Font size
WorksheetsEconomie, Arbeidsmarkt & Organisatie - Proeftoets
Total questions: 32
Worksheet time: 20mins
Globalisering is:
Een steeds sterkere orientatie op het buitenland waarbij bedrijven een proces van schaalvergroting ingaan door samen te werken met bedrijven buiten NL.
Het opdelen van grote gebieden in kleinere gebiede
Het voortdurende proces van wereldwijde, economische, politieke en juridische integratie
Geen van de bovenstaande antwoorden is juist
Enkele voordelen van globasiering zijn (kies er 2):
Afschaffen van onrechtvaardige belastingstarieven
Multinationals krijgen meer macht
Werkgelegenheid verschuift naar lagelonenlanden
Democratisering d.m.v. openstellen grenzen
De hoofdtaak / taken van het Europees Parlement is / zijn:
Stellen algemene beleidslijnen vast
Zijn verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur, dienen wetsvoorstellen in en beheren de EU begroting.
Stellen de begroting op, en controleren op het beheer van de EU begroting en het dagelijks bestuur.
Nemen besluiten over specifieke thema's en hebben een wetgeving- en begrotingstaak.
De mate waarin men in staat is in haar behoeftes te voorzien kennen wij ook wel als:
Welzijn
Welvaart
Bewustzijn
Geen van de bovenstaande antwoorden
Welke vraag hoort bij het volgende antwoord: Armoedeval
Hoe heet de financiele maatregel om werkenden een voordeel te laten hebben opzichte van niet werkenden ?
Hoe noemen we het ontbreken van de stimulans om beter betaald werk aan te nemen waardoor toeslagen vervallen ?
Hoe noemen we het als extra inkomen direct wordt gekort op de uitkering en het dan niet loont om te gaan werken ?
Wat is een maatregel die de Overheid heeft genomen om het aantal uitkeringontvangers te verminden ?
Wat is een voorbeeld van een sociale verzekering?
Kinderbijslag
Huurtoeslag
Werkloosheidswet
Algemene Ouderdomswet
Monetaire inflatie treedt op wanneer:
Een stijging van het algehele prijspeil van producten die geimporteerd worden vanuit het buitenland.
Een stijging van het algehele prijspeil doordat er meer geld in de economische kringloop komt
Een daling van het algehele prijspeil van producten.
Een stijging van het algehele prijspeil door een toename in de bestedingen van consumenten.
Prijsinflatie door kosteninflatie kan worden bestreden middels de volgende middelen:
Loonmatiging & meer bestedingen
Matiging van bestedingen & loon- en prijsmaatregelen
Wisselkoersstijging & Loonmatiging
Wisselkoersstijging & matiging bestedingen
Hoe kunnen mensen en/of bedrijven zich beschermen tegen inflatie zodat de koopkracht niet daalt?
Langetermijnlening aangaan
vastgelegde loonstijging ter hoogte van inflatiecijfer
Producten in het buitenland kopen
Verkoopprijs van producten verhogen
Wanneer de overheid het minimumloon verhoogt heeft dit het volgende gevolg:
Hogere werkgelegenheid
Meer investeringen
Minder investeringen
Lagere werkgelegenheid
Geen van de bovenstaande antwoorden
Welke 2 stellingen over de lorenzecurve zijn juist?
Hoge inkomens relatief het laagste gedeelte van het BNP vertegenwoordigen.
Hoge inkomens relatief het grootste gedeelte van het BNP vertegenwoordigen.
20% laagste inkomens 1% van het BNP vertegenwoordigen en de 20% hoogste inkomens 60% van het BNP vertegenwoordigen.
60% laagste inkomens 20% van het BNP vertegenwoordigen en de 1% hoogste inkomens 20% van het BNP vertegenwoordigen.
Waar verdient Nederland voornamelijk haar inkomen aan?
Ontwikkelingswerk
Ondernemerschap
Belastingen
Premies
Welk(e) principe(s) kent sociale zekerheid?
Bescherming van inkomens
Collectieve dekking van ziektekosten
Pensioen die de AOW verder aanvult
Alle drie bovenstaande antwoorden zijn juist
Onder sociale verzekeringen vallen:
Bovenwettelijke uitkeringen & Werknemersverzekeringen
Sociale voorzieningen & Bovenwettelijke uitkeringen
Aanvullende pensioensregelingen & Bovenwettelijke uitkeringen
Werknemersverzekeringen & Volksverzekeringen
Het sociale verzekeringenstelsel in Nederland staat momenteel onder druk door:
Vergrijzing
Vergroening
Ontgroening
Oplopende pensioenleeftijd
Op de loonstrook hoeft niet te worden vermeld:
BSN van de werknemer
Overeengekomen arbeidsduur
Inhoudingen op het loon
Uitbetaalde loon inclusief specificatie vakantiegeld
Op het gebied van de arbeidsmarkt spreken we bij de vraagzijde over:
werkgelegenheid
de beroepsbevolking
De beroepsbevolking omvat:
Mensen tussen 15-65 jaar oud.
