wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Diagnostische toets LS3 - H27 en H28

Total questions: 16

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

In welke omgeving verwacht je GEEN biofilm?

a)

In je mond

b)

In een rioolwaterzuivering

c)

In een katheter

d)

In je urineblaas

2.

Vink alle broeikasgassen aan

a)

O2

b)

CO2

c)

CH4

d)

N2

3.

Welke functie hebben denitrificatie-processen voor de bacteriën die ze uitvoeren?

a)

Anaerobe respiratie

b)

Energie verkrijgen via oxidatieve fosforylering

c)

Verwijdering van aminogroepen

d)

Stikstofbinding

4.

Welke functie hebben nitrificatie-processen voor de bacteriën die ze uitvoeren?

a)

Anaerobe respiratie

b)

Energie verkrijgen via oxidatieve fosforylering

c)

Verwijdering van aminogroepen

d)

Stikstofbinding

5.

De microbiologische kwaliteit van water wordt bepaald via het aantal coliformen. Waarom?

a)

Zij zijn de enige bacteriën in water

b)

Als een indicator voor de aanwezigheid van bacteriën uit de oraal-faecale route

c)

Zij zijn de gevaarlijkste bacteriën in water

d)

Zij zijn de enige bacteriën in faeces

6.

Wat is waar over de Biological Oxygen Demand (BOD) van rioolwater?

a)

Deze is vóór de zuivering hoger dan erna

b)

Deze is vóór de zuivering lager dan erna

c)

Deze blijft tijdens de zuivering gelijk

7.

Vink alle juiste beweringen over actief slib aan

a)

De hoeveelheid slib neemt in de loop van de tijd toe

b)

Het doet zijn werk onder aerobe omstandigheden

c)

Het zorgt voor afbraak van organisch materiaal

d)

Het verzorgt processen uit de stikstofcyclus

8.

De gist Saccharomyces cerevisiae wordt gebruikt in de bier-, wijn- en broodbereiding. Wat is het grote verschil qua omstandigheden tijdens deze bereidingen?

a)

Brood: wel O2 / bier: geen O2 / wijn: geen O2

b)

Brood: geen O2 /bier: wel O2 / wijn: wel O2

c)

Brood: wel O2 / bier: wel O2/ wijn: geen O2

9.

Vink alle 'componenten' aan die invloed hebben op de stremming van melk in de kaasbereiding

a)

Chymosine (stremsel, rennet)

b)

Melkzuurbacteriën

c)

Wrongel (curd)

d)

Wei (whey)

10.

Vink alle onderdelen aan die betrokken zijn bij de O2-voorziening

a)

Diffuser (sparger)

b)

Impeller

c)

Baffles

11.

Vink alle anaerobe processen aan

a)

Actief slib systeem

b)

Denitrificatie

c)

Stikstoffixatie

d)

Methaanproductie

12.

CO2 + 8H+ + 8e- -> CH4 + 2H2O

a)

Aerobe respiratie

b)

Anaerobe respiratie

c)

Fermentatie

13.

Ongezuiverd rioolwater lozen op oppervlaktewater zorgt voor:

a)

een verhoogde BOD

b)

een verlaagde BOD

c)

dezelfde BOD

14.

Wat voeg je zeker NIET toe als je een bodemverontreiniging met benzeen en andere koolwaterstoffen wilt opruimen mbv bioremediatie?

a)

Nitraten en fosfaten

b)

Water

c)

Zuurstof

d)

Een koolstof- en energiebron

15.

Welke reactie voert gist uit in de wijnbereiding?

a)

Suiker -> ethanol

b)

Ethanol -> azijnzuur

c)

Appelzuur (malic acid) -> melkzuur (lactic acid)

d)

Suiker -> CO2 + H2O

16.

Vink de drie juiste beweringen over nitrogenase aan

a)

Het is betrokken bij de stikstofbinding

b)

Het werkt alleen onder anaerobe omstandigheden

c)

Het bevindt zich bv in Rhizobium bacteriën in wortelknolletjes

d)

Het werkt alleen onder aerobe omstandigheden

e)

Het is betrokken bij de ammonificatie