wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Politiek herhaling 4BK

Total questions: 45

Worksheet time: 45mins

Name
Class
Date
1.

Bij een referendum:

a)

kiest de bevolking vertegenwoordigers in een bestuur.

b)

stemt de bevolking over een belangrijk politiek onderwerp

c)

stemmen volksvertegenwoordigers over politieke zaken.

d)

stemmen volksvertegenwoordigers over zaken die van algemeen belang zijn.

2.
Wat is politiek?
a)
Het nemen van beslissingen en het maken van keuzes voor het Land, Provincie en  Waterschap
b)
Het nemen van beslissingen en het maken van keuzes voor het Land, Provincie en Gemeente
c)
Het nemen van beslissingen en het maken van keuzes voor het Land, Provincie en Ruimtelijke Ordening.
d)
Het nemen van beslissingen en het maken van keuzes voor het Land, Provincie en Wijken
3.
Een taak van Algemeen Belang is
a)
Zorgen dat er snelwegen komen
b)
Zorgen dat GSO meer geld krijgt
c)
Zorgen dat Wilders beveiligd wordt
d)
Zorgen dat je betere cijfers krijgt
4.
Wij kiezen onze volksvertegenwoordigers, die voor ons beslissingen nemen, dit noemen we  
a)
Een referendum
b)
Directe verkiezingen
c)
Indirecte verkiezingen
d)
Een maatschappelijke kwestie
5.
Een democratie betekent
a)
Dat het volk via een referendum mag beslissen
b)
Dat het volk haar wil opgelegd krijgt
c)
Dat een iemand (of een groep) alle macht heeft
d)
Dat een volk invloed heeft op politieke besluiten
6.
Een referendum is
a)
Een Volkstelling
b)
Een volksraadpleging (over een onderwerp)
c)
Een volksraadpleging (over meerdere onderwerpen)
d)
Een spook
7.
Een wet gaat door als de 2e Kamer ermee instemt met 75 stemmen
a)
Juist
b)
Onjuist
c)
75 stemmen + 1
d)
74 stemmen+ 1
8.
Wat is een compromis
a)
Een motie
b)
Geen afspraak
c)
Een afspraak tussen 2 partijen
d)
Een afspraak waar beide partijen een beetje toegeven
9.
Vrijheid van meningsuiting is
a)
belangrijk
b)
Een onderdeel van onze grondwet
c)
Een onderdeel van onze Trias Politica
d)
Een onderdeel van onze welvaart
10.
Trias Politica is
a)
Een scheiding van de rechterlijke, uitvoerende en wetgevende macht
b)
Een scheiding van de rechterlijke, uitvoerende en redegevende macht
c)
Een scheiding van de rechterlijke, uitvoerende en democratische macht
d)
Een scheiding van de rechterlijke, uitvoerende en koloniale macht
11.
De koning moet zijn ..... elke wet.
a)
mening geven over
b)
familie inlichten over
c)
handtekening plaatsen onder
12.
De bevolking kiest de Tweede Kamer.
a)
Juist
b)
Onjuist
13.
Waaruit bestaat de regering?
a)
De koning en de ministers
b)
De ministers
14.
Een belangrijke taak van de Tweede Kamer is de ministers controleren.
a)
Juist
b)
Onjuist
15.
De burgers kiezen in de gemeente:
a)
De burgemeester
b)
de gemeenteraad
c)
de wethouders
16.
Waar staat de afkorting B en W voor?
a)
Burgemeester en Welzijn
b)
Brandweer en Welzijn
c)
Burgemeester en Wethouders
17.
Welke zin is juist?
a)
Politici zijn altijd minister
b)
politici moeten beslissingen nemen. 
c)
politici zijn altijd lid van de Tweede Kamer
18.
Bij de overheid werken ........ en politici.
a)
winkeliers
b)
ambtenaren
c)
bedrijven
19.
Op welke twee manieren kan de overheid meer geld krijgen?
a)
De belastingen verlagen en meer geld uitgeven
b)
De belastingen verlagen en minder geld uitgeven
c)
De belastingen verhogen en minder geld uitgeven
20.
Wat is van algemeen belang?
a)
Dat iedereen thuis wifi heeft
b)
Dat je weet wie de minister-president is.
c)
Goede gezondheidszorg
21.
In Nederland mag je stemmen als je ... bent en een Nederlands paspoort hebt. 
a)
16 jaar
b)
18 jaar
c)
21 jaar
22.
Hard optreden tegen politieke tegenstanders zie je in een:
a)
Dictatuur
b)
Democratie
23.
Burgers hebben de minste vrijheid in een:
a)
Dictatuur
b)
Democratie
24.

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. Bij een directe democratie hoort een referendum.

2. Bij een indirecte democratie horen volksvertegenwoordigers

a)

alleen 1 is juist

b)

alleen 2 is juist

c)

Beide zijn juist

d)

Beide zijn onjuist

25.

Een wetsvoorstel wordt een wet als ........................ over het voorstel heeft gestemd.

Wat hoort bij de puntjes te staan?:

a)

de minister

b)

de ministers en de minister president

c)

het parlement (Tweede en Eerste Kamer)

d)

de kiezers

26.

Er zijn veel wetten. In de …................. staan de belangrijkste rechten en plichten van burgers en de overheid.

Welk woord is weggelaten?

a)

mensenrechten

b)

grondwet

c)

rechtsstaat

d)

parlementaire democratie

27.

Het doel van de trias politica is om:

a)

de overheid geen macht te geven

b)

het volk alle macht te geven

c)

de macht van de overheid te verdelelen

d)

de rechten en plichten van burgers vast te leggen

28.

De leden van de Tweede Kamer worden …………………. gekozen.

Welk woord of welke woorden zijn hier weggelaten?

a)

indirect

b)

via verkiezingen voor de provincie

c)

direct door de bevolking

d)

door de leden van de Eerste Kamer

29.

Het recht van interpellatie houdt in dat de Tweede Kamer:

a)

een motie van wantrouwen tegen een minister mag indienen

b)

het recht heeft een minister in een spoeddebat om uitleg te vragen

c)

wetsvoorstellen in mag dienen

d)

een wetsvoorstel van een minister mag afkeuren

30.

De Tweede Kamer mag ook zelf wetsvoorstellen doen. Dit is het:

a)

recht van interpellatie

b)

motierecht

c)

recht van initiatief

d)

stemrecht

31.

De burgemeester is de baas van:

a)

de politie

b)

de scholen

c)

de ziekenhuizen

d)

de opvang van asiekzoekers

32.

Wat betekent de afkorting B en W?

a)

Burgerlijk Wetboek

b)

Burgemeester en wethouders

c)

Besluiten en wetten

d)

Burgers en welzijn

33.

De ........... van Sociale Zaken houdt zich hier mee bezig binnen en gemeente.

Wat komt er op de puntjes?

a)

burgemeester

b)

minister

c)

wethouder

d)

gemeente

34.

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. Het nadeel van een directe democratie is dat volksvertegenwoordigers over zaken van algemeen belang moeten stemmen.

2. Het voordeel van een referendum is dat volksvertegenwoordigers over zaken van algemeen belang stemmen.

a)

Alleen 1 is juist

b)

Alleen 2 is juist

c)

Beide zijn juist

d)

Beide zijn onjuist

35.

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. Geheime verkiezingen wil zeggen dat de namen van de volksvertegenwoordigers geheim blijven.

2. Vrije verkiezingen wil zeggen dat je mag stemmen op wie je wilt.

a)

Alleen 1 is juist

b)

Alleen 2 is juist

c)

Beide zijn juist

d)

Beide zijn onjuist

36.

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. In de grondwet staan naast rechten ook plichten.

2. In een rechtsstaat hebben burgers rechten die vastgelegd zijn in wetten.

a)

Alleen 1 is juist

b)

Alleen 2 is juist

c)

Beide zijn juist

d)

Beide zijn onjuist

37.

Welke zinnen zijn juist?

1. Door de trias politica heeft het parlement alle macht.

2. Het belangrijkste van de trias politica is: splitsen van macht.

3. In de trias politica staan de grondrechten van burgers vermeld.

4. Volgens de trias politica voeren de ministers de wetten uit.

a)

1 en 3

b)

1 en 4

c)

2 en 3

d)

2 en 4

38.

In België duurt het al langer dan een jaar om een nieuwe regering te vormen. De verschillende partijen komen er maar niet uit. Stel dat, op het moment dat je deze toets maakt, de partijen er toch zijn uitgekomen. Welke partijen hebben dan zitting in de nieuwe Belgische regering?

a)

coalitiepartijen

b)

liberale partijen

c)

oppositiepartijen

d)

sociaaldemocratische partijen

39.

Welke Nederlandse partijen zouden samen centrumrechts genoemd kunnen worden?

a)

cda, sgp, vvd

b)

pvda, cda, d66

c)

pvda, d66, christen unie

d)

sp, groenlinks, sgp

40.

Hoe kun je het beste onopvallend politiek beleid beïnvloeden?

a)

Handtekeningenactie organiseren

b)

Demonstreren

c)

Lobbyen (achter kamer politiek)

41.

Wat is een voordeel van een referendum?

a)

De bevolking wordt direct betrokken bij politieke besluiten

b)

door middel van een referendum is het mogelijk om sneller besluiten te nemen

c)

het parlement heeft door middel van een referendum meer te zeggen

42.

Wat kan een Tweede Kamerlid doen als hij/zij vindt dat de minister zou moeten opstappen?

a)

Het overheidsbeleid weigeren uit te voeren

b)

Het vertrouwen in de minister opzeggen

c)

Meestemmen met de regeringspartijen

43.

Welke politieke partij vindt een vrije markt belangrijk?

a)

sp

b)

pvda

c)

vvd

d)

cda

44.

Ondernemers starten een handtekeningenactie om sluitingstijden aan te passen. Op welke manier beïnvloeden zij de politiek?

a)

Een openlijke actie

b)

Lobbyen ( achter kamer politiek)

c)

Meedoen in adviesorganen

45.

Wie is er verantwoordelijk voor de openbare orde in de gemeente?

a)

Wethouder

b)

Burgemeester

c)

Gemeenteraad