wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2T Spelling H4-5

Total questions: 24

Worksheet time: 1hrs 12mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de persoonsvorm in de verleden tijd van het werkwoord dat tussen haakjes staat?


Waarover (praten) je met je vrienden?

a)

praate

b)

praatte

2.

Wat is de persoonsvorm in de verleden tijd van het werkwoord dat tussen haakjes staat?


‘Dat zeg ik niet,’ (antwoorden) de jongen.

a)

antwoorde

b)

antwoordde

3.

Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd van het werkwoord dat tussen haakjes staat?


Ik (wedden) dat het over dat leuke meisje ging.

(a)  

4.

Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd van het werkwoord dat tussen haakjes staat?


Per ongeluk (stoten) ik daarbij mijn glas om.

(a)  

5.

Kies het bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord van het werkwoord dat tussen haakjes staat.


(overschrijden) - Ook worden regelmatig de normen ___.

a)

overschrijd

b)

overschreden

6.

Kies het bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord van het werkwoord dat tussen haakjes staat.


(bepalen) - Het stadsbestuur heeft ___ dat daar wat aan gedaan moet worden.

a)

bepaalt

b)

bepaald

7.

Noteer het bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord van het werkwoord dat tussen haakjes staat.


(meten) - De (a)   luchtkwaliteit in Rotterdam is niet goed.

8.

Noteer het bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord van het werkwoord dat tussen haakjes staat.


(besteden) - Het is van belang dat het (a)   geld ook echt naar het milieu gaat.

9.

Maak een zin waarin je het voltooid deelwoord van het werkwoord ‘achterlaten’ gebruikt als bijvoeglijk naamwoord.

4 lines
10.

Kies de juiste vorm van het werkwoord dat tussen haakjes staat.


(bestellen) - Ik heb laatst eten ___ bij een pizzatent.

a)

bestelt

b)

besteld

11.

Kies de juiste vorm van het werkwoord dat tussen haakjes staat.


(waarschuwen) – Eerder ___ Benny me nog dat niet te doen, omdat je altijd koude pizza’s krijgt.

a)

waarschuwde

b)

waarschuwte

12.

Noteer de juiste vorm van het werkwoord dat tussen haakjes staat.


(wedden) – Mijn vriend zei: ‘Ik (a)   dat jij een koude pizza krijgt.’

13.

Noteer de juiste vorm van het werkwoord dat tussen haakjes staat.


(gebeuren) – Helaas heb ik verloren, want wat hij voorspelde, is ook (a)   .

14.

Kies de juiste vorm van het Engelse werkwoord dat tussen haakjes staat.


(bungeejumpen) – Eerst had hij vanaf een brug ___.

a)

gebungeejumpt

b)

gebungeejumpd

15.

Kies de juiste vorm van het Engelse werkwoord dat tussen haakjes staat.


(breakdance) – Daarna volgde hij een workshop waarin hij met vrienden ___.

a)

breakdancete

b)

breakdancede

16.

Noteer de juiste vorm van het Engelse werkwoord dat tussen haakjes staat.


(crashen) – Aan het eind van de dag was hij zo moe dat hij met zijn sportauto is ­­­ (a)   .

17.

Wat is de juiste meervoudvorm van ...


taxi?

a)

taxis

b)

taxi's

18.

Wat is de juiste meervoudvorm van ...


pony?

a)

ponys

b)

pony's

c)

ponies

19.

Schrijf het woord in het meervoud.


accu

(a)  

20.

Schrijf het woord in het meervoud.


serie

(a)  

21.

Lees de instructie tussen haakjes. Kies het woord dat wordt bedoeld.


(Geef het verkleinwoord.)

Een kleine lolly is een ___.

a)

lollytje

b)

lollietje

c)

lolly'tje

d)

lollie'tje

22.

Lees de instructie tussen haakjes. Kies het woord dat wordt bedoeld.


(Geef aan dat de sjaal van Leonie is.)

Het is ___ sjaal.

a)

Leonies

b)

Leonie's

23.

Lees de instructie tussen haakjes. Noteer het woord dat wordt bedoeld.


(Geef aan dat de scooter van Bo is.)

Het is (a)   scooter.

24.

Lees de instructie tussen haakjes. Noteer het woord dat wordt bedoeld.


(Geef aan dat het boek van Hans is.)

Het is (a)   boek.