wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Diagnostische toets LS3 - H6 en H7

Total questions: 17

Worksheet time: 36mins

Name
Class
Date
1.

Een bacterie die optimaal groeit bij 37°C is ...

a)

mesofiel

b)

psychrofiel

c)

thermofiel

d)

heterofiel

2.

Bij welke van de onderstaande temperaturen zal een psychrofiel het beste groeien?

a)

5oC

b)

15oC

c)

35oC

d)

55oC

3.

In welke buis groeit een facultatief anaerobe bacterie?

a)
b)
c)
d)
4.

In welke buis groeit een obligaat anaerobe bacterie?

a)
b)
c)
d)
5.

Een obligaat aerobe bacterie heeft ... (vink alle juiste antwoorden aan!)

a)

superoxide dismutase (SOD)

b)

katalase of peroxidase

c)

geen O2-ontgiftende enzymen

6.

Een aerotolerante bacterie heeft ... (vink alle juiste antwoorden aan!)

a)

superoxide dismutase (SOD)

b)

katalase of peroxidase

c)

geen O2-ontgiftende enzymen

7.

Welke groep biomoleculen zorgt in complexe media vaak als energie-, C-, N- en S-bron?

a)

Koolhydraten

b)

Eiwitten

c)

Vetten

d)

Nucleïnezuren

8.

Eiwitten worden aan complexe kweekmedia toegevoegd als wateroplosbare peptiden. Dit heet ...

a)

pepton

b)

bouillon

c)

bacton

d)

plankton

9.

In welke fase is het aantal cellen dat ontstaat gelijk aan het aantal cellen dat sterft?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

10.

Je begint met 5 cellen en eindigt met 160 cellen. Hoeveel generaties zijn dat?

n = [logAt - logA0]/0,301

a)

4

b)

5

c)

6

d)

20

11.

Een bacteriekweek doorloopt 5 generaties in 50 minuten. Wat is de generatijd?

a)

6 seconden

b)

5 minuten

c)

10 minuten

d)

250 minuten

12.

Waarom zijn Gram-negatieve bacteriën vaak beter bestand tegen antimicrobiële middelen dan Gram-positieve?

a)

Ze hebben andere ribosomen

b)

Ze hebben enzymen die veel antibacteriële middelen afbreken

c)

Ze hebben een buitenmembraan die veel antibacteriële middelen tegenhoudt

d)

Ze hebben geen peptidoglycaan

13.

Bij welke behandeling blijven er geen micro-organismen over? Vink alle juiste antwoorden aan.

a)

Steriliseren

b)

Desinfecteren

14.

Vink alle werkingen van ethanol aan.

a)

Lost membranen op

b)

Beschadigt DNA

c)

Denatureert eiwitten

d)

Breekt peptidoglycaan af

15.

Welke behandeling zorgt voor directe beschadiging van DNA (dus geen indirecte)? Vink alle juiste anrtwoorden aan.

a)

Gammastraling

b)

UV-straling

c)

Chloor

d)

Droge hitte

16.

Vink alleen de methodes voor directe meting van het aantal bacteriën in een monster aan.

a)

Turbiditeitsmeting

b)

Gebruik van een microscoop met Pettrof-Hauser telkamer

c)

Filtratie, gevolgd door incubatie van het filter op een voedingsbodem

d)

Verdunningsreeks, gevolgd door uitplaten

17.

Zeer lage aantallen micro-organismen kun je het beste bepalen m.b.v. ...

a)

een turbiditeitsmeting

b)

een verdunningsreeks, gevolgd door uitplaten

c)

filtratie, gevolgd door incubatie van het filter op een voedingsbodem

d)

een microscoop met telkamer