je niet weten
Alle informatie van je DNA
Een vrouw heeft
XX chromosomen
XY chromosomen
YY chromosomen
Dit plaatje is een voorbeeld van verandering in
Genotype
Fenotype
Dna
Milieu
Een recessief allel komt tot uiting wanneer
Hij samen met een dominant allel staat
Hij homozygoot voorkomt
Hij heterozygoot voorkomt
hij komt nooit tot uiting
Wanneer een dier BB voor een eigenschap heeft dan is hij
Homozygoot Dominant
Heterozygoot Recessief
Homozygoot recessief
Heterozygoot Recessief
Is het, rekening houdend met het onderzoek, waarschijnlijk dat dit verschil in gewichtstoename bij verschillende mensen alleen wordt veroorzaakt door milieufactoren, alleen door het genotype of door beide?
Je genotype ontstaat bij de bevruchting van een eicel door een zaadcel
waar
niet waar
Je genotype kun je veranderen
waar
niet waar
Waar is dit een foto van ?
Chromosomen
zaadcellen
eicellen
DNA
Hoeveel chromosomen zitten er in een lichaamscel van de mens?
23
46
32
64
Hoeveel chromosoomparen zitten er in een geslachtscel van de mens?
23
46
zitten geen paren in, zijn enkel
Als je een bruin kleurtje hebt gekregen van de zon, dan is je ............veranderd.
fenotype
genotype
Chromosomen zitten in ...............
Het DNA
de genen
de celkern
Waardoor ontstaat het fenotype?
genotype
invloeden uit het milieu
geen van beiden
zowel genotype als invloeden vanuit het milieu
Is een gen een deel van een chromosoom dat informatie bevat voor alle erfelijke eigenschappen?
ja
nee
Wat ontstaat er bij de deling van een moedercel?
een kindercel
een dochtercel
een zooncel
een nakomelingcel
In de eicellen van de vrouw komen allemaal dezelfde genotype voor.
waar
niet waar
In de zaadcellen van de man zitten allemaal verschillende genotype.
waar
niet waar
Albinos komen alleen bij dieren voor.
waar
niet waar
Waardoor ontstaat de bleke, witte kleur van een albino?
ze hebben een witte stof in hun bloed
ze kunnen geen pigment aanmaken waardoor ze bleek,wit zijn
ze hebben een speciale witte laag op hun huid
Stoffen in sigarettenrook en asbest horen bij mutagene invloeden
waar
niet waar
Bij het kleuren van haar verander je ook je genotype
waar
niet waar
Bij het zetten van een tattoo verander je het fenotype
waar
niet waar
Het samensmelten van een eicel met een zaadcel noemen we ongeslachtelijke voortplanting.
waar
niet waar
Thalassemie is een zeer ernstige bloedziekte die het gevolg is van afwijkende rode bloedcellen. De ziekte wordt veroorzaakt door een recessief gen. Iemand die heterozygoot is voor dit gen, wordt een drager genoemd. Een drager heeft meestal voldoende gezonde rode bloedcellen en heeft de ziekte in een minder ernstige vorm.
Komt het gen voor thalassemie in alle gewone lichaamscellen van Rob voor? En in alle zaadcellen?
in alle gewone lichaamscellen en in alle zaadcellen
in alle gewone lichaamscellen en in de helft van de zaadcellen
in de helft van de gewone lichaamscellen en in alle zaadcellen
in de helft van de gewone lichaamscellen en in de helft van de zaadcellen
Sommige planten zijn niet in staat bladgroen te vormen. Dit zogenaamde albinisme berust op de aanwezigheid van een recessief allel. Bij een tabaksplant die heterozygoot is voor deze eigenschap treedt zelfbestuiving op. Er ontstaan 600 zaden. Na kieming ontstaan hieruit kiemplanten.
Hoeveel van deze kiemplanten zullen naar verwachting albino zijn?
0
150
300
600
Twee witte Leghorns worden met elkaar gekruist.
De stamboom geeft de resultaten van deze kruising weer.
Wat is het genotype van de ouders?
Beide AA
Beide Aa
Beide aa
Aa en Aa
Cavia's kunnen zwartharig en witharig zijn. Zwart is dominant. Gegeven zijn de volgende vier kruisingen:
Bij welke van de kruisingen is de kans op een witte cavia het grootst?
heterozygoot X homozygoot dominant
homozygoot dominant X homozygoot recessief
homozygoot recessief X heterozygoot
heterozygoot X heterozygoot
De Manx is een staartloze kat. De eigenschap staartloos is het gevolg van het dominante gen A.
Voor fokkers van dit ras doet zich het volgende probleem voor: homozygoot staartloze jongen zijn niet levensvatbaar. Ze sterven voor de geboorte.
Wat is het genotype van een levende staartloze kat?
aa
Aa
AA
AA of Aa
Krijgt een jongen het X-chromosoom van zijn vader of moeder?
En van wie heeft hij het Y-chromosoom gekregen?
Het X-chromosoom kan alleen van zijn moeder komen; het Y-chromosoom alleen van zijn vader.
Het X-chromosoom kan alleen van zijn vader komen; het Y-chromosoom alleen van zijn moeder.
Het X-chromosoom kan zowel van zijn vader als moeder komen; het Y-chromosoom alleen van zijn vader.
Het X-chromosoom kan zowel van zijn vader als moeder komen; het Y-chromosoom alleen van zijn moeder.
Bij cavia's is korte haren dominant over lange haren.
Twee heterozygote cavia's paren met elkaar en krijgen jongen.
Welke verhouding in fenotypes verwacht je bij de nakomelingen?
100% lange haren
100 % korte haren
25% lange haren / 75% korte haren
25% korte haren / 75% lange haren
Sommige mensen zijn niet in staat om pigment te vormen in hun huid, in hun haren en in de iris van hun ogen. Zo iemand wordt een albino genoemd.
Bij mensen is het gen voor albinisme recessief. Een echtpaar krijgt een tweeling. De ene baby heeft een donkere huid. De andere baby is een albino.
Kan deze tweeling één-eiig zijn? En twee-eiig?
alleen één-eiig
alleen twee-eiig
zowel één-eiig als twee-eiig
In vier celkernen van mensen zitten de volgende geslachtschromosomen:
Celkern 1: XX
Celkern 2: X
Celkern 3: XY
Celkern 4: Y
Welke celkern (nummer noemen) kan van een darmcel van een man zijn?
1
2
3
4
Bij rundvee is zwartbont dominant over roodbont (zwartbont = Z en roodbont = z). Uit twee zwartbonte ouders ontstaat een roodbont kalf. Welke genotypes hebben de ouders dan?
ZZ en ZZ
Zz en Zz
ZZ en zz
Zz en ZZ
In welke van onderstaande cellen zou je een X-chromosoom kunnen aantreffen:
a. een spermacel
b. een onbevruchte eicel
c. een bevruchte eicel
alleen in a
alleen in b
allen in c
in a,b, en c
In de afbeelding is een stamboom de overerving van albinisme bij een gezin weergegeven. De ouders uit dit gezin krijgen krijgen een vierde kind. Hoe groot is de kans dat dit kind pigment heeft?
25%
50%
75%
0 %
Persoon nummer 4 heeft als enige blauwe ogen (genotype is bb). De rest heeft bruine ogen. Van welke personen in deze stamboom kun je met zekerheid zeggen dat ze het genotype Bb hebben?
1 en 2
alleen 1
3 en 5
alleen 4
Iemand, die in staat is zijn tong op te rollen is in het bezit van het allel R. Een persoon die zijn tong niet kan oprollen (rr) heeft twee zusters, die dit wel kunnen. Zijn beide ouders kunnen dit ook.
Welke genotypen van de ouders en de zusters zijn dan mogelijk?
Ouders RR en Rr, zusters RR en/of Rr.
Ouders Rr en Rr, zusters alleen RR.
Ouders RR en Rr, zusters alleen Rr.
Ouders Rr en Rr, zusters RR en/of Rr.
Bij fruitvliegjes komen vliegen voor met normale vleugels en met korte vleugels.
Een vlieg met normale vleugels wordt gekruist met een vlieg met korte vleugels. Alle 80 nakomelingen hebben normale vleugels. Deze worden onderling opnieuw gekruist.
Hoeveel procent van deze nakomelingen is heterozygoot?
0%
25%
50%
75%
100%
Het kunnen rollen van je tong is afhankelijk van de aanwezigheid van een dominant gen.
Een zwangere moeder, die haar tong niet kan rollen, krijgt een kind met een vader die dit wel kan. Deze vader is heterozygoot voor deze eigenschap.
Hoe groot is de kans dat hun kind later kan tongrollen?
0%
25%
50%
100%
Dat kun je niet weten
Krullend haar (A) is dominant boven sluik haar (a). Wat is de fenotypeverhouding in de F1-fase, bij de kruising: Aa * aa?
3 krullend haar en 1 sluik haar
2 krullend haar en 2 sluik haar
1 krullend haar en 3 sluik haar
4 krullend haar en 0 sluik haar
Bij het gen van oogkleur is bruin dominant over blauwe ogen. Harm zijn vader heeft blauwe ogen, terwijl Harm zelf bruine ogen heeft.
Is Harm heterozygoot of homozygoot voor oogkleur?
En heeft Harms moeder bruine of blauwe ogen?
Heterozygoot / moeder bruine ogen
Homozygoot / moeder bruine ogen
Heterozygoot / moeder blauwe ogen
Homozygoot / moeder blauwe ogen
Heterozygoot / moeder blauwe of bruine ogen
Een fruitvlieg met een zwart lichaam wordt gekruist met een fruitvlieg met een grijs lichaam. Alle individuen van de F1 zijn grijs. Deze F1-individuen worden onderling gepaard.
Van de 113 individuen van de F2 zijn er 84 grijs en 29 zwart.
Hoeveel van de 84 grijze individuen van de F2 zullen er, naar verwachting, heterozygoot zijn?
28
42
56
allemaal
Bij konijnen komen verschillende vachtkleuren voor, zoals een donkere vacht en een vachtkleur die ’Himalaya-type’ wordt genoemd. Het gen voor donkere vachtkleur is dominant (A).
De stamboom in afbeelding 6 geeft de overerving van de vachtkleur in een konijnenfamilie
weer. Geef de genotypen van konijn 1, 2 en 3.
1 = Aa / 2 = Aa / 3 = aa
1 = Aa / 2 = AA / 3 = aa
1 = aa / 2 = aa / 3 = Aa
1 = aa / 2 = aa / 3 = AA
1 = Aa of AA / 2 = Aa of AA / 3 = aa