Mensen die willen en kunnen werken voor minimaal 12 uur per week.
Mensen die niet willen en kunnen werken voor minimaal 12 uur per week en tussen 15-65 jaar oud zijn.
Mensen die willen en kunnen werken voor minimaal 12 uur per week en tussen 15-65 jaar oud zijn.
De potentiele beroepsbevolking omvat:
Mensen tussen de 15-65 jaar oud
Mensen tussen de 15-65 jaar oud die arbeidsgeschikt zijn
Mensen tussen de 15-65 jaar oud die arbeidsgeschikt zijn, maar niet staan ingeschreven bij het UWV (niet willen werken)
Mensen met een baan voor meer dan 12u per week.
Netto arbeidsparticipatie bereken je middels de volgende formule:
(werkzame beroepsbevolking / potentiele beroepsbevolking) * 100%
(potentiele beroepsbevolking / totale bevolking) * 100%
(beroepsbevolking / potentiele beroepsbevolking) * 100%
(beroepsgeschikte bevolking / beroepsbevolking) * 100%
Wanneer er bij CAO-onderhandelingen een akkoord is en dit neutraal wordt voorgelegd aan de leden, spreekt met van:
Principeakkoord
Formatieakkoord
Onderhandelingsresultaat
Eindbod
Geen van de bovenstaande antwoorden
Bij welke banen zien wij met name flexcontracten?
Verpleegkundigen
IT-specialisten
Horeca
Bouw
Ingenieurs
Waarom is er sprake van steeds meer flexibele contracten op de arbeidsmarkt?
Doordat werknemers zekerheid willen
Door de opkomst van ZZP'ers
Doordat werkgevers risico's en kosten willen minimaliseren
Geen van de bovenstaande antwoorden is juist
Een kernmerk van een planeconomie is:
Weerstand tegen vernieuwing
Prijzen kunnen hoger of lager zijn dan maatschappelijk aanvaardbaar
Kans op onderbestedingswerkloosheid
Sommige goederen / producten hebben geen prijs
Onevenredige verdeling van inkomens en vermogens
Een doel van de economische politiek is niet
Stabiel prijspeil
Evenwichtige arbeidsmarkt
Evenwichtige economische groei
Evenwichtige inrichting van infrastructuur
Rechtvaardige inkomensverdeling
Wanneer er krapte is op de arbeidsmarkt spreken we van:
Stijgende lonen en onderbesteding
Stijgende lonen en overbesteding
Dalende lonen en onderbesteding
Dalende lonen en overbesteding
Prijzen komen in een vrije markt economie tot stand door de werking van het marktmechanisme, dus:
Als de vraag naar een product stijgt dan daalt de prijs
Als de vraag naar een product stijgt dan stijgt de prijs
Als het aanbod naar een product stijgt dan daalt de prijs
Als het aanbod naar een product stijgt dan stijgt de prijs
Bij micro niveau economie spreken we van:
totale aanbod en vraag van producten
vraag en aanbod van één product of dienst
vraag en aanbod op sector en bedrijfstak niveau
Geen van bovenstaande antwoorden is correct
Bij solvabiliteit geven we in inzicht over:
De mate waarin het bedrijf de verplichtingen op korte termijnkan betalen (bv bestelling voorraad); verhouding vlottende activa en schulden op korte termijn
In hoeverre is de investering winstgevend; verhouding winst en de investering die hiervoor nodig is geweest
kan het bedrijf de verplichtingen op lange termijn betalen (bv grote langdurige leningen); verhouding eigen en vreemd vermogen
Geen van bovenstaande antwoorden is correct
Monopolistische concurrentie is wanneer:
Er veel aanbieders zijn, veel afnemers en een homogeen product
Er veel aanbieders zijn, veel afnemers en een heterogeen product
Er weinig aanbieders zijn, veel afnemers en een homogeen product
Er weinig aanbieders zijn, veel afnemers en een heterogeen product
Wanneer we een product toevoegen aan ons assortiment spreken we van:
Integratie
Differentiatie
Paralellisatie
Specialisatie
Nationaal inkomen bestaat uit een combinatie van:
Spaargeld gezinnen, Consumptie van goederen door gezinnen, Overheidsbestedingen
Import, Export, Consumptie van goederen door gezinnen en overheidsbestedingen
Consumptie van goederen door gezinnen, spaargeld gezinnen & Belastingen betaald door gezinnen
Investeringen door financiele instellingen, consumptie van goederen door gezinnen en overheidsbestedingen
