wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bs 1 t/m 3, thema ordenen

Total questions: 17

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

welke van de onderstaande celkenmerken wordt niet gebruikt bij ordening?

a)

celkernen

b)

celwanden

c)

bladgroenkorrels

d)

celmembraan

2.

Een zeester is ..................symmetrisch

a)

niet

b)

tweezijdig

c)

veelzijdig

3.

Wat voor een soort skelet heeft een mossel?

a)

inwendig

b)

uitwendig

4.
Welk dier heeft geen inwendig skelet?
a)
Ezel
b)
Kip
c)
Salamander
d)
Schorpioen
5.

In de afbeelding is een cel schematisch getekend.


Tot welk rijk behoort het organisme waarvan deze cel afkomstig is?

a)

Schimmels

b)

Dieren

c)

Planten

6.
Wat is een geslacht?
a)
Mannetje of vrouwtje
b)
alle sterk op elkaar lijkende dieren die zich onderling kunnen voortplanten
c)
verzameling diersoorten binnen een familie die sterk op elkaar lijken
d)
groep dieren binnen de familie met dezelfde vaste kenmerken
7.
Behoren steppezebra's (Equus quagga) en bergzebra's (Equus zebra) tot dezelfde biologische soort?
a)
Ja, want de soortnaam is hetzelfde
b)
Ja, want de familienaam is hetzelfde
c)
Nee, want de soortnaam is anders
d)
Nee, want de familienaam is anders
8.

Wat is de juiste volgorde van klein naar groot?

a)

ras - soort - geslacht - familie - orde - klasse - stam - rijk

b)

ras - geslacht - soort - familie - orde - klasse - stam - rijk

c)

ras - geslacht - soort - orde - familie - klasse - stam - rijk

d)

ras - soort - geslacht - orde - familie - klasse - stam - rijk

9.
Wat is de definitie van een ras?
a)
Een groep dieren binnen de soort met dezelfde vaste kenmerken
b)
Dieren die je krijgt als 2 soorten met elkaar paren
c)
Een groep soorten met dezelfde kenmerken
d)
Alle sterk op elkaar lijkende dieren die zich onderling kunnen voortplanten
10.

Welke eukaryoten hebben een celwand?

a)

Planten en dieren

b)

Planten en bacteriën

c)

Bacteriën en Schimmels

d)

Schimmels en planten

11.

De aap en de mens hebben dezelfde gemeenschappelijke voorouder, dus ze behoren tot de zelfde soort

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Welke 2 hoofdgroepen zijn er?

a)

Procaryoten en schimmels

b)

Bacteriën en Eukaryoten

c)

Procaryoten en eukaryoten

13.

Welke organismen vertonen de meeste overeenkomst?

a)

Organismen binnen hetzelfde rijk

b)

Organismen binnen hetzelfde geslacht

c)

Organismen binnen dezelfde klasse

14.

Variatie betekent verschil in uiterlijke kenmerken binnen een soort

a)

Waar

b)

Niet waar

15.

Als een labrador en een poedel nakomelingen krijgen, bestaat er een nieuwe soort

a)

Niet waar, want hun nakomelingen zijn niet vruchtbaar

b)

Niet waar, want ze kunnen geen nakomelingen krijgen

c)

Waar, want hun nakomelingen lijken niet op de ouders

d)

Niet waar, hun nakomelingen behoren tot dezelfde soort als de ouders

16.

Symmetrie betekent ..

a)

Dat een organisme aan de binnen- en buitenkant 2 gelijke helften heeft

b)

Dat een organisme aan alle kanten anders is

c)

Dat een organisme in 2 gelijke helften te verdelen is

17.

Eencellige organismen vallen allemaal onder de prokaryoten

a)

Waar

b)

Niet waar