wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 2

Total questions: 29

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Aan het begin van de dag staat er €77 op je bankrekening en heb je €8,45 in je portemonnee. Je betaalt die dag met je pinpas een nieuwe sweater van € 19,95.


VRAAG: Wat is het saldo op je bankrekening aan het eind van de dag?

a)

65,50

b)

57,05

c)

96,95

d)

68,55

2.

Aan het begin van de dag staat er €77 op je bankrekening en heb je €8,45 in je portemonnee. Je betaalt die dag met je pinpas een nieuwe sweater van € 19,95.


VRAAG: Betaal je de trui giraal of chartaal?

a)

Giraal

b)

Chartaal

c)

Geen van beide

3.

Aan het begin van de dag staat er €77 op je bankrekening en heb je €8,45 in je portemonnee. Je betaalt die dag met je pinpas een nieuwe sweater van € 19,95.


VRAAG: Hoeveel chartaal geld heb je aan het einde van de dag?

a)

77 euro

b)

8,45 euro

c)

19,95 euro

d)

68,55

4.

Aan het begin van de dag heb je €162,50 op je bankrekening staan.

Je betaalt met je pinpas €25,75 voor een

spijkerbroek en

€ 7,95 voor een cadeautje.


VRAAG: Hoeveel procent van je geld geef je deze dag uit?

a)

32%

b)

15,8%

c)

20,7%

d)

4,8%

5.

Aan het begin van de dag heb je €162,50 op je bankrekening staan.

Je betaalt met je pinpas €25,75 voor een

spijkerbroek en

€ 7,95 voor een cadeautje.


VRAAG: Wat is je saldo na deze dag?

a)

€136,75

b)

€140,25

c)

€195,75

d)

€128,80

6.

Als je geld ontvangt of uitgeeft, verandert je saldo. Bereken in het overzicht je nieuwe saldo (A)

a)

240

b)

220

c)

230

d)

274

7.

Als je geld ontvangt of uitgeeft, verandert je saldo. Bereken in het overzicht het bedrag wat eraf gaat (B)

a)

1468

b)

1072

c)

312

d)

423

8.

Hoe noem je de vormen van betalen die je hieronder ziet? (volgens ons boek)

a)

Elektronisch betalen

b)

Pinnen

c)

Acceptgiro

d)

Afbetalen

9.

Juist of onjuist?


Op een rekeningafschrift zie je wat je contant betaald hebt in de winkel

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Juist of onjuist?


Betalen met je telefoon is een voorbeeld van

elektronisch betalen.

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

Wat is GEEN voorbeeld van directe ruil?

a)

Je ruilt een trui voor een broek.

b)

Je doet een klusje in ruil voor iets lekkers.

c)

Je werkt bij je oom voor een Playstation 4

d)

Je doet de afwas voor je zakgeld

12.

Wat is een goed voorbeeld van: Sparen voor een doel?

a)

Voor je boodschappen

b)

Voor een vakantie

c)

Uit voorzorg

d)

Om geld te verdienen

13.

Wat is een goed voorbeeld van: Sparen uit voorzorg?

a)

Stel dat je Playstation kapot gaat

b)

Stel dat je op vakantie gaat

c)

Voor je rijbewijs

d)

Om geld te verdienen

14.

Wat is een goed voorbeeld van: Sparen voor de rente?

a)

Stel dat je Playstation kapot gaat

b)

Stel dat je op vakantie gaat

c)

Voor je rijbewijs

d)

Het levert extra geld op

15.

Als je bij een bank geld leent, betaal je met rente uiteindelijk meer geld terug.


Wat zou een reden kunnen zijn dat mensen dag toch iets met geleend geld kopen?

a)

Omdat ze niet willen wachten met een aankoop tot ze genoeg gespaard hebben.

b)

Omdat ze het geld dringend nodig hebben.

c)

Omdat ze niet met geld om kunnen gaan.

d)

Omdat het soms moet.

16.

Voor een lening van €12.500 gelden de termijnbedragen die in de tabel hieronder staan.

VRAAG: Hoeveel betaal je elke maand als je de lening in vijf jaar terugbetaalt?

a)

243

b)

290

c)

213

d)

12.500

17.

Voor een lening van €12.500 gelden de termijnbedragen die in de tabel hieronder staan.

VRAAG: Hoeveel betaal je in totaal terug in die vijf jaar?

a)

12.780

b)

14.580

c)

17.400

d)

12.500

18.

Wat is geen voorbeeld van een schade die door een verzekering kan worden betaald.

a)

Een gestolen fiets.

b)

Stormschade aan een woning.

c)

Een ziekenhuisbehandeling.

d)

Je (gevallen) telefoonscherm.

19.

Een polis is:

a)

het bewijs dat je verzekerd bent

b)

de hoogte van je eigen risico

c)

de premie die je moet betalen

d)

de schadevergoeding

20.

Als je kiest voor een verzekering met een hoog eigen risico, betaalje meer / minder premie dan bij een verzekering met een laag eigen risico.

a)

meer

b)

minder

21.

Dave verdient als vakkenvuller elke maand € 146. Hij spaart 25% van zijn loon. Per maand geeft hij € 85 uit aan kleding. De rest van zijn geld gaat op aan cadeautjes, de kantine en spullen voor zijn hobby.


VRAAG: Hoeveel geld spaart Jeroen per maand?

a)

21,25

b)

36,50

c)

57,75

d)

25

22.

Dave verdient als vakkenvuller elke maand € 146. Hij spaart 25% van zijn loon. Per maand geeft hij € 85 uit aan kleding. De rest van zijn geld gaat op aan cadeautjes, de kantine en spullen voor zijn hobby.


VRAAG: Hoeveel procent van zijn loon geeft hij uit aan kleding?

a)

56,2%

b)

57,2%

c)

58,2%

d)

66%

23.

Dave verdient als vakkenvuller elke maand € 146. Hij spaart 25% van zijn loon. Per maand geeft hij € 85 uit aan kleding. De rest van zijn geld gaat op aan cadeautjes, de kantine en spullen voor zijn hobby.


VRAAG: Hoeveel geld houdt hij over voor de andere uitgaven?

a)

61

b)

36,50

c)

24,50

d)

16

24.

Bekijk de afbeelding hieronder. Leg uit wat ermee bedoeld wordt.

a)

‘Geld lenen kost geld’ betekent dat je meer terugbetaalt dan je geleend hebt, het kost je

rente. Bovendien moet je een tijd lang de lening aflossen.

b)

‘Geld lenen kost geld’ betekent dat je alles terugbetaalt dat je geleend hebt, als je hiet nier meer kan betalen, dan moet je meer betalen.

25.

Welke functies kan geld hebben?

a)

Rekenmiddel

b)

Elektronisch middel

c)

Giraal middel

d)

Ruilmiddel

26.

Vul in: betaalautomaat - geldautomaat - contactloos betalen - pinpas


Als je geld nodig hebt, kun je met een ...(1)... bij een ...(2)... geld opnemen. Kleine uitgaven kun je...(3)... Bij de meeste winkels kun je pinnen bij een ...(4)...

a)

1 pinpas 2 geldautomaat 3 contactloos betalen 4 betaalautomaat

b)

1 portemonnee 2 geldautomaat 3 contactloos betalen 4 betaalautomaat

c)

1 pinpas 2 contactloos betalen 3 geld

4 betaalautomaat

d)

1 pinpas 2 geldautomaat 3 contactloos betalen 4 ideal

27.

je ziet hier een afbeelding van chartaal geld

a)

waar

b)

niet waar

28.

welke afbeelding stelt contactloos betalen voor?

a)
b)
c)
d)
29.

Je pint 50 euro van je rekening. Wat gebeurt er?

a)

je chartale geld neemt af, je girale geld neemt toe

b)

je chartale geld neemt toe, je girale geld neemt ook toe

c)

je chartale geld neemt toe, je girale geld neemt af

d)

je chartale geld neemt af, je girale geld neemt ook af