wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4h ma H1 Vrijheid of veiligheid?

Total questions: 16

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn mislukte staten?

a)

Staten die de veiligheid van burgers niet kunnen garanderen

b)

Staten die uit elkaar zijn gevallen

c)

Staten die oorlog voeren met elkaar

d)

Staten die geen president hebben

2.

Waarover luidde de politiebond NPB de noodklok?

a)

politie-agenten worden steeds vaker bedreigd

b)

steeds minder mensen kiezen voor werken bij de politie

c)

steeds meer mensen houden zich niet aan de maximumsnelheid

d)

er moet snel meer geld naar de aanpak van de georganiseerde misdaad

3.

Wat betekent het begrip geweldsmonopolie?

a)

alleen het leger mag geweld gebruiken in geval van oorlog

b)

alleen de politie mag geweld gebruiken voor het aanpakken van criminelen

c)

alleen de overheid mag geweld gebruiken voor handhaving van de orde

d)

alleen de regering mag geweld gebruiken voor handhaving van de orde

4.

Welke taak hoort niet bij de politie?

a)

handhavingstaak

b)

opsporingstaak

c)

berechtingstaak

5.

Wat past niet bij de bevoegdheden van de politie?

a)

iemand staande houden

b)

iemand aanklagen

c)

iemand aanhouden

d)

iemand onder voorwaarden fouilleren

6.

Wanneer is iemand verdachte?

a)

als er een redelijk vermoeden van schuld bestaat

b)

als iemand bewezen schuldig is

c)

als men iemand ergens van verdenkt

d)

als iemand misschien ergens bij betrokken is

7.

Wat hoort niet bij het begrip rechtsstaat?

a)

de groep staat boven het individu

b)

overheden oefenen macht uit over de onderdanen

c)

overheden moeten zich aan rechtsregels houden

d)

burgers moeten zich aan rechtsregels houden

8.

Criminelen gebruiken:

a)

legaal geweld

b)

illegaal geweld

9.

Waarom zetten politie en justitie vaak zware middelen in tegen de georganiseerde misdaad?

a)

Omdat men geen andere middelen heeft

b)

Omdat men kwaad met kwaad wenst te bestrijden

c)

Omdat geweld het enige is waar criminelen respect voor hebben

d)

Omdat veel criminelen zich in 2 werelden bevinden

10.

Wat past niet bij het zogenaamde Openbaar Ministerie?

a)

dit orgaan bepaalt de hoogte van de opgelegde straf

b)

officieren van justitie

c)

de afkorting is het OM

d)

officieren van justitie geven leiding aan de politie

11.

Wat past niet bij het opsporingsdilemma van politie en justitie?

a)

soms zoekt men de grenzen om op criminelen op te sporen

b)

men kan geld maar 1 keer uitgeven, dus moet men goed kiezen

c)

men moet rechtsregels van burgers beschermen

d)

men wil snel en daadkrachtig kunnen optreden

12.

Wat is niet 1 van de basisprincipes van een rechtsstaat?

a)

grondrechten

b)

legaliteitsbeginsel

c)

machtenscheiding

d)

onafhankelijke rechtspraak

e)

de aanwezigheid van nieuwsmedia

13.

Wat hoort niet bij het legaliteitsbeginsel?

a)

alles wat de overheid doet, moet op de wet zijn gebaseerd

b)

de overheid is niet verplicht zich aan dit beginsel te houden

c)

iets is legaal als het bij wet is strafbaar gesteld

d)

iets moet op dat moment strafbaar zijn gesteld

14.

Wat hoort niet bij de machtenscheiding?

a)

trias politica

b)

Montesquieu

c)

er zijn drie machten

d)

vastgelegd in reguliere wetten

15.

Wat hoort niet bij de onafhankelijke rechtspraak?

a)

rechters moeten volgens het recht handelen

b)

rechters moeten onpartijdig zijn

c)

rechters moeten zich niet laten beïnvloeden door politici

d)

rechters mogen niet stemmen tijdens democratische verkiezingen in Nederland

16.

Welke bewering is niet juist?

a)

de rechtstaat heeft uitsluitend betrekking op de burgers van een staat

b)

de overheid moet zorgen voor rechtsbescherming

c)

de overheid moet zorgen voor rechtshandhaving

d)

de overheid heeft een geweldsmonopolie

e)

de overheid moet een balans zoeken tussen rechtsbescherming en -handhaving