wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

6. Thema Verkoop en kassa hst. 2 Klanttypen

Total questions: 14

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Van welk klanttype is sprake in de volgende situatie?


Petra helpt een klant die op zoek is naar een stofzuiger. De klant heeft online informatie opgezocht en op basis daarvan een keuze gemaakt. Ze weet precies welke stofzuiger ze wil hebben. De klant wil nu weten of de stofzuiger op voorraad is.

a)

Creatieve klant

b)

Emotionele klant

c)

Logische klant

d)

Praktische klant

2.

Van welk klanttype is sprake in de volgende situatie?


Je ziet een klant die al een tijd naar een fauteuil staat te kijken. Navraag leert dat de klant zoekt naar een zitmeubel die qua stijl, afmeting en kleur goed past bij haar lederen bank. Ze vindt de fauteuil mooi, maar de poten niet. Je geeft aan dat die ook in andere kleuren beschikbaar zijn.

a)

Emotionele klant

b)

Handige klant

c)

Logische klant

d)

Praktische klant

3.

Van welk klanttype is sprake in de volgende situatie?


Elmira helpt een klant die fruit aan het uitzoeken is. De klant wil graag frambozen voor haar moeder, die in het ziekenhuis ligt. Ze vertelt dat haar moeder dol is op vers, zoet fruit. Ze wil ook graag een bakje aardbeien meenemen. Elmira rekent de producten met de klant af.

a)

Creatieve klant

b)

Emotionele klant

c)

Logische klant

d)

Praktische klant

4.

Van welk klanttype is sprake in de volgende situatie?


Henk is op zoek naar een eettafel, bij voorkeur iets aparts. Je toont Henk tafels met afwijkende vormen en kleuren. Henk heeft nu een voorkeur voor een tafel met een aparte vorm. Je toont Henk twee tafels die passen bij zijn wensen: een driehoekige en een eivormige tafel.

a)

Creatieve klant

b)

Emotionele klant

c)

Logische klant

d)

Praktische klant

5.

Hoe ga je om met een logische klant?

a)

Je geeft de klant een demonstratie van de producten

b)

Je stelt de klant gerichte persoonlijke vragen

c)

Je toont de klant verkoopcijfers van vergelijkbare producten

d)

Je vraagt de klant naar zijn ervaringen met eerdere aankopen

6.

Hoe ga je om met een logische klant?

a)

Je geeft de klant een demonstratie van de producten

b)

Je stelt de klant gerichte persoonlijke vragen

c)

Je vertelt de klant over het keurmerk dat een product bezit

d)

Je vraagt de klant naar zijn ervaringen met eerdere aankopen

7.

Hoe ga je om met een logische klant? Selecteer de twee juiste antwoorden.

a)

Je geeft de klant een demonstratie van de werking van het product

b)

Je geeft de klant realistische voorbeelden uit de praktijk

c)

Je toont de klant verkoopcijfers van vergelijkbare producten

d)

Je vertelt de klant dat autoriteiten dit product aanbevelen

8.

Hoe ga je om met een creatieve klant?

a)

Je geeft de klant een demonstratie van de werking van het product

b)

Je stelt de klant gerichte persoonlijke vragen

c)

Je toont de klant kwaliteitsgegevens en verkoopcijfers van het product

d)

Je vraagt de klant naar zijn ervaringen met eerdere aankopen

9.

Hoe ga je om met een creatieve klant? Selecteer de twee juiste antwoorden.

a)

Je denkt mee met de wensen van de klant

b)

Je stelt de klant gerichte persoonlijke vragen

c)

Je toont de klant verkoopcijfers van vergelijkbare producten

d)

Je toont de verschillende producten aan de klant

10.

Hoe ga je om met een praktische klant?

a)

Je stelt de klant gerichte persoonlijke vragen

b)

Je toont de klant verkoopcijfers van vergelijkbare producten

c)

Je toont de verschillende producten aan de klant

d)

Je vraagt de klant naar zijn ervaringen met eerdere aankopen

11.

Hoe ga je om met een praktische klant?

a)

Je stelt de klant gerichte persoonlijke vragen

b)

Je toont de klant verkoopcijfers van vergelijkbare producten

c)

Je toont de verschillende producten aan de klant

d)

Je vraagt hoe de klant het product gaat gebruiken

12.

Hoe ga je om met een emotionele klant?

a)

Je geeft de klant een demonstratie van de werking van het product

b)

Je geeft de klant realistische voorbeelden uit de praktijk

c)

Je stelt de klant gerichte persoonlijke vragen

d)

Je toont de klant verkoopcijfers van vergelijkbare producten

13.

Hoe ga je om met een emotionele klant? Selecteer de twee juiste antwoorden.

a)

Je stelt de klant gerichte persoonlijke vragen

b)

Je toont de klant verkoopcijfers van vergelijkbare producten

c)

Je toont de verschillende producten aan de klant

d)

Je geeft de klant een compliment

14.

Hoe ga je om met een emotionele klant? Selecteer de twee juiste antwoorden.

a)

Je biedt de klant iets te drinken aan

b)

Je stelt de klant gerichte persoonlijke vragen

c)

Je toont de klant verkoopcijfers van vergelijkbare producten

d)

Je toont de verschillende producten aan de klant